This page contains a Flash digital edition of a book.
WATERBOUW


Afsluitdijk


De opknapbeurt voor de Afsluitdijk werd afgelopen februari gegund aan het Levvel-consortium, van de bouwers BAM en Van Oord (met fi nanciers PPGM en Rebel Group). Ze schreven in voor een bedrag van 549 miljoen euro. Het plafondbedrag van Rijkswaterstaat was 630 miljoen euro (hogere biedingen zijn meteen ongeldig). Doorslag bij de gunning gaf het beton- nen ‘levvel-blok’, dat in een aantal van 75 duizend stuks (elk 6500 kilo zwaar) het hart van de dijkversterking moet vormen. Pluspunt was ook de vergrote afvoercapaciteit: de spuisluizen worden uitgebreid en er worden pompen ingebouwd. Vanuit het principe ‘spuien als het kan, pompen als het moet’ is aan- zienlijk minder pompenergie nodig.


De bouwcombinatie VolkerWessels/Boskalis scoorde hoger op de emvi-aanbestedingsladder (economisch meest voorde- lige inschrijving, en was kwalitatief dus beter) maar greep mis vanwege een meerprijs van 10 miljoen euro. De andere verlie- zer was de Amerikaanse bouwer Fluor, dat het megaproject in zijn eentje probeerde binnen te halen. In 2023 moet het werk klaar zijn.


De heftorens lichtten op door de koplampen van passerende auto’s. Een lichtkunstwerk van Daan Roosegaarde kondigde begin dit jaar de renovatie van de Afsluitdijk aan.


Het ei van Columbus van het Levvel-consortium:


het speciaal ontworpen Levvel-blok dat de Afsluitdijk overslagbestendig moet maken.


ligt het risico bij de bedrijven. Ruijs van DIF kan weinig over de zeperd in IJmuiden zeggen. “Kostenoverschrijdingen zijn in principe niet voor ons, de risico’s zijn voor de aannemers. We kijken wel mee naar de technische kant, maar voor de uiteindelijke technologiekeuze leunen we op de bouwers. De goedkoopste oplossing hoeft inderdaad niet altijd de beste te zijn. Maar ik blijf geloven dat DBFM de meeste duurzame en kosteneffectieve oplossing oplevert. Omdat zijn constructie wel 25 tot 30 jaar mee moet kunnen, streeft een bouwer naar de meest robuuste toepassing met hoogwaardige materia- len. Daar zijn de inkomsten op gebaseerd. Aan het eind van de contractperiode geldt doorgaans een teruggaveverplich- ting, ook dan worden hoge kwaliteitseisen gesteld.”


Duurder


Hoogleraar Matthijs Kok van de TU Delft volgt de grote waterbouwprojecten in ons land vanuit zijn specialisme van waterveiligheid. Volgens Kok kleven er nadelen aan DBFM- contracten. “Natuurlijk schrijven aannemers scherp in. Dat heet marktwerking. Ze moeten immers werk hebben. Alleen vraag ik me af of je met private fi nanciering van publieke infrastructuur voor de belastingbetaler niet veel duurder uit bent, dan wanneer de overheid zelf geld op de kapitaalmarkt leent, wat veel goedkoper is. Daarom ben ik er niet zo’n groot voorstander van. Private fi nanciers lopen risico en willen daar een goed rendement voor terug. De rekening komt bij de be- lastingbetaler te liggen.” Volgens Ruijs leert de ervaring juist dat de overheid met DBFM goedkoper uit is, en dus ook de belastingbetaler. “Natuurlijk kan de overheid projecten prima fi nancieren met de uitgifte van staatsobligaties. Maar overhe-


18 WATERFORUM NR 4


den kunnen dergelijke projecten vaak niet op korte termijn uit hun eigen zak betalen. Het gaat immers om miljarden, als je meerdere projecten tegelijk wilt realiseren. Als je de kosten voor een project kunt uitsmeren over een periode van der- tig jaar is de last voor de gemeenschap minder zwaar. Ons rendement is bovendien maar een beetje hoger dan het ren- dement op staatsobligaties, terwijl het voordeel voor de over- heid is dat de risico’s volledig bij de markt komen te liggen. Daar mag best iets meer tegenover staan.”


Afsluitdijk


Met de Afsluitdijk is nog een mega-waterwerk in de markt gezet. De geplande renovatie van de 32 kilometer lange his- torische waterkering is ooit heel ambitieus begonnen met een prijsvraag voor bedrijven. Het leverde een kleurrijke proef- tuin vol gedurfde technologische innovaties op, met onder meer een blue energy-centrale en een eilandenarchipel in het


Matthijs Kok, TU Delft:


“Als de aannemer met een goedkope oplossing komt, wil je aangetoond zien dat zijn model om de veiligheid te borgen deugt.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48