This page contains a Flash digital edition of a book.
UNETO-VNI is de brancheorganisatie voor de technische installatiesector in Nederland. De organisatie vertegenwoor- digt circa vijfduizend leden waarbij ongeveer 150.000 mensen werkzaam zijn. Voorzitter Doekle Terpstra ziet de toe- komst van de sector zonnig in. “Voor elke maatschappelijke uitdaging van deze tijd ligt het antwoord bij de techniek.” Tekst:Wink Sabée


Wat is de impact van technische installatiebedrijven op het gebied van infrastructuur? “Wat je ziet bij het realiseren van projec- ten in weg- en waterbouw is dat deze steeds meer in het teken staan van techniek. Als bijvoorbeeld een tunnel tijdelijk wordt afgesloten is dat meest- al niet omdat de tunnel opnieuw geverfd moet worden of voor een bouwkundige renovatie, maar is dit vanwege het tech- nisch onderhoud dat gepleegd moet worden. Het gaat bij dit soort projec- ten steeds minder om de buitenkant en steeds meer om de binnenkant, ofwel de techniek. Dat zie je ook terug in be- rekeningen van de bouwsom van gerea- liseerde bouwwerken. Nog maar enkele jaren geleden bedroegen de technische installatiekosten zo’n 25 procent van de totale bouwsom; tegenwoordig is dit opgelopen tot 35 à 40 procent. Techniek maakt steeds meer het verschil. En het belang van onze sector neemt in de toe- komst alleen maar toe, overigens niet alleen op het gebied van infrastructuur. Sterker nog, naar mijn indruk is er geen enkel maatschappelijk vraagstuk waar- op er geen appèl wordt gedaan op de technische dienstverlening.”


Welke maatschappelijke vraagstukken zijn dat? “Onze branche speelt een cruciale rol in de transitie naar een duurzame energie- voorziening. CO2-neutrale gebouwen en woningen zijn ondenkbaar zonder de technische sector. Installateurs hebben namelijk de oplossingen in huis waar- mee we de CO2-uitstoot kunnen terug- dringen in gebouwen, industrie en infra. Daarnaast zorgt de branche ervoor dat


mensen dankzij slimme technieken lan- ger zelfstandig kunnen blijven wonen. Ook op het gebied van veiligheid is de technische sector van belang. Denk al- leen maar aan de ontwikkelingen in het verkeer. Met elkaar communicerende en zelfrijdende auto’s zijn straks alleen mogelijk dankzij techniek. Dat geldt ook voor de matrixborden boven de weg en het dataverkeer tussen auto’s en ver- keerscentrales.”


Wat vraagt dit van bedrijven die actief zijn op deze terreinen? “Dat ze open moeten staan voor tech- nologische ontwikkelingen. Ik zie in onze branche veel innovatief onderne- merschap. Dit zijn vooral bedrijven die begrijpen dat de klassieke bouwkolom op dit moment snel verandert; die in- zien dat techniek een steeds dominan- tere positie inneemt op de bouwagenda. Voorheen had de hoofdaannemer de to- tale regie over de bouw van projecten. Nu zie je dat de technische dienstver- lening in toenemende mate aan belang wint. Hun kennis en ervaring zijn onmis- baar om de bouwwerken van de toe- komst te kunnen realiseren. Om ze te voorzien van alle eisen die de samen- leving eraan stelt. Steeds meer onder- nemers merken dit op en pakken het voortouw. Techniek is de sleutel tot een succesvol bouw-of infraproject.”


Is er voldoende geschoold personeel om in al deze technische ontwikkelingen te voorzien? “Dat is een vrij groot probleem. Mijn stelling is dat degene die nu kiest voor een technische opleiding een 100 pro- cent baangarantie heeft. Nu is er name-


lijk een ernstig tekort een technische medewerkers, op alle niveaus, van het vmbo tot het wetenschappelijk onder- wijs. In het hoger en wetenschappelijk onderwijs stijgt het aantal studenten ge- lukkig wel, maar in het vmbo en in min- der mate in het mbo moet de instroom de komende jaren flink toenemen. De technische installatiebranche komt de komende jaren circa 20.000 vakmensen tekort. Daarbovenop is de kwestie ook redelijk complex omdat techniek ook nog moet concurreren met andere sec- toren zoals zorg en onderwijs. In deze sectoren zijn immers ook grote tekorten aan goed geschoolde mensen. De strijd tussen deze sectoren gaat zich de ko- mende jaren volop manifesteren. Het is dus zaak aan jongeren te laten zien dat een technisch vak de toekomst heeft. En dat een jongere dan niet wordt op- geleid voor banen uit het verleden, maar voor de banen van de toekomst, banen waarin techniek en ICT zijn verweven. Het is daarnaast belangrijk dat werkge- vers ervoor zorgen dat ze aantrekkelijk zijn voor jongeren. Dankzij nieuwe ont- wikkelingen zoals digitalisering, smart buildings, 3D-printing, duurzame ener- gie en virtual reality verandert het beeld van de technische dienstverlening en krijgen we een innovatief profi el. Daar- mee komen we terecht op hetzelfde speelveld als bijvoorbeeld Tesla.”


Wat vindt u van de opkomst van bedrijfsscholen?


“Dat vind ik een hele goede ontwikke- ling. Ik ben blij dat steeds meer bedrij- ven inzien dat ze moeten voorzien in hun eigen tekort. Hoewel deze oplei- dingen voorzien in specialistische be-


Nr.5 - 2017 OTAR O Nr.5 - 2017TAR 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40