search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Tekst: Splinter Chabot


053


Splinter Chabot (Den Haag 1996) is programmamaker en tv-presentator en debuteerde dit jaar als schrijver met de succesvolle roman Confettiregen. Hoewel de hoofdpersoon in het boek anders heet, betreft het een autobio- grafi sch verhaal over Chabots coming-out en de weg ernaartoe.


Goede heks


Vanuit het raam in mij n Amsterdamse appartement zag ik dat het pleintje eerder was opgestaan dan de rest van de stad. Of op z’n minst eerder was opge- staan dan de rest van buurt. De bomen stonden in hun vertrouwde houterige houding, de stille stenen hadden zichzelf gerangschikt en de bankjes hadden zich- zelf uitnodigend uitgestrekt. Wat betreft het pleintje was de dag al uren geleden begonnen. Nu de mensen nog. Ik bleef even kij ken, wachtend op


een gedachte die nog moest komen, maar er nog niet was. De bladeren zaten baldadig en treurloos aan de takken; zij wisten dat ze er de komende periode veilig zaten. De komende tij d hoefden ze niet te vrezen voor verlating. Al was het onoverkomelij k dat versgroen over zou gaan in vermoeidgroen. Maar voor dat verval was het nu nog geen tij d, nu tikte de klok keurig vrolij ke uren weg. Ik moest aan mij n moeder denken. En


aan vroeger. Toen ik nog thuis woonde, toen ik nog kniehooggroot was. Ik had twee oudere broers en één broertje. Ik dacht dat we voor altij d samen in één huis zouden wonen. Het was langer ge- leden dan ik had gewild dat het was. En ik dacht aan wat ik toen dacht te weten en dacht te begrij pen. Toen de wereld klein was, ophield bij de woningen die je aan de achterkant van ons huis, als je op het balkon ging staan, kon zien. Achter die rij huizen, waar andere mensen met ander licht woonde, stopte de werkelij ke wereld en begon de fantasie. De grens van het een kan het onbegrensde van het andere zichtbaar maken, realiseerde ik me. Maar die fantasie bestond, zonder dat ik dat wist, ook in ons eigen huis. Als kind dacht ik namelij k dat mij n moeder kon toveren, later leerde ik helaas dat het anders zat. Ze is arts. Maar dat woord kende ik nog niet en toen ik het wel kende, had


het nog geen betekenis, nog geen gren- zen. Nog geen defi nitie die lang geleden door iemand anders was bepaald. Het woord was nog niet vastgebeiteld in mij n hoofd, maar eerder een samenraapsel van klanken waar ik, net als blokken en ander speelgoed, zelf mee kon spelen. Waardoor mij n fantasie niet blindelings


Een Dahlse heks maar dan van het goede soort


beteugeld kon worden. Wat ik wél wist, is dat mij n mama mij beter kon maken. Daarom was onze mama magisch. Want ze kon toveren. Ons altij d beter maken als we slechter gingen. Soms had ze drankjes. Soms druppels. Pilletjes en pleisters. Een Dahlse heks, maar dan van het goede soort. Wat eng was, haalde ze weg. Ze had geen toverstaf nodig, nee, de magie zat in haar lichaam verstopt. In haar botten en haar spieren. En het meest magische was als ze haar hand gebruikte of een kus gaf. Ik herinnerde me een voorval. Ik had


buikpij n gehad. Of last van mij n knie. Of misschien was het een schaafwond. En- fi n, wat het ook was, voor een kinderwe- reld was het groot leed. ‘Hier’, zei mij n moeder, ‘hier, lieverd, neem dit maar.’ En ik zag hoe ze uit een klein karton- nen, kleurrij k doosje, kleurrij ke pillen tevoorschij n haalde. Rood, roze, geel, blauw, groen. ‘Neem deze maar’, zei ze. Ik kreeg een roze pilletje in mij n hand. ‘Slik maar door en de pij n zal vluchten, zo je lichaam uit, en ik zal die pij n vangen en zorgen dat die je nooit meer zal pakken’, zei mij n moeder terwij l ik het pilletje doorslikte en de pij n voelde vluchten. Als kinderen wisten wij : mama kan toveren, mama is een


heks, een goede heks. Later leerde ik dat de kleurrij ke pilletjes Smarties waren. Mama had altij d een doosje confetti- chocolade achter de hand. ‘Als je botten zwaar gaan, help ik je


dragen’, schreef mij n vader voor haar ooit in een gedicht. Nu gaat haar rug zwaar. Niet alleen haar zorgen voor haar kinderen, maar ook de jaren beginnen sporen achter te laten. Haar rug gaat zwaar en lij kt minder te kunnen dragen dan hij zou moeten dragen. Alsof er in een machine materiaal moet worden vervangen. Maar materiaal in een moe- dermachine vervangen, dat gaat niet. Het moment is aangebroken dat ik zo


graag voor haar zou willen toveren. Dat ik haar een kleurrij k pilletje kan geven. Zodat ze weer ongeremd kan huppelen. Maar ik ben te groot geworden, heb te veel geleerd en begrij p te veel waardoor ik dat niet meer kan doen. Ik leerde lang- zaam dat zelfs magie grenzen kent. En toveren soms alleen in boeken bestaat. Opeens vloog de gedachte waarvan


ik niet wist dat ik die zocht, bij me naar binnen. Tien getallen. Het telefoonnum- mer van mij n moeder. Als een spreuk. Vandaag mogen we toch toveren. Ik pak- te mij n mobiel en typte de spreuk in. Het enige nummer dat ik uit mij n hoofd ken. Het recept wat ik kon voorschrij ven. Heel even haar rug versterken, haar


bellen, en zelf even toveren. ‘Dag lieverd’, hoorde ik onvermoeid


aan de andere kant van de lij n. En ik wist het weer. Goede heksen bestaan. En die worden arts. Niet andersom.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108