This page contains a Flash digital edition of a book.
Rijtaken ondersteunen


Rest de vraag wat nu de belangrijkste ontwikkelingen zijn op het gebied van incar-technologie, nu en in de toekomst (zie ook het kader ‘De toekomst van in- car-technologie’). Een van de belang- rijkste huidige ontwikkelingen is volgens Bloembergen de eerder aangehaalde participatie van grote private wereld- spelers op de markt: serviceproviders, autofabrikanten en digitale kaartenma- kers. “Het formuleren van één centrale vraag vanuit de publieke partijen is een eerste belangrijke stap. Wat je nu ziet is dat private marktpartijen ook een tran- sitie doormaken om hun producten op een andere manier aan te bieden.” Op basis van deze ontwikkeling verwacht


Bloembergen dat er meer betrouwba- re informatie beschikbaar komt in de auto die de rijtaken van weggebruikers via apps en incar-technologieën onder- steunen. Hij spreekt daarbij de hoop uit dat steeds meer weggebruikers van dit soort dienstverlening gebruik gaan maken en dat weggebruikers in toene- mende mate hun data willen delen met andere weggebruikers. “Als meer men- sen het comfort van incar-technologie ervaren en daardoor een hoger veilig- heidsgevoel hebben, verbetert de kwali- teit van data automatisch. Wat weer tot gevolg heeft dat systemen beter gaan functioneren. Uiteindelijk moet dit lei- den tot steeds meer zelfrijdende auto’s op de weg.”


Projectdemonstratie VoertuigData In het project ‘Projectdemonstratie VoertuigData’ heeft Rijkswaterstaat sinds het begin van dit jaar twintig dienstauto’s uitgerust met incar-technologie voor het opwekken van pro vehicle data. Strategisch adviseur Smart Mobilty Laurens Schrijnen licht toe wat Rijkswaterstaat met dit pro- ject wil bereiken.


Wat is ‘Projectdemonstratie VoertuigData’? “Als wegbeheerder geeft Rijkswaterstaat uitvoering aan twee kernprocessen: verkeersmanage- ment en assetmanagement. In dit project onderzoeken wij hoe wij deze processen op een slim- mere manier kunnen verbeteren door het toepassen van data die we zelf opwekken uit onze dienstauto’s. Dat zijn tien auto’s van onszelf en tien dienstauto’s van onze partners, de provincies Groningen, Overijssel en Noord-Holland.”


Welke toepassingen zijn mogelijk voor verkeersmanagement? “Door het plaatsen van een canbus (computer area network-bus) in de auto kunnen we meten wat de lokale meteo-omstandigheden zijn. Denk aan de temperatuur, of het wel of niet regent of mistig is en wat de stroefheid van de weg is. Door deze data te delen kunnen we de veiligheid op de wegen verder verhogen.”


En voor assetmanagement? “In de winterperiode ontstaan er vaak gaten in de weg door het opvriezen van het wegdek. Normaal gesproken rijden we met twee auto’s het hele land door om deze gaten in kaart te bren- gen. Met deze nieuwe techniek spotten de rondrijdende auto’s die voor andere doeleinden op de weg zijn deze gaten ook. Dat is dus een stuk efficiënter.”


Wat is het uiteindelijke doel? “Uiteindelijk willen we onze bestaande systemen in en naast de weg – 20.000 lussen in de weg en 300 gladheidmeldsystemen naast de weg – met deze data aanvullen en misschien zelfs op termijn vervangen. Tot die tijd heeft het project vooral als doel om te leren. Omdat we net zijn begonnen, zijn we daarom op dit moment niet zozeer bezig met welke data deze auto’s ons kun- nen leveren, maar eerder met het onderzoeken welke vragen we hebben. Nu willen we bijvoor- beeld weten hoe de data precies stroomt, wat de snelheid en kwaliteit van deze data is en wat de continuïteit is van de datastroom.”


Wat is mogelijk een volgende stap? “Als we onze vragen hebben geformuleerd kunnen we het project langzaam opschalen. We heb- ben per slot van rekening 1.600 dienstauto’s in het land rondrijden en we krijgen nogal wat aan- biedingen van partnerorganisaties met veel auto’s. Een andere mogelijkheid is onze data delen met andere publieke en private organisaties die op hun beurt hun veiligheidsdata met ons willen delen. We zijn dus altijd op zoek naar partners die willen meewerken.”


Laurens Schrijnen


Mobiliteitsmanagement Een andere ontwikkeling waarvan Bloembergen hoopt dat deze doorzet, is het identificeren van doelgroepen. Dit maakt het volgens hem mogelijk om mobiliteitsmanagement toe te passen. Als voorbeeld noemt Bloembergen het initiatief in de stad Utrecht om de uit- stoot van vrachtauto’s in de stad sterk te verminderen. “De stad Utrecht heeft met Albert Heijn afgesproken dat als zij groene vrachtwagens inzetten, zij in ruil voortaan via incar-technologie met een groene golf de stad in kunnen rij- den. Dit vind ik een goed voorbeeld van een win-winsituatie: de luchtkwaliteit in de stad verbetert en Albert Heijn boekt tijdwinst.”


44


Nr.3 - 2017 OTAR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48