This page contains a Flash digital edition of a book.
‘HET ECONOMISCH TIJ ZWENGELT DE SAMENWERKING AAN’


Rekenen en verbeteren Twee belangrijke instrumenten om duur- zaamheid te meten, zijn DuboCalc en de CO2-Prestatieladder. DuboCalc is een rekenprogramma waarmee je een ontwerp een duurzaamheidscore geeft. Hierbij gaat het over de materialen en de energie die in een project worden ge- bruikt. De CO2-Prestatieladder bepaalt hoe duurzaam en hoe ambitieus het be- drijf is om de CO2-uitstoot in de keten te beperken en maatregelen in projecten toe te passen. Bedrijven moeten hier- voor een certifi caat halen, wat ze bij ie- der project gebruiken. Of het verkrijgen van dat certificaat veel werk is, hangt volgens Versteeg af van het soort bedrijf en of het zijn zaken op orde heeft. “Als dat zo is, is het weinig werk en anders is het veel werk. Bedrijven die er veel moeite mee hebben, zijn daarvoor niet met energieverbruik bezig geweest. Het bespaart ze ineens ook heel veel geld. Vaak bespaart het de bedrijven meer dan dat het ze kost. Wij ervaren dat zelf ook.”


Ter illustratie noemt hij het grootste ge- maal dat in IJmuiden staat. Door naar energieverbruik te kijken, is daar 30 pro- cent bespaard. “Voorheen optimaliseer- den we alles voor de beste waterstand en gingen de pompen alleen daar van- uit. Maar als je het energieverbruik ook bekijkt, dan kun je ook slimmer het wa- terpeil beheersen binnen de afgespro- ken regels en veel energie besparen.”


Veel geld besparen Een ander voorbeeld dat aangeeft hoe- veel duurzaam inkopen kan besparen, komt van een aannemer. Die vertelde dat zijn bedrijf meerdere productieloca- ties had en dat ze nooit hadden geke- ken naar het energieverbruik per een- heid product. Dat moest wel vanuit de CO2-Prestatieladder en toen bleek dat in een locatie de persleidingen lekkages hadden. Dat scheelde enorm veel geld. Mol: “Er zijn legio voorbeelden waaruit blijkt dat als je energieverbruik onder- zoekt je geld bespaart.”


Binnen Rijkswaterstaat worden de me- dewerkers op duurzaamheid gewe- zen, hierbij wordt vooral gekeken waar de grootste winstmogelijkheid zit. Mol: “De vaartuigen die wij hebben, gebrui- ken veel brandstof. Daar hebben we een programma opgezet waar ook onze medewerkers op een gegeven moment enthousiast van werden. Het werd een wedstrijd van wie het meest duurzaam kon varen, waarbij veiligheid natuur- lijk altijd voorop staat.” Versteeg knikt en vult aan: “Door focus op maatrege- len met de grootste impact hoef je ook niet de hele organisatie mee te krijgen. Bij energiebesparing gaat het bij Rijks- waterstaat vooral over grote kunstwer- ken als tunnels en gemalen, gebouwen, schepen en verlichting. Er zijn experts die beslissen wat voor verlichting we in een tunnel plaatsen en die zijn cruciaal om ervoor te zorgen dat in alle tunnels de energiezuinige verlichting terecht komt bij verbouwingen. Zo kun je met gerichte maatregelen veel effect sorte-


6 Nr.1 - 2014 OTAR


ren. Door duurzaam in te kopen berei- ken we heel veel effect. Veel meer dan in onze eigen organisatie. Aannemers ge- bruiken voor de opdrachten van RWS gemiddeld ongeveer 15 keer meer ener- gie dan Rijkswaterstaat zelf.”


Vieze auto gebruiken? De CO2-Prestatieladder kan er soms toe leiden dat er verrassende keuzes wor- den gemaakt. Zo kan het zijn dat een aannemer ervoor kiest om op een pro- ject een viezere auto in te zetten omdat hij die daar maar een uur per dag nodig heeft, terwijl hij een andere klus heeft waar hij 20 uur per dag een auto nodig heeft en daar dus de schoonste op zet. Versteeg: “Het gaat erom dat een aan- nemer heel bewust bezig is met beslis- singen die effect hebben op CO2-uit- stoot, dat hij slimme dingen bedenkt en die in relevante projecten toepast.”


Op dit moment zitten veel bedrijven op de vijfde trede van de CO2-Prestatielad- der, waardoor soms de vraag rijst of de ladder nog wel onderscheidend genoeg is. Mol: “Opdrachtnemers moeten van- uit het laddercertificaat steeds nieuwe maatregelen toepassen in projecten om het certifi caat te behouden en opdracht- gevers vragen per project welke maatre- gelen een aannemer neemt om de CO2 zoveel mogelijk te verminderen. Daar- mee kunnen zij zich nog steeds onder- scheiden”.


Nieuwe producten testen In RWS-contracten wordt bij aanbeste- dingen veel verwezen naar regelgeving


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48