This page contains a Flash digital edition of a book.
monitoren beide bedrijven het rijkswe- gennet met het nieuwe meetsysteem. Groenendijk heeft gemengde gevoelens over het verplichte gebruik van de nieu- we methode. “De ene methode is niet aantoonbaar beter dan de andere. Ook niet goedkoper of efficiënter. We meten nu uitwijkvermogen in plaats van rem- vermogen.” Rijkswaterstaat wilde aan- sluiten bij een Europese norm, maar die is nog niet tot stand gekomen. Vos: “De nieuwe methode is gebaseerd op de Duitse aanpak. Er is nog werk te doen om alles naadloos te laten aansluiten. Het enige verschil tussen die Engelse en Duitse methode is eigenlijk de rub- bersamenstelling van de band die wordt gebruikt.” Maar ook de 86%-vertraagd- wielmethode blijft volgens Vos voorlo- pig nodig. “We blijven die voorlopig ge- bruiken voor wegen jonger dan twaalf maanden.” Groenendijk: “De aanvangs- stroefheid zowel droog als nat varieert in de eerste maanden vrij veel. Dat heeft te maken met het afslijten van afstrooi- steentjes en bitumen.” De traditionele meetmethode wordt hier en daar ook nog gebruikt omdat die is voorgeschre- ven in langlopende contracten.


Beheerdersoordeel Naast stroefheid worden ook vlakheid en rafeling van steentjes jaarlijks geme- ten op het rijkswegennet. In de praktijk zijn het volgens Vos eerder losliggende steentjes dan een te lage stroefheid die nopen tot maatregelen. “In hoofdlijnen is het zo dat de zwaarst belaste stroken van snelwegen met veel vrachtverkeer gemiddeld eens in de elf jaar moeten worden aangepakt. En de overige stro- ken eens in de zeventien jaar.”


Tot 2012 was er als het om stroefheid gaat een harde interventiegrens voor onderhoud die afhankelijk was van de


interventienievau voor onderhoud


0,06 0,05 0,04 0,03 0,02


0,01 0,00 -0,01


-0,02 -0,03 -0,04 -0,05 -0,06 -0,07


Geld besparen Naast het voorkomen van ongevallen zijn stroefheidsmetingen ook van belang in het kader van asset-management, zegt Rogier van Diepen van GRIP Road Inspection, dat metingen verricht met de nieuwe Side Way Force-methode en een Skid Resistance Tester voor locaties waar metingen met een voertuig niet mogelijk zijn. Uiteindelijk kan dat volgens hem leiden tot flinke besparingen. Van Diepen: “De overheid heeft steeds minder budget en er komt een moment dat een weg moet worden opgeknapt. Door metingen van diverse parameters, waaronder stroefheid, kun je voorspellingen doen over de levensduur. Dan krijg je een beter inzicht in de prioriteiten voor onderhoud. Het kan er ook toe leiden dat het budget voor de opknapbeurt van een weg nog niet hoeft te worden gebruikt. De kost gaat natuurlijk wel voor de baat uit. Maar bij veel lagere overheden is deze visie nog geen gemeengoed. De aandacht is meer gericht op projecten die op dat moment spelen, in plaats van preventie.” Overheden kunnen door wegen te laten monitoren op stroefheid ook kosten besparen op schadevergoedingen en langdurige juridische procedures na een ongeval, aldus Van Diepen. “Lagere overheden doen vaak wel schouwinspecties op wegen. Maar stroefheid kun je niet zien. In veel gevallen wordt stroefheid pas gemeten als er een ongeval is gebeurd. Maar voorkomen is beter dan genezen. Beter is om de weg ook op stroef- heid te monitoren, zodat je als dat nodig is op tijd maatregelen kunt nemen.”


laatst gemeten stroefheid. Sindsdien geldt er bij Rijkswaterstaat dat ook me- tingen van eerdere jaren worden mee- gewogen (stroefheidsindex) en als de waarden net boven of onder de inter- ventiegrens van onderhoud ligt, wordt een beheerdersoordeel uitgevoerd. Vos: “De beheerder kijkt dan ter plekke naar zaken als bochten, remsporen en vang- railschade, ongelukken en bijna-onge- lukken. Het kan ertoe leiden dat wordt besloten dat er snel onderhoud nodig


gemeten stroefheid - interventieniveau voor onderhoud *


werkelijk verloop stroefheid


meetwaarde * stroefheidsindex *


overgangsgebied expert judgement


voldoende stroefheid


is, of dat het toch kan wachten tot de resultaten van de volgende meting be- kend zijn. Ook kan worden besloten tot tijdelijke aanvullende maatregelen, zoals een snelheidsbeperking.” Directe actie wordt wel ondernomen voor wegvakken met een meetwaarde onder de waarden waarvoor het beheerdersoordeel geldt. Voor de contracten met derden blijft vol- gens Vos voorlopig wel de harde inter- ventiegrens van kracht.


onvoldoende stroefheid


jaren


Regie naar CROW Rijkswaterstaat verrichtte tot voor kort nog zelf snelle metingen na inciden- ten, maar is daarmee gestopt. “Ook die taak ligt nu bij de meetbedrijven”, aldus Vos. De organisatie heeft recentelijk ook het toezicht op de kwaliteitseisen voor de 86% vertraagd wiel stroefheidsme- tingen overgedragen: aan het platform wegmetingen van CROW. “De onafhan- kelijkheid is daarmee goed geborgd”, aldus Vos.


Nr.5 - 2017 OTAR O Nr.5 - 2017TAR 29


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40