This page contains a Flash digital edition of a book.
De kritiek is niet nieuw, maar toen bouwbedrijf Ballast Nedam onlangs in grote fi nanciële problemen kwam, laaide de discussie over de aanbestedingsprocedures van Rijkswaterstaat weer op. Volgens emeritus hoogleraar Hennes de Ridder is de overheid onverantwoord bezig bij grote projecten. Maar hij ziet ook het begin van verandering.


Tekst: Joost Zonneveld R


ond de eeuwwisseling is Rijks- waterstaat op een nieuwe ma- nier gaan aanbesteden. Waren financiële tegenvallers voorheen voor rekening van de overheid, tegenwoor- dig zijn het de bouwconsortia die voor een vaste prijs inschrijven op een groot project en daarbij de risico’s op zich ne- men. Het idee achter die verschuiving is dat de belastingbetaler niet opdraait voor tegenvallers en daarnaast stellen de voorstanders dat ‘de markt’ gestimu- leerd wordt om slimmer en integraler te werken. DBFM-contracten – de afkor- ting verraadt de buitenlandse oorsprong, staat voor design, build, finance and maintain – moeten kortom geld bespa- ren en innovatie uitlokken. Eén marktpar- tij wordt verantwoordelijk voor het gehe- le proces: van ontwerp tot decennia lang onderhoud.


Maar de manier van aanbesteden kan al geruime tijd op kritiek rekenen. Zo meld- de het Financiële Dagblad vijf jaar ge- leden al dat partijen die meedingen om een opdracht binnen te slepen, soms miljoenen kwijt zijn zonder zeker te zijn of zij de betreffende opdracht ook krijgen. Dat komt door de gedetailleerde plan- nen die ingediend moeten worden voor de selectie. Verschillende bouwers luid- den destijds de noodklok: een paar keer een opdracht mislopen met een miljoe- nenverlies is niet vol te houden.


Het heeft het Rijk niet op andere ge- dachten gebracht en de discussie over de aanbestedingen verstomde in de lan- delijke media. Maar dat veranderde on- langs toen bleek dat Ballast Nedam in grote financiële problemen is geraakt. Dat bouwbedrijf was het wél gelukt om een grote opdracht te krijgen, maar lijdt


zoveel verlies op de complexe verbre- ding van de A15 bij Rotterdam, dat het voortbestaan van het bedrijf op het spel staat. Volgens diverse experts komt dat niet als een verrassing. De overheid zou bouwers tegen elkaar uitspelen, waar- door zij gedwongen worden opdrach- ten voor een te lage prijs aan te nemen. Eén van die experts is Hennes de Ridder, emeritus hoogleraar Integraal Ontwerpen aan de TU Delft, en een bekende criti- caster van aanbestedingen waarbij de ri- sico’s van een groot project volledig bij de opdrachtnemer worden gelegd. Hij is al jaren een fel tegenstander van DBFM- contracten.


U bent kritisch over de aanbestedingsprocedures van Rijkswaterstaat. Wat is het probleem?


“Het gaat er bij Rijkswaterstaat alleen maar om zoveel mogelijk risico’s tegen een zo laag mogelijke prijs bij de aanne- mers te leggen. Dat leidt niet alleen tot een perverse competitie, maar is ook kortzichtig en onverantwoord. De risico’s zijn te groot om te begroten en dat komt omdat de projecten onnodig groot wor- den gemaakt: naast het leveren van in- frastructuur, moet meteen de hele omge- ving aangepakt worden. Dat maakt die projecten, en daarmee de risico’s, onno- dig groot. Het ontwikkelen van complexe systemen in moeilijke omgevingen is al heel onvoorspelbaar, dat wordt nog erger door daar ook nog eens dertig jaar on- derhoud aan toe te voegen. Competen- te opdrachtgevers zouden moeten weten dat geen aannemer zulke risico’s op een verantwoorde manier kan nemen. Risico nemen als onderdeel van een prijscom- petitie tussen bouwbedrijven vind ik zelfs pervers.”


De problemen waar Ballast Nedam met de verbreding van de A15 tegenaan liep, is geen toeval? “Zeker niet. Ballast Nedam had een on- mogelijke opgave: de grootste hefbrug van Europa bouwen, een tunnel renove- ren en allerlei kunstwerken tegen een lage prijs realiseren. Dat gaat om heel spe- cialistisch werk waarvoor andere par- tijen aangezocht moeten worden. Het probleem is dat aannemers geen kennis hebben van de complexe systemen die nodig zijn om het werk van die specia- listen te coördineren. Omdat zij als ‘bou- wers’ niet weten dat het geheel meer is dan de som der delen kunnen zij de ri- sico’s niet goed inschatten. Rijkswater- staat komt daar zelfs openlijk voor uit. Neem de projectmanager van het Zuidas- dok die onlangs beweerde dat het pro- ject niet te splitsen is en dus in zijn gro- te geheel dient te worden uitbesteed. Zou hij nu werkelijk denken dat die aannemer niets uitbesteedt? Daarnaast moest het bouwbedrijf ook nog eens meer dan dui- zend vergunningen aanvragen. Vergunnin- gen die door allerlei overheden verleend moesten worden. Dat is een enorm risico omdat je nooit weet hoe lang het duurt, als je ze al rond krijgt. Dat is simpelweg niet te managen.”


Waarom vindt u de eisen die Rijkswaterstaat bij aanbestedingen stelt onrealistisch? “Bij ieder groot project moeten aanne- mers voldoen aan een gigantisch uitge- breid programma van eisen. Daarnaast gelden allerlei normen, richtlijnen en lei- draden. Rijkswaterstaat vraagt oplossin- gen op maat en toetst alleen op manage- mentcompetenties met behulp van haar totaal niet-relevante gereedschappen zo-


Nr.6 - 2015 OTAR O Nr.6 - 2015TAR 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56