search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Tekst: Martijn Reinink Beeld: Tamar Smit


027


H Medische blik


op het milieu


De aandacht voor milieu en klimaat was nog nooit zo groot. Aan- dacht voor het medische specialisme dat zich bezighoudt met milieu- factoren in relatie tot gezondheid – de medische milieukunde – blijft daarmee vergeleken ver achter. “We mogen onszelf best wat meer op het podium plaatsen.”


et werk van Arts M&G medische milieukunde Laurens Severijn Hon- dema GGD Amsterdam ziet er totaal anders uit dan vóór COVID-19. Na de uitbraak springt hij bij op


de afdeling infectieziekten. “Ik heb gehol- pen in het belcentrum waar telefonisch de indicatie wordt gesteld of er getest moet worden op de COVID-19-infectie.” Gaandeweg komen ook wat onderwerpen langs die raken aan zijn vakgebied, de medische milieukunde. Of COVID-19 via ventilatiekanalen kan worden verspreid, is bijvoorbeeld een vraag die op zijn bureau belandt. “Onaannemelijk op basis van de huidige studies”, zegt Hondema daarover. En of mensen wel in oppervlak- tewater kunnen zwemmen dat mogelijk COVID-19-deeltjes bevat na overstort van het riool? “Uit een voorlopige inschatting blijken andere ziekteverwekkers een groter risico te zijn dan het coronavirus. Een plons in de sloot wordt er, zoals het nu lijkt, dus niet onveiliger op.” Arts M&G medische milieukunde


Henk Jans, vanaf 2000 voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Medische Milieukunde (NVMM), geeft aan dat niet


al het reguliere medisch milieukundige werk wijkt voor COVID-19. “Kan ook niet. Incidenten met mogelijke impact op de leefomgeving doen zich natuurlijk ook in deze tijd gewoon voor. Denk aan de droogte en de daarmee samenhangende aanhoudende natuurbranden met directe overlast voor de omgeving en met indi- rect ook gevolgen voor de luchtkwaliteit.” Al is ook Jans wel betrokken bij ‘CO- VID-19-vraagstukken’. Een daarvan gaat over de invloed van bestaande luchtver- ontreiniging op de snelle verspreiding en de impact van het virus in bepaalde delen van Nederland, zoals Noordoost-Brabant. “De vraag is of het aanwezige fijnstof, af- komstig van bijvoorbeeld de veehouderij, gezien moet worden als mogelijke drager van het virus en/of dat in gebieden met meer luchtverontreiniging meer kwets- baren met longaandoeningen wonen.” Brabant is voor Jans bekend terrein.


Jarenlang heeft hij voor de GGD’en in deze provincie gewerkt. Nu is hij er als zzp’er actief. Ooit was hij een van de eer- ste ‘milieuartsen’ in Nederland. In 1977 werd medische milieukunde als tak van de sociale geneeskunde erkend, maar na het gifschandaal in Lekkerkerk kreeg het vakgebied begin jaren tachtig een boost.


“Mensen werden ziek van wat er in de bodem zat en niemand wist hoe ermee om te gaan”, brengt Jans in herinnering. “Dan kun je dat met stoffer en blik en een stethoscoop oplossen, maar een structu- rele oplossing zou met het oog op de toe- komst beter zijn.” Volledig gefinancierd door de overheid begon een groep van elf artsen in 1986 aan een vierjarige oplei- ding tot medisch milieukundige. Jans: “Ik had scheikunde en geneeskunde gestu- deerd. Wilde gynaecologie gaan doen, maar dan moest ik eerst weer promove- ren. Ik had schulden zat. Ik wilde aan het werk en dit vak paste bij me.”


Niet in de rij Na die eerste lichting heeft de opleiding lange tijd stilgelegen. Volgens Jans omdat “de GGD’en zelf moesten gaan betalen en niet direct wilden investeren”. Om de benodigde instroom in publieke gezond- heidsopleidingen te bevorderen, besloot VWS in 2002 om medische milieukunde en een aantal andere profielopleidingen te subsidiëren. Het leidde tot een stijging van het aantal artsen medische milieu- kunde, al werden niet alle beschikbare opleidingsplaatsen – slechts twee of drie per jaar – bezet. “De laatste jaren lukt het meestal wel weer om deze plekken te vul- len”, weet Jans. “Ook omdat artsen vanaf 1 januari 2019 gedurende de opleiding tot arts M&G niet meer direct in dienst zijn bij een GGD, maar bij één werkgever, de SBOH. Al is het nog steeds niet zo dat artsen in de rij staan voor het vakgebied.” De hele beroepsgroep bestaat momen-


teel uit vijftien geregistreerde artsen medische milieukunde. Er zijn er negen


<


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108