search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
op mijn schouder’


Marten Mobach als korporaal van het Instructiebataljon Bereden Veldartillerie, in juni 1940. Foto: privécollectie Marten Mobach


mochten aanvoeren. “Er werd geschoten op de Duitse vliegtuigen die geland waren op het vliegveld en het strand, zodat er verder ook geen nieuwe toestellen konden lan- den.” Toen er vrijwilligers werden gevraagd om richting Wassenaarse Slag te gaan, gaf hij zich op. “Het was al avond toen we ons op weg daarnaartoe ingegraven hebben. Maar toen een van ons zijn hoofd boven de schuttersput uitstak, werd hij onmiddellijk beschoten. Bleek even later dat we onder eigen vuur waren komen te liggen!” Voordat ze bij de Slag aankwamen, kwam het bericht dat Nederland gecapituleerd had. “Wij vonden dat vreselijk, want we hadden gehoord dat we aan de winnende hand waren. De Duitse Fallschirmjäger waren behoorlijk teruggeslagen.” Mobach en zijn kameraden moesten weg uit Katwijk omdat de Duitsers met de Atlantikwall wilden begin- nen. Met tweehonderd paarden moesten ze zich bij Lisse in beperkte vrijheid bezig zien te houden. “We hebben daar ook gevist, maar drie- maal daags was het verplicht appel.” Na enkele weken werden de paar- den door de Duitsers afgevoerd en midden juni mochten ze naar huis.


In het verzet Omdat hij gesolliciteerd had bij de


ken zagen ze in de vroege ochtend van 10 mei de Duitse vliegtuigen overvliegen. “We hebben er eerst naar staan kijken en zijn daarna gewoon naar bed gegaan. Onbe- grijpelijk! Om zes uur werd er pas alarm gegeven.” Vervolgens kregen ze opdracht om met karabijnen op Duitse zweefvliegtuigen te schieten die laag overvlogen naar vliegveld Valkenburg.


Gevecht rond vliegvelden Nog nauwelijks opgeleid werden


Mobach en de andere zeven- tien rekruten ingedeeld bij de 6e Veldbatterij waarvoor ze munitie


marechaussee, kreeg hij een oproep toen de Duitsers het korps wilden uitbreiden (zie kader pag. 22). Om begrijpelijke redenen aarzelde Mobach. “Je wist niet wat je moest doen. Ik heb mensen geraadpleegd en kreeg van een Oranjegezinde brigadecommandant het advies om het wel te doen, omdat er mogelijk ook ‘goede diensten voor het vader- land’ bewezen konden worden.” Mede onder invloed van zijn vriend Teus Oudhof, die hij van de kerk kende, werd hij actief in het verzet. “Ik ben er echt ingerold en had eigenlijk twee petten op.” In het dorp Westbroek, nabij Utrecht, waar hij geplaatst werd, gebruikten hij en zijn collega Witteveen hun functie


om het verzet te steunen. Zo bege- leidden zij transporten van wapens en voedsel die in de buurt van de Loosdrechtse Plassen werden gedropt. “Dat was een gevaarlijke omgeving, want er was een grote eenheid Duitsers. Wij patrouil- leerden dan zogenaamd en reden dan voor het transport op fietsen vooruit. De afspraak was dat als de achterlichten uitgingen, er gevaar dreigde.” Mobach herinnert zich nog goed hoe het bij één transport bijna fout ging. “Een landwachter stond langs de route een sigaretje te roken. Hij pruimde ons niet, want het waren rotzakken. Maar we reden op hem af voor een praatje, terwijl we de achterlichten uitdeden. De verzetsmannen konden zich in een bootje met de wapens uit de voeten maken.”


Opgepakt De marechaussees smokkelden ook


op andere manieren wapens die soms op een kerkhof of in de kerk zelf werden verstopt. Hij had al een voorgevoel dat het wel eens mis zou kunnen gaan, maar hoe gevaarlijk het was, bleek op eerste kerstdag 1944. Bij het kerstontbijt thuis werd plotseling aangeklopt. “Ik zag mijn collega tussen twee heren, die ble- ken van de Duitse Sicherheitsdienst. Het zou gaan om een overval, maar dat bleek een smoes. Ik werd ruw in een Duitse auto geduwd en naar het hoofdkwartier van de SD in Utrecht gebracht.” Een week lang werden de marechaussees verhoord waarbij het er niet zachtzinnig aan toeging. “Ik dacht: dit is hartstikke fout. We kre- gen aanvankelijk geen eten en drin- ken. Ik heb wel mijn mond gehou- den, ook toen ik gezelschap kreeg in de cel van een praatgraag persoon.” Op de heftige verhoortechnieken gaat hij liever niet dieper in. Maar tot zijn stomme verbazing werd hij op nieuwjaarsdag vrijgelaten. “Ik snap nu nog niet waarom, want ze wisten veel. Thuis trof ik mijn vrouw niet, want die was met Witte- veens echtgenote naar Utrecht om


april 2018 21


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65