search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
dee dat we Duitsers’


had ik nooit in militaire dienst gehoeven.” Samen met negen man uit Selfkant verscheen hij bij de keu- ring in Roermond, slechts drie man werden goedgekeurd. Lippertz ver- telt lachend: “Ik was meer Duitser dan Nederlander. Toen ik de eerste keer met de militairen stramstond voor het Wilhelmus dacht ik: ik ben meer van Duitsen bloed dan jullie.” Twee jaar later, in 1963, hoorde Self- kant, na betaling van 280 miljoen Duitse mark aan Nederland, weer bij Duitsland. Lippertz was toen net teruggekeerd uit Nieuw-Guinea.


Nieuw-Guinea Na een basisopleiding bij de Lim-


burgse Jagers in Venlo en een opleiding tot vrachtwagenchauf- feur was Lippertz een van de eerste dienstplichtigen die verplicht naar Nieuw-Guinea moesten. Stiekem wilde hij zich eigenlijk al eerder als vrijwilliger aanmelden, maar hij wist dat hij dat van thuis nooit had gemogen. Maar nu moest hij. Met de KLM vloog hij in juli 1961 naar Biak van waaruit hij naar de kazerne in Sorong ging. Met zijn DAF ver- voerde hij voedsel en manschap- pen van de haven naar Sorong. De totaal andere cultuur deed hem weinig. Hij was nooit bang, hij was wel wat gewend als boer. Lippertz: “Een keer ben ik in Nieuw-Guinea overvallen door heimwee toen ik vanaf een schip in de haven op radio Norddeich het lied Kein Land kann schöner sein van René Carol hoorde.” Wachtlopen heeft hij maar een paar keer hoeven doen en aan de gevech- ten nam hij ook niet deel. Maar half juni 1962 hoorde hij wel opeens schoten van dichtbij in het oer- woud. Twee kameraden, korporaal Phijl en soldaat Pouw, bleken tij- dens een vuurgevecht met Indone- sische para-infiltranten gesneuveld


te zijn. “We hebben ze in Sorong begraven en later weer op moeten graven om ze in een loden kist naar Nederland te vervoeren. Van Phijl weet ik dat hij vier maanden later met militaire eer is herbegraven in Vaals.” Omdat er steeds meer Indonesische infiltraties waren, werd het voor de Nederlanders militairen in Nieuw- Guinea alle hens aan dek. Daarom werd Lippertz’ uitzending eerst met twee en later nog eens met vier maanden verlengd. Pas eind 1962 keerde hij terug naar Nederland, als een van de laatsten. In Nieuw- Guinea had hij ondertussen trouw iedere week naar zijn vriendin geschreven, maar hij was amper weer thuis of zij maakte het uit. Hij kon ook meteen weer aan de slag op het boerenbedrijf. Ondertussen lie- pen de conflicten met zijn stiefvader steeds hoger op. Uiteindelijk gaf hij de brui aan het boerenwerk en werd buschauffeur. Lippertz: “Ik was het liefst altijd weg.” Nog steeds rijdt Lippertz regelmatig, hij is inmiddels 76 jaar oud, met heel veel plezier op een lijnbus in zijn regio. Het is zijn grote passie.


Volkstrauertag De Nederlandse dodenherdenking


op 4 mei en Bevrijdingsdag zeggen hem niets. Lippertz: “Ik pas daar niet in, in dat idee dat we bevrijd zijn van de Duitsers. Ik was ten slotte meer Duitser dan Nederlan- der.” Hoewel zijn kinderen net als hij een Nederlands paspoort heb- ben, voelen zij zich ook meer Duits. Drie dochters spreken Hoogduits. “Oorlogsslachtoffers herdenken wij hier in november op Volkstrauertag. Dan houd ik als Ortsvorsteher (een plaatsvervangende burgemeester; red.) jaarlijks een toespraak bij het gedenkteken. Twee brandweer- mannen staan daar met brandende


Seff Lippertz op weg naar Biak. Foto: privécollectie Seff Lippertz


fakkels, er speelt een muziekkapel, daarna wordt er twee minuten stilte in acht genomen, waarna kransen worden gelegd.”


Terug Lippertz ging in 2002 en afgelopen


september 2017 met zijn twee klein- zonen terug naar Sorong in Nieuw- Guinea. “Toen we daar in 1962 weg- gingen, waren er haast geen inwo- ners, misschien duizend hooguit. Nu loopt er een vierbaansweg van de haven naar Sorong en is het inwonersaantal gestegen naar vijf- honderdduizend. Ik kon er haast niets meer herkennen. Ook de kazerne in Sorong is verdwenen. Vroeger was het een paradijs, nu zijn grote delen van de jungle door de Indonesiërs afgebrand en zie je overal alleen maar plastic afval.” Het lot van de Papoea’s gaat hem aan het hart. Zo heeft hij thuis de Mor- genstervlag en op zijn reizen neemt hij spullen mee voor de weeshuizen. “Ik ga ook ieder jaar naar Veteranen- dag in Den Haag en naar de reünie in ’t Harde.” Lippertz organiseert ook reünies bij hem thuis op het bedrijf in Süsterseel. Dan komen de Nieuw-Guineaveteranen van zijn bataljon uit alle hoeken van Neder- land naar dit kleine lieflijke Duitse dorpje net over de grens.


april 2018 25


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65