search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Tekst: Özcan Akyol


055 Handel


Op een dag torste mij n moeder mij met grote tegenzin mee naar het St. Jozef Ziekenhuis in Deventer, waar ze iedere doordeweekse avond een afdeling schoonmaakte, zodat mij n vader op een volwaardige manier invulling kon geven aan zij n parttime alcoholisme. Ik was twaalf, een beetje bangig, en tegelij ker- tij d ook het bevoogdende karakter van mij n moeders opvoeding zat, vooral omdat ze haar twee andere zonen, mij n broers, min of meer had afgeschreven; ze konden doen en laten wat ze wilden. We fi etsten door de kou naar haar


werk. De straten waren donker en mis- tig. Achter elk raam schenen de lichten van een televisietoestel. ‘Je moet opschieten, anders komen


we te laat’, riep mij n moeder. ‘Mag ik in de fi etsenstalling wachten tot je klaar bent?’ Ze kneep voor een stoplicht hard in mij n arm. ‘Ben je mal? Buiten het gebouw lopen allerlei ongure types, ze zullen je overvallen als ze de kans krij gen.’ ‘Wat moet ik in dat ziekenhuis doen? Ik hoor daar niet.’ Ze had er geen boodschap aan. Door-


dat er niemand thuis was, om uiteen- lopende redenen, nam ze me mee naar haar dienst, simpelweg vanwege de vrees dat me iets zou overkomen. In het ziekenhuis verbaasde ik me


over mij n moeder, die alle beveiligers van de receptie amicaal begroette en drie of vier elektronische deuren met een pas opende waarvan ik niet eens wist dat hij bestond. Deze vriendelij k- heid en zelfstandigheid zag ik thuis nooit. Toen we de andere schoonmaaksters


ontmoetten, in de bedrij fskantine, kreeg ik al snel rode koontjes, omdat ze om de beurt in mij n wangen knepen, allemaal met de toevoeging dat ik enorm was ge- groeid. Sommige vrouwen droegen een hoofddoek, anders dan mij n moeder. ‘Loop achter mij aan’, beval ze. ‘Op


deze ellendige plek ben je ook ter wereld gekomen.’ ‘Ik heb er niet om gevraagd’, antwoordde ik. De sfeer van thuis zat er meteen in. Mij n moeder pakte haar schoonmaakspullen, trok haar werkkle- ding aan en ging als een bezetene langs alle behandelkamers. Ik keek op mij n


horloge van Casio en besloot dat ik zelf iets moest doen om de tij d te versnellen, want het zou allemaal niet opschieten als ik mopperend en met zelfmedelij den achter haar bleef aanlopen. In onze wij k hadden sommige jongens


inmiddels een handeltje. De meesten hosselden kleding, maar evengoed was er een groot aanbod aan elektronica. Ik bleef achter op hen, totdat ik die bewus- te avond in het ziekenhuis los en vast allerlei dokterspullen zag liggen die ik alleen van televisie kende. Iedere keer als mij n moeder in een


afgesloten ruimte het zweet uit haar gebochelde lichaam werkte, stopte ik iets anders in mij n jaszakken, variërend van hartslagmeters en pipetten tot rub- beren handschoenen en fl acons met 100 procent alcohol erin. Ik dacht, met mij n kinderlij ke brein, dat ik mij n vader mis- schien ooit een plezier zou kunnen doen met dat laatste. Na twee uur verlieten mij n moeder en ik het ziekenhuis weer. In de buurt was veel belangstelling


voor mij n handel. Ik begreep dat zelf niet zo goed. ‘Wow’, zei Mehmet. ‘Die spuiten kan ik aan dealers verkopen.’ ‘Heb je geen aspirines?’, vroeg een ande- re vriend. ‘Mij n moeder denkt altij d dat ze ziek is, een stash zou enorm welkom zij n.’ Met mij n opbrengst ging ik naar de cafetaria en kocht ik blikjes cola in


Eindelijk telde ik een soort van mee


de schoolpauze. Een week later moest ik weer met mij n moeder mee. Deze keer sputterde ik niet tegen. De jongens in de buurt begonnen me ‘dokter’ te noemen. Eindelij k telde ik een soort van mee. Een maand later lagen mij n broers en


ik voor de televisie, terwij l mij n vader bier aan het drinken was op de bank, ongeveer twee meter achter ons. De deur klapte open. De koude lucht stroomde naar binnen. Mij n moeder keek ons alle- maal met een bedrukt gezicht aan. ‘Wat heb je gedaan?’, vroeg ze aan mij . ‘Ik ben naar school geweest en heb mij n huiswerk gemaakt.’ ‘Je weet best wat ik bedoel, je hebt


gestolen. Ze hebben camerabeelden, de mannen van de receptie. Er zij n spullen weg, duur instrumentarium en alcohol van de dokters.’ Mij n broers keken me verwonderd


aan, alsof ze zich nu pas bewust werden van het feit dat ik een handlanger van hen kon worden. Mij n vader schraapte zij n keel; hij liet nooit een kans onbenut om te preken. ‘Waarom heb je die alco- hol niet aan mij gegeven? Je krij gt straf.’ Het was een kleine gemeenschap.


Bovendien woonden veel van mij n moeders collega’s bij ons in de wij k. Daarom wist algauw iedereen wat ik had uitgespookt. Vreemd genoeg werkte dat allemaal statusverhogend. Mij n repu- tatie groeide. De enige die er blij vende schade aan overhield, was mij n moeder, die er op het werk altij d aan herinnerd zou worden.


Özcan - ‘Eus’ - Akyol (Deventer 1984) is schrijver en columnist. Zijn romans Eus en Turis waren bestsellers. Dit jaar schreef hij het veelbesproken Boeken- weekessay Generaal zonder leger. Als opiniemaker is Akyol geregeld te zien in televisieprogramma’s en te horen op de radio onder andere in het bekroonde Onze man in Deventer.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108