search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Nederlands-Indië en Korea


zouden vechten ‘op de gevaarlijkste punten, als een fair middel tot reha- bilitatie en een supreem bewijs, dat zij inderdaad voor hun land en volk wilden en willen vechten.’ Zo zouden de oud-SS’ers dus fungeren als een soort plaatsvervangers, in de verwachting dat het gros zou sneu- velen. De regering nam kennis van het bisschoppelijke voorstel, om het daarna terzijde te leggen. Een der- gelijk plan was zo kort na de oorlog politiek en maatschappelijk gezien eenvoudigweg onverteerbaar. Inderdaad waren veel Nederlan- ders die voor de Duitsers hadden gediend wel degelijk bereid om in Nederlands-Indië te gaan vechten. De redenen varieerden. Het leven in de interneringskampen was natuur- lijk geen pretje. Vooral jongens die op heel jeugdige leeftijd in Duitse dienst waren gegaan, werden vaak vrijgesteld van rechtsvervolging. De overheid riep deze jongens ver- volgens gewoon op voor de dienst- plicht. Weer anderen glipten door de screening of de mazen van de wet. Sommigen profiteerden van de administratieve chaos zo kort na de bevrijding. “Natuurlijk blijft het een schatting, maar ik kom uit op zes- honderd tot duizend mannen met een Duits krijgsverleden voor Neder- lands-Indië en veertig tot zeventig mannen voor de Nederlandse deel- name aan de Koreaoorlog”, aldus Valk.


Persoonlijke ballast In hoeverre deze mannen oprecht


spijt hadden, is lastig te zeggen. Een aantal was er ongetwijfeld trots op te hebben gediend in een keurkorps als de SS en zelfs in het ooit mach- tigste leger ter wereld. En begingen ook Nederlandse soldaten soms geen misdaden tijdens de dekoloni- satieoorlog? Overtuigde nationaal- socialisten lijken de meesten niet te zijn geweest, stelt Valk. Ze waren vaak erg jong, afkomstig uit gebro- ken gezinnen en verleid door de Duitse propaganda. Niet meer dan een derde kwam uit pro-Duitse gezinnen. Na de oorlog zochten ze opnieuw naar avontuur en de kame-


raadschap onder frontsoldaten. Zo hoorden ze weer ergens bij. Aarden in de burgermaatschappij lukte velen toch al niet. Het zijn eigenlijk argumenten van alle tijden voor dienstneming in legers. “Van een uitgesproken wens tot boetedoe-


‘Het boek had 20 of 30 jaar geleden meer heisa veroorzaakt’


ning en rehabilitatie heb ik weinig gemerkt”, benadrukt Valk. Soms speelde anticommunisme een rol – zeker voor de Koreagangers – en soms wilde men zo het Nederlander- schap terugverdienen. Natuurlijk liepen de mannen die voor de Duitsers hadden gediend niet met deze persoonlijke ballast te koop. Al helemaal niet in Neder- lands-Indië, zo kort na de bevrij- ding. De tijdskloof tussen bevrijding en de Koreaoorlog was alweer wat ruimer. Bovendien was de Koude Oorlog inmiddels uitgebroken en niemand hoefde te twijfelen aan de anticommunistische papieren van de oud-SS’ers.


‘Hij was ex-SS’er!’ Maar de medesoldaten hadden


natuurlijk vaak sowieso al wel hun vermoedens. Veel oud-SS’ers hadden bijvoorbeeld de bloedgroeptatoeage onder hun oksel weggesneden, wat een opvallend litteken opleverde. De meeste strijdgenoten accepteerden echter hun aanwezigheid. De reden daarvoor was vooral een praktische: door hun training en gevechtser- varing waren het gemiddeld prima soldaten, die aan het front uitermate bruikbaar waren. ‘We hebben er een gehad in ons peloton, werkelijk, het is fantastisch’, herinnerde een Nederlandse onderofficier zich. ‘Die knaap is teruggegaan om gewonden en lijken op te halen in zijn eentje. Hij was ex-SS’er!’ Ook Valk conclu-


deert dat de oud-SS’ers doorgaans de betere soldaten waren. Werd hun achtergrond ontdekt, dan stuurden commandanten ze alleen om deze reden al zelden terug naar Neder- land. Dat gold helemaal voor het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN), waar zeker vanaf de tweede rotatie het gebrek aan vrijwilligers steeds nijpend was. “Zo blijkt maar weer”, concludeert Valk, “hoe bijzonder de context van leven en dood aan het front is. Moed en vakmanschap zijn er een duur goed.” Valk: “Ik denk dat een boek als Vech- ten voor vijand en vaderland twintig of dertig jaar geleden meer heisa zou hebben veroorzaakt.” Parallel aan ons steeds genuanceerdere (‘grijze’) beeld van de Tweede Wereldoorlog, verzachtte ook ons beeld van de Nederlanders die Duitse uniformen hebben gedragen. Anno 2006 was het bijvoorbeeld mogelijk om Neder- landse voormalige SS’ers in een documentaire aan het woord te laten en zelfs door Indië- en Koreavetera- nen te laten prijzen. De oud-wapen- dragers in Duitse dienst werden doorgaans ook niet geweerd bij reü- nies. Hoe ongemakkelijk misschien ook, stille acceptatie was de meest bewandelde weg, aldus Valk. “Een keuze die alles overziend wel te begrijpen valt.”


De auteur, voorzitter Gerrit Valk (r), en directeur Ludy de Vos van het Veteraneninstituut ontvangen minister van Defensie Ank Bijleveld tijdens haar bezoek aan de veteranenorganisaties in Doorn, 26 januari 2018.


april 2018 27


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65