This page contains a Flash digital edition of a book.
proces. Tot 60 centimeter gebeurt dit met de schep, dieper dan 60 centime- ter met de ondersteuning van een be- veiligde kraan. “Het laatste beetje zand wordt met de hand verwijderd en dan wordt het object geïdentificeerd. Gaat het om een ‘veilig’ explosief, dan mag het gecertificeerde explosievenopspo- ringsbedrijf het in een beveiligde voor- ziening tijdelijk veiligstellen. Daarna volgt overdracht aan de EODD, die het demonteert of vernietigt. Is het een on- veilig explosief, dan wordt het ter plekke veiliggesteld en neemt de EODD maat- regelen in overleg met het bevoegd ge- zag, te weten burgemeester en politie. Dat kan zijn het ter plaatse vernietigen van het explosief”, vertelt Smulders. “Daarom is het goed eerst alle explo- sieven in kaart te hebben, dan hoef je voor het demonteren of ruimen maar één keer omwonenden te evacueren. Een bom op twee, drie meter onder de grond kan rustig blijven liggen tot die tijd. En buiten een straal van vijftig me- ter kunnen andere werkzaamheden ge- woon doorgaan.” De verantwoorde- lijkheid voor explosievenopsporing en daarmee ook de kosten voor het ruimen liggen bij de opdrachtgever, die deze soms delegeert aan de aannemer.


Blijvende urgentie De urgentie van explosievenonderzoek blijft. Want er ligt nog steeds heel veel: 10 tot 15 procent van alles wat afge- schoten en afgeworpen is tijdens de oorlog, is als blindganger achtergeble- ven. “Nu de economie weer aantrekt, zie je nieuwe wegen en Vinex-wijken verrijzen in voormalige frontgebieden of oorlogsvliegvelden. Dat zijn hotspots van explosieven. Zo is bij de verbreding van de A12 na vooronderzoek veel uit de grond gehaald”, zegt Van den Berg. “Voor de Nederlandse kust is na de oor- log eveneens gigantisch veel munitie gedumpt, dat ligt er ook nog allemaal.” Kortom, iedereen die bodem-, bagger- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert – van gemeenten, provincies, water- schappen en RWS tot aannemers en energiebedrijven – is gebaat bij goed vooronderzoek. “Je voorkomt dan dat je onnodig hoefijzers en clipjes van co- lablikjes opgraaft omdat bij het detec- teren van ijzerhoudende objecten geen onderscheid te maken is tussen een ex-


Thierry van den Berg (links) en Hans Smulders (foto: archief Bombs Away).


Aangetroffen blindganger van vlieg- tuigbom (geallieerd) (foto: Maxim Kuiten, Bombs Away).


Oprichters Bombs Away Hans Smulders was ruim achttien jaar onderofficier bij de Koninklijke Landmacht bij het wapen der Genie. Tijdens deze periode nam hij deel aan meerdere missies in het voormalige Joegoslavië. Daarnaast beschikt Smulders over ruim achttien jaar ervaring op het gebied van de civiele explosievenopsporing. Sinds 2007 vervult hij de rol van onafhankelijk adviseur explosie- venopsporing bij onder andere Rijkswaterstaat, ProRail, Tauw, Schiphol, waterschappen en diverse gemeenten. Thierry van den Berg werkte in het verleden als historicus bij verschillende civiele explosievenop- sporingsbedrijven. Daarnaast hielp hij als projectcoördinator Vooronderzoek een nationale stan- daard voor het vooronderzoek te ontwikkelen. Ook is hij lid van de werkgroep vooronderzoek van de Vereniging voor Explosievenopsporing (VEO), die zich bezighoudt met het opzetten van (nieuwe) regels en eisen voor vooronderzoeken. Het resultaat hiervan is opgenomen in de huidige regelgeving explosievenopsporing in Nederland, de WSCS-OCE.


Gecontroleerde detonatie van blindganger van vliegtuigbom (geallieerd) door de EODD (foto: Maxim Kuiten, Bombs Away).


plosief of ander ijzerhoudend object. Als tot in detail bekend is wat waar ligt, kan de uitvoerende partij er zijn appara- tuur op afstemmen en hoeft hij niet het gehele gebied te doorzoeken. Als op-


drachtgever betaal je misschien aan de voorkant iets meer, maar dan beheers je de problematiek en bespaar je tonnen en soms miljoenen in de uitvoering.”


Nr.6 - 2018 OTAR O Nr.6 - 2018TAR 37


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48