This page contains a Flash digital edition of a book.
Vijf jaar geleden ging Rijkswaterstaat serieus met het thema duurzaamheid aan de gang. Enerzijds was er de wens vanuit de overheid om duurzaam in te kopen. Daarnaast was het een speerpunt van de toenmalige directeur-generaal, Bert Keijts. Om het duurzaam inkopen goed op gang te krijgen, werd gekozen voor een programmatische aanpak. Vorig jaar is het program- ma afgerond en zijn de verschillende deelprogramma’s, waaronder duurzaam inkopen in de reguliere organisatie opgenomen. Roger Mol, directeur Inkoop- en Contractmanagement bij Grote projecten en onderhoud, en Harald Versteeg, manager duurzaamheid, vertellen over deze wijziging. “Je hebt de keten nodig om verandering tot stand te brengen.” Tekst: Astrid Melger


H


et begin van het programma Duurzaamheid was vooral veel pionieren, vertelt Versteeg, die


ook al bij het programma was betrok- ken. “Het was zoeken naar wat werkt als je duurzaam in wilt gaan kopen.” Ei- sen met teveel technische details wer- ken niet, want dan blijft er geen ruim- te over voor innovatieve oplossingen door de markt. Bij onze opdrachten wil- len we daarom zoveel mogelijk functi- oneel specificeren. In de door Agent- schap NL opgestelde criteria worden echter bepaalde technische oplossin- gen voorgeschreven. Mol: “Dat past niet bij de manier waarop wij ruimte aan de markt willen geven.” Versteeg: “Daar- om beslissen wij niet of een brug van hout, staal of plastic wordt, het moet een duurzame brug zijn. De opdracht- nemer zoekt naar de beste oplossing en gebruikt de duurzaamheidcriteria van Agentschap NL als minimumeis. Als je echt ambitie wil, dan is het goed om het ondernemerschap op duurzaamheid los te laten. Daar zit ‘m de crux.”


Appels met peren vergelijken Een uitdaging waar Rijkswaterstaat in het begin van Duurzaam inkopen nog wel eens tegenaan liep, was een te bre- de uitvraag. Op het gebied van duur- zaamheid kun je namelijk een diversiteit aan oplossingen bedenken. Mol: “We waren niet concreet genoeg in de uit- vraag en dan moesten de beoordelings- commissies zaken als een groene keet en een proef met elektrische bedrijfswa-


gens afwegen tegenover hergebruik as- faltgranulaat, zand vervoeren per schip en hydraulisch verpompen. Ook voor experts is het lastig om een objectieve en onderbouwde vergelijking te maken tussen appels en peren.”


Niet de beste willen zijn Ging het in de beginperiode ook nog wel om ‘de beste zijn’, tegenwoordig is die toon helemaal verdwenen. In de tijd is het besef doorgedrongen dat wil je duur- zaamheid goed op de kaart zetten, je vooral veel moet samenwerken. Versteeg: “In de samenwerking met ProRail bijvoor- beeld moet je vooral zoeken naar kansen om elkaar te versterken en niet denken ‘we willen samenwerken, maar wel de beste zijn’. Wij gebruiken de slimme din- gen van elkaar. Bij Rijkswaterstaat weten we bijvoorbeeld veel van grondstoffen en is DuboCalc ooit begonnen, terwijl Pro- Rail de CO2-Prestatieladder heeft ontwik- keld.”


Versteeg en Mol zien dat marktpartijen heel wisselend met duurzaamheid om- gaan. Mol: “We zien bij een aantal bedrij- ven echt ondernemerschap op het ge- bied van duurzaamheid. Als je het ziet als kans om je te onderscheiden, gaat het goed. Maar er zijn ook bedrijven die den- ken ‘CO2-ladder, dat is iets wat de over-


heid bedacht heeft en ik doe het er maar bij.’ Die organiseren het niet handig en voelen het als ballast.” Versteeg vult aan: “Het is goed dat er nu instrumenten zijn om de koplopers te belonen. Als je slim- mere en duurzamere dingen doet, heb je meer kans op werk.”


Samenwerken loont Samenwerken in de keten loont. Als mooi voorbeeld hoe DuboCalc inno- vatie en duurzaamheid stimuleert noe- men ze een zeeweringproject. Op een gegeven moment wist een aantal partij- en in de markt dat er heel veel dijkver- zwaringsprojecten aan zaten te komen. Een van de aannemers is met een be- tonblokkenfabrikant een ontwikkeltraject ingegaan. Enige tijd later kwam er een dijkverzwaringsproject in Zeeland op de markt, waar die aannemer inderdaad de maximale bonus scoorde. Versteeg: “De nummer twee bij de aanbesteding kon niet geloven dat iemand zo’n duurzaam blok kon maken. Hij had alle fabrikanten benaderd en nergens zoiets duurzaams gevonden. De nummer één had een ex- clusieve deal met de fabrikant en die kon dat product dus niet aan een andere aannemer verkopen. Het loont als je sa- men gaat dingen ontwikkelen. Dan krijg je werk omdat je iets slimmers hebt be- dacht dan je concurrent.”


‘AANNEMERS GEBRUIKEN VOOR DE OPDRACHTEN VAN RWS GEMIDDELD ONGEVEER 15 KEER MEER ENERGIE DAN RIJKSWATERSTAAT ZELF’


Nr.1 - 2014 OTAR O Nr.1 - 2014 TAR 5


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48