This page contains a Flash digital edition of a book.
COLUMN


Wie niet mee vergadert, wordt genaaid


Column Jac van Tuijn, hoofdredacteur


Onlangs las ik in een krantencolumn dat de jongeren ontbre- ken in het politieke debat over pensioenen. Het debat wordt gedomineerd door de 50Plus-partij. De columniste conclu- deerde dat vakbonden en werkgevers in het polderoverleg wel aan tafel zitten, maar dat daarin de jongeren zijn onderverte- genwoordigd. Verder schreef ze: als er wordt gepolderd over iets dat meer mensen aangaat dan waarvoor plaats is aan tafel, moet je opletten wie er niet mee vergaderen. Die worden namelijk genaaid. Ik las de column net nadat ik was terug- gekeerd van de IFAT vakbeurs in München, waar ik enkele fora had gevolgd over nieuwe ontwikkelingen rond waterbe- handelingstechnologie. Het was me opgevallen hoe groot de verdeeldheid is binnen de Europese Unie rond thema’s als microverontreinigingen en fosfaatterugwinning. Zeer actuele thema’s waarmee blijkbaar alle EU-lidstaten op hun eigen manier bezig zijn. En wat betreft de watertechnologie is iede- reen bezig het wiel uit te vinden, zo bleek heel duidelijk op de vakbeurs.


Vooral geen milieu-eisen Beleidsmatig gaat het over ‘opkomende stoffen’ en over ‘cir- culaire economie’. Ruim gekozen begrippen die het moge lijk moeten maken om met een brede groep belanghebbenden te kunnen polderen over een gezamenlijke aanpak. Het adagio: niets mag verboden worden en er mogen zeker geen aan- vullende milieu-eisen komen die de markt kunnen schaden. Tijdens het IFAT-forum over microverontreinigingen maakten beleidsmakers van Duitsland, Frankrijk en Nederland vooral duidelijk dat ieder op zijn eigen manier aan het polderen is over een nationale strategie. Ook bleek duidelijk de afkeer van de Zwitserse aanpak, met hun wettelijke plicht voor een aanvullende vierde trap op 100 rwzi’s. Aan een poldertafel wordt dit blijkbaar vooral gezien als een voorbeeld van hoe het niet moet.


Brusselse spagaat Terwijl de lidstaten bezig zijn met het uitdokteren van ieder hun eigen strategie, houdt Brussel zich afzijdig. Zo kan het dat in Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Nederland op rwzi’s al wel aanvullende zuiveringstrappen worden gebouwd zonder dat er een Europese consensus is over de lozingseisen waar- aan zo’n vierde trap moet voldoen. Op IFAT bleek dat de


leveranciers van watertechnologie hierover vaak in het duister tasten. Om welke microverontreinigingen gaat het eigenlijk? Zijn het de medicijnresten, de pesticiden, of de zeer zorgwek- kende stoffen? Bij uitstek zaken om op Europees niveau te re- gelen, maar zolang de lidstaten polderen, komen er geen lo- zingseisen. Brussel kijkt afwachtend naar de hoofdsteden, en de hoofdsteden op hun beurt naar Brussel. Intussen kunnen watertechnologiebedrijven hun zuiveringstechnologie niet ver - der ontwikkelen.


Niet aan tafel Binnen de Europese Unie wordt wel veel gesproken over inno - vatie. Met veel enthousiasme worden overal pilots uitgevoerd en buitelt de ene nieuwe techniek over de andere. Van pilot naar pilot, zonder tijd om een techniek uit te ontwikkelen en marktrijp te maken. En dat gaat ook niet gebeuren zolang watertechnologiebedrijven geen zekerheid hebben of ze hun investeringen terugverdienen. Als we de watertechnologie als sector serieus nemen, moeten ook hun belangen worden be- hartigd en dat kan het beste met heldere lozingsnormen. Bij voorkeur op Europees niveau. Maar aan de poldertafel over microverontreinigingen en medicijnresten zitten vooral be - leidsmakers van de ministeries en lobbyisten van producenten. Vreemd genoeg is bij het opzetten van een strategische aanpak geen stoel beschikbaar voor watertechnologieleveranciers.


Laat je niet naaien


Deze afwezigheid ligt voor een deel ook aan die leveranciers zelf. Het zijn vooral kleine ondernemingen die al blij zijn als hun portefeuille voor de komende twee jaar vol zit en met de enorme hoeveelheid pilotprojecten lukt ze dat aardig. Maar structureel klopt het niet. Om met de woorden van de kran- tencolumnist te spreken: ze worden genaaid. Daarom mijn oproep aan de watertechnologiesector. Claim die stoel aan tafel en praat als sector mee. Dat het anders kan, bewijst de aanpak van de lozingen door Nederlandse glastuinders. Er is een duidelijke verplichting gesteld voor de verwijdering van 95 procent van alle bestrijdingsmiddelen uit het afvalwater. Tuinders en watertechnologiebedrijven hebben tien jaar de tijd gehad om hier naartoe te werken. Inmiddels is er een lijst van zeventien zuiveringstechnieken die aan dit criterium voldoen en die op de markt beschikbaar zijn.


WATERFORUM JUNI 2018 11


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48