search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
‘fout’ en grijs


te zien’, meldde een tevreden Adolf Eichmann. Historica Nanda van der Zee legde in haar taboedoorbrekende boek Om erger te voorkomen (1997) de schuld vooral bij de laffe houding van de Nederlandse elite en met name ook bij koningin Wilhelmina. Haar vertrek in de meidagen van 1940 resulteerde in een politiek vacuüm dat de Duitsers opvulden met een extra streng en efficiënt civiel regime onder Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Historicus Chris van der Heijden bracht in Grijs verleden (2001) deze lijnen samen. Hij sprak van ‘verzet’, maar ook van ongevaarlijke ‘verzetjes’. De overgrote meerderheid volgde niet luctor et emergo (Ik strijd en kom boven), maar


De tijd van goed versus fout is grotendeels voorbij


sed fluctuo et fluo (Ik dobber en blijf drijven). Een NSB’er was niet per se een slecht mens, maar doorgaans een pro- duct van de Nederlandse cultuur van gematigdheid en van de omstandigheden, aldus Van der Heijden.


Zinvol verzet? En was het verzet wel altijd zuiver en zinvol geweest?


Ook deze discussie kwam langzaamaan op gang. Paul Verhoevens Soldaat van Oranje (1977) was een sleutelfilm. Engelandvaarder Erik Hazelhoff Roelfzema (Rutger Hauer) blijkt een ietwat opportunistische held. Zijn Leidse mede- student Alex (Derek de Lint) kiest om begrijpelijke rede- nen voor de SS. Het verzet blijkt verdeeld en vaak ama- teuristisch. In Verhoevens Zwartboek (2006) vertroebelt de scheidslijn goed-fout dusdanig dat NIOD-deskundige David Barnouw grapte: ‘Zwartboek zal vast geen musical worden.’ Het verzet was in vergelijking met andere landen minder gewelddadig, maar bijvoorbeeld wat betreft illegale pers en onderduik relatief omvangrijk. Al tijdens de oorlog ontstond discussie over vooral de zin van sabotage (vaak snel hersteld), liquidaties (ongeveer zeshonderd) en sta- kingen. De bezetter reageerde met gijzelnemingen en executies. Berucht is de razzia in het Veluwse dorp Putten begin oktober 1944, nadat in de buurt een Duitse auto was beschoten. De bezetter voerde bijna de gehele mannelijke bevolking weg: van deze 661 zouden slechts ruim 100 de oorlog overleven. In 2004 concludeerden Marnix Croes en Peter Tammes dat verzetsdaden soms juist extra aandacht van de bezetter trokken en zo leidden tot het oppakken van meer joden. Premier Piet Gerbrandy vaardigde in juni 1944 zelfs een verbod uit op liquidaties: ‘Het zou den wreeden vijand slechts gelegenheid bieden represailles te nemen, veel en veel bloediger dan ooit te voren.’ Deze represailles veroor-


zaakten vaak paniek na aanslagen, ook omdat de bezetter soms toevallig aanwezigen standrechtelijk executeerde. Volgens Hans Blom, die in 1996 Loe de Jong opvolgde als NIOD-directeur, is het goed mogelijk dat de Februari- staking (1941) ongewild bijdroeg aan de efficiency van de Jodenvervolging. Toen de Duitsers merkten dat al te open- lijke vervolging weerstand opriep, maakten ze het proces nog sluipender en bureaucratischer. En had de Spoorweg- staking van september 1944 niet de aanvoer van voedsel en brandstof naar West-Nederland belemmerd, wat de Hongerwinter alleen maar verergerde?


Een balans Welke goed-foutbalans kunnen we driekwart eeuw na de


bezetting opmaken? De tijd van goed versus fout is groten- deels voorbij. Wetenschappers stellen nu eerder de vraag in hoeverre van ‘goed’ of ‘fout’ sprake was. Sommigen konden moeilijke keuzes simpelweg minder eenvoudig ontwijken: politieagenten, ambtenaren, politici, spoor- wegpersoneel, burgemeesters, notarissen en bankmede- werkers bijvoorbeeld. Nog steeds is de bezetting een ijkpunt voor ‘goed’ en ‘fout’, maar dan in meer algemene zin: als een bredere waar- schuwing tegen intolerantie en rassenhaat. Ook zien we een verschuiving naar breder slachtofferschap, zoals van de burgers in gebombardeerde wijken of de kinderen van NSB’ers. Dat leidt dan weer tot de waarschuwing dat zo alles ‘grijs’ wordt. Tegelijk blijft de aandacht voor nieuwe en vaak onthutsende oorlogsfeiten groot. ‘We moeten nog steeds bevrijd worden van die rotoorlog’, schreef journa- list Jos Palm. ‘Alle deining rond de oorlog komt uiteinde- lijk neer op een eindeloze boetedoening.’ In deze lijn past een nieuwsbericht van eind vorig jaar: een coldcaseteam van twintig internationale deskundigen gaat onderzoeken wie Anne Frank heeft aangegeven. De telefoon staat blijk- baar roodgloeiend en de eerste concrete tips zijn al bin- nengekomen.


Kinderen van NSB’ers verblijven in een tehuis, waar ze ‘heropgevoed’ worden. In het eerste bevrijdingsjaar waren er 20.000 kinderen van wie beide ouders geïnterneerd waren. Foto: NIOD


april 2018 11


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65