This page contains a Flash digital edition of a book.
sing van een samenwerkingsvraagstuk. Het gaat meer om het managen van de interfaces of het zoeken naar andere werkvormen. Organisaties moeten beter leren samenwerken. In de watersector werkt het ook, dus waarom hier niet?”


Nieuwe samenwerkingsvormen Aan de ronde tafel heerst unanimiteit over de noodzaak om oplossingen te zoeken in andere samenwerkingsvor- men, vanuit een gezamenlijke verant- woordelijkheid. Jenne van der Velde: “Vragen als: ‘wat draag je als beheer- der bij aan het gebied’, ‘wat is de im- pact op het gebied’ en ‘hoe zit het met je planning’ zijn van belang om tot sa- menwerking te komen. Daardoor ont- staat ook een gevoel van ‘dit is iets van ons samen’.” Arjan van Weele: “Het net- werkstelsel van ons wegennet vraagt in feite ook om een netwerkorganisa- tie en -structuur met regie- en overleg- tafels: momenten waarop alle stakehol- ders, met name bestuurders, bij elkaar komen. Iedereen beschikt op hetzelf- de moment over dezelfde informatie en draagt bij vanuit een constructieve grondgedachte. Breng voor bestuurders expliciet en transparant in beeld wat er gebeurt.” “Het gaat om kwaliteit van besluitvor- ming, kwaliteit van samenwerking en de betrouwbaarheid”, stelt Jenne van der Velden. “Als je in de politiek zit is het belangrijk dat je dat doet wat je met elkaar hebt afgesproken en dat wat je doet moet rechtmatig en te verant- woorden zijn. Plaats de problematiek in het kader van de instandhouding en ontwikkeling van het netwerk en geef duidelijk aan: over 3 jaar is deze brug stuk en moet vervangen worden. Dan kan het geen 8 jaar duren om de brug te vervangen.” Sprekend over best practi- ces noemt Jenne van der Velde de suc- cesvolle aanpak van het Hoogwaterbe- schermingsprogramma, waarin RWS en de waterschappen met elkaar samen- werken met als focus het systeem goed en efficiënt werkend te houden. Arjan van Weele: “Ook het megaproject A12, dat in de planstudiefase zit, wordt op deze manier aangepakt.”


Standaardisatie en modulariteit De huidige manier van bouwen, waarbij iedere brug uniek is, individueel wordt


10 Nr.6 - 2018 OTAR


ontworpen en gebouwd, is tijdrovend, duur en inefficiënt, zo betoogt Joep Rats. “Kijkend naar de vervangingsop- gave kun je je afvragen of standaardisa- tie mogelijk is om de bouwtijd te verkor- ten en daarmee een hogere productie te realiseren tegen minder kosten.” Brug- gen worden goedkoper, makkelijker te onderhouden, makkelijker om bij te hou- den en makkelijker beheersbaar in het gebruik van materialen. En niet onbe- langrijk, gelet op de arbeidsmarktsitua- tie: door standaardisatie zijn er minder mensen nodig om een object te kunnen bouwen. Je kunt de bouw van brug- gen industrialiseren, waardoor innovatie dichterbij komt, evenals de toepassing van de nieuwste technieken. Ook de voorwaarden om circulair en duurzaam te bouwen verbeteren. Door modulair te bouwen kan een brug aangepast wor- den aan veranderd gebruik of aan een veranderde situatie.


Innoveren lonend maken Joep Rats: “Als je nu als aannemer in- noveert is de grootste beloning dat je het één keer mag bouwen. Daardoor is het risico dat een investering niet wordt terugverdiend te groot en blijft innovatie zeer beperkt. Maar als je een standaard- brug nu 100 of 200 keer mag bouwen, dan wordt zo’n investering interessant. Dat is alleen mogelijk als je de assets bij elkaar krijgt of dat er een autoriteit komt die dit gaat stimuleren. Het pro- bleem zit hem echter in de vele indivi- duele opdrachtgevers, met name de 400 gemeenten waar we in deze op- gave mee te maken hebben. Die zullen bereid moeten zijn als opdrachtgever in deze ontwikkeling mee te gaan. De hui- dige praktijk leert dat iedere gemeente


tor, maar moet best te bewegen zijn naar standaardisering. Arjan van Wee- le: “Als je kijkt naar de vervangingsop- gave dan moet de overheid intern een act together gaan bewerkstelligen. De minister zou daar een rol in moeten ver- vullen in haar contacten met de VNG, de IPO en de Unie van Waterschap- pen en het organiseren van de vraag.” Jacolien Eijer wijst erop dat hier de be- langen rond standaardisering niet voor elke ketenpartner gelijk liggen: “Het is logisch dat aannemers zeggen: voor ons is één opdracht voor 200 objecten prima, maar voor ingenieursbureaus is het ná het ontwerp klaar. De multiplyer die er voor de bouw in zit, zit er voor de IB’s niet in. Dat is iets waar we als sec- tor goed over na moeten denken.” Ove- rigens betekent standaardisering niet al- leen inleveren van identiteit, maar levert het ook geld op, zo analyseert men. Als een standaardbrug een fractie kost van een niet-standaardbrug, dan kan met het resterende geld meer worden ge- daan voor de gemeenschap. Feit is dat met het in stand houden van het huidige systeem er een lappendeken aan onder- houd blijft, innovatie niet van de grond en de vervangingsopgave niet tijdig kan worden gerealiseerd met alle conse- quenties van dien.


Post-DBFM-tijdperk


De vraag is welke samenwerkings- vorm tussen opdrachtgever en aanne- mer geeft het beste perspectief op een positief resultaat? Jenne van der Vel- den: “RWS heeft veel grote projecten. De afgelopen jaren zijn veel grote pro- jecten in de markt gezet via DBFM (De- sign, Build, Finance and Maintain-con- tracten), met de gedachte om ontwerp,


JENNE VAN DER VELDE:


“HET GAAT OM KWALITEIT VAN BESLUITVORMING, KWALITEIT VAN SAMENWERKING EN DE BETROUWBAARHEID.”


graag zijn eigen brug wil hebben en on- derscheidend wil zijn. Customizing van een brug moet daarom mogelijk zijn.” Standaardisering overstijgt daardoor de keten van bouwers en zal maatschap- pelijk geïmplementeerd moeten wor- den. De bouw is een traditionele sec-


uitvoering en onderhoud in één hand te hebben.” In feite heb je een aannemer daarmee asset-owner gemaakt, betoogt Arjan van Weele. “Dat betekent dat wij- zigingen vaak duur uitvallen, omdat ie- dere wijziging het proces van de asset- owner verstoort en dus geld kost. Bij


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48