This page contains a Flash digital edition of a book.
Auke Vleerstraat Enschede, Haitsma Beton


D


e prefab betonindustrie erkent het zelf als eerste: be- ton heeft de wind mee gehad in de afgelopen de- cennia. Het aantal bruggen en viaducten dat moest


worden gerealiseerd vanaf de jaren ’60 in Nederland is ex- ponentieel gegroeid. De toenemende infrastructuur over weg, spoor en water was het antwoord op mobiliteit voor het woon- werkverkeer, de doorvoerfunctie en de hoge economische ac- tiviteiten. Dat betekent veel viaducten en in een waterrijk land heb je bovendien veel bruggen nodig. Ook in dorpen en ste- den werd en wordt een veelheid aan verkeersbruggen, fi ets- en wandelbruggen geplaatst.


Prefab: kostenbeheersing Prefab beton pikte bij die hausse meer dan zijn graantje mee. Belangrijkste reden: de standaardisatie en repetitiefac- tor van prefab liggers leidt tot kostenbeheersing. Karel Bus, Account Manager van Haitsma Beton: “Binnen de stan- daard van prefab elementen is ook variatie mogelijk, zodat ook aan specifi eke wensen van constructie en ontwerp kan worden beantwoord. De prijs was vroeger toonaangevend in het totstandkomingproces van bruggen en viaducten. Nu zie je dat naast de prijs, ook zaken als kwaliteit, just in time le- vering, snelheid van monteren, veiligheid en minimale over- last voor de omgeving en het weg-, spoor-, en scheepvaart- verkeer zwaar meewegen. Daarnaast geven contracten als Design&Construct en Design-Finance-Build-Maintenance veel mogelijkheden om prefab beton op een doelmatige en econo- mische manier te engineeren, te produceren en te monteren.” De markt raakt vertrouwd met deze criteria en contractvormen en kan via objectieve maatstaven tot een afgewogen materi- aalkeuze komen voor het beoogde ontwerp en de constructie.


‘DE MATERIAALKEUZE KAN NIET ‘EVEN’ AAN HET EIND VAN HET ONTWIKKELINGSPROCES WORDEN GEMAAKT’


Waarbij aangetekend moet worden dat ontwerp, constructie en materiaal een zodanige drie-eenheid vormen, juist bij brug- gen en viaducten, dat de materiaalkeuze niet ‘even’ aan het eind van het ontwikkelingsproces kan worden gemaakt. Dan doet men zichzelf tekort voor de meest succesvolle oplossing. Succesvol in alle opzichten: functioneel, economisch, esthe- tisch, onderhoudtechnisch, levensduur et cetera.


Het keuzecriterium duurzaamheid wint snel terrein. Op- drachtgevers, ontwerpers, constructeurs en beheerders van bruggen en viaducten zijn geïnteresseerd in de vraag hoe milieuvriendelijk en duurzaam hun bruggen zijn. Wat is de le- vensduur van een materiaal als beton? Steekt de LCA (levens- cyclusanalyse) van beton gunstig af ten opzichte van andere materialen? Hoe zit het met de ecologische footprint, de crad- le2cradle-fi losofi e en kan beton, dat is opgebouwd uit natuur- lijke grondstoffen, worden gerecycled?


Onafhankelijk onderzoek Een recente LCA-studie door onderzoeksbureau BECO naar de levenscyclus van vier materialen die worden toegepast in bruggen en viaducten, toont objectief aan dat beton ook zeer goed scoort. Ir. Ton Pielkenrood, directeur van de BFBN, de brancheorganisatie voor prefab betonproducenten: “Dergelij- ke studies bieden in veel gevallen uitkomsten waar ieder zijn


Nr.1 - 2014 OTAR O Nr.1 - 2014 TAR 39


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48