This page contains a Flash digital edition of a book.
Droog-zout


Zowel Bondrager als Donker zijn oud- gedienden als het gaat om gladheids- bestrijding, respectievelijk met 38 en 28 dienstjaren bij Rijkswaterstaat. “In het begin strooiden we nog gewoon droog- zout met een motortje achterop een vrachtwagen”, herinnert Bondrager zich. “Storingen met die motortjes losten we zelf op.” Er werd al wel gewerkt met lo- kale aannemers, destijds vaak kleine bedrijfjes of eenmanszaken. Donker: “Rijkswaterstaat had al in de periode 1945-1946 richtlijnen voor glad- heidsbestrijding. Aanvankelijk werd zand gebruikt om de weg stroever te maken. Later kwam daar droog-zout bij als dooimiddel.”


Voorkomen is beter In de jaren tachtig is gestopt met het gebruik van droog-zout, aldus Don- ker. Sindsdien is het beleid erop ge- richt om gladheid te voorkomen. “We gebruiken preventief een zoutoplos- sing in een verhouding van dertig pro- cent nat en zeventig procent droog. Je kunt ook minder zout gebruiken door pekel te sproeien in plaats van te strooi- en, maar vanwege de enorme hoeveel- heden vloeistof die dan nodig is, is dat logistiek een enorme uitdaging.” Ook zijn er dan situaties, zoals bij sneeuwval, waarin gewoon weer nat-zout nodig is. De voordelen van nat-zout ten opzich- te van droog-zout zijn legio. Het kan nauwkeuriger worden gestrooid, blijft beter op de weg liggen en verwaait min- der. Nat-zout kan met 70 km/u worden gestrooid, tegenover 40 km/u bij droog- zout. Daarnaast is nat-zout goedkoper en minder milieubelastend, aldus Rijks- waterstaat.


Strategische voorraad De strenge winter van 2009/2010 met veel sneeuw en verkeershinder staat in geheugens van Bondrager en Donker gegrift. Er ontstond zelfs een schaarste aan strooizout, dat werd herverdeeld via een zoutloket.


Bondrager: “Rijkswaterstaat had een overeenkomst met een leverancier en nog voldoende zout, maar diverse pro- vincies en gemeenten niet. Die bestel- den toen alleen zout als dat noodzake-


lijk was. De leverancier zat krap en de prijzen gingen de lucht in. Diverse pro- vincies en gemeenten vroegen zout aan bij het zoutloket, waarna wij moesten beoordelen hoeveel ton ze konden op- halen.” Met de huidige, verhoogde stra- tegische voorraad van 210.000 ton op de steunpunten en in strategische lood- sen is de kans op dergelijke problemen geminimaliseerd. Donker: “Met deze voorraad komen we zelfs in de meest extreme winter niet in de problemen. In een gemiddelde winter gebruiken we 90.000 ton zout.”De gemiddelde jaarlijk- se kosten van gladheidsbestrijding be- dragen dertig miljoen euro, aldus Don- ker. “Maar afhankelijk van de winter kan het fluctueren tussen de tien en vijftig miljoen euro.”


Niet bij vorst alleen


Een milde winter betekent niet auto- matisch dat er weinig gladheidsbestrij- ding nodig is. “Bij ons draait het vooral om neerslag en de wisseling van vorst en dooi. Afgelopen winter hebben we 94.000 ton gebruikt, terwijl het volgens het KNMI ging om een zachte winter.” Dat was fors meer dan in voorgaande jaren. Alleen al in het weekend van 10 december 2017 met hevige sneeuwval was ruim 40.000 ton nodig. Het past volgens Donker in een patroon van de afgelopen tien jaar, met meer neerslag zoals sneeuwval en ijzel. “We hebben een sterk gevoel dat de extre- men lijken toe te nemen. Voorheen be- stonden onze acties voor tachtig pro- cent uit preventieve acties en twintig


Nr.6 - 2018 OTAR O Nr.6 - 2018TAR 29


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48