This page contains a Flash digital edition of a book.
“De bouwsector kan met het SER Energieakkoord de weg uit crisis vinden,” dat stellen Teun Bokhoven en Monique van Eijkelenburg van de Duurzame Energie Koepel, een stichting die na- mens 750 organisaties en honderden exploitanten en coöperaties de toepassing van duurza- me energie in Nederland wil bevorderen en stimuleren. Ze zijn blij met het vorig jaar afgeslo- ten Energieakkoord, dat volgens hen voor de GWW-sector nieuwe kansen betekent. “Wij zullen sterker en slimmer groeien dan Duitsland in de hoogtijdagen van de duurzame energie.” Tekst: Astrid Melger


giebesparing, schone technologie en klimaatbeleid. De uitvoering ervan moet resulteren in een betaalbare en schone energievoorziening, werkgelegenheid en kansen voor Nederland in de scho- ne technologiemarkten. Teun Bokho- ven, voorzitter van de Duurzame Ener- gie Koepel, is erg blij met het akkoord. “Wij zijn zeer intensief betrokken ge- weest bij de totstandkoming van het Energie-akkoord. We hebben het gevoel dat er nu zodanige randvoorwaarden in- gevuld gaan worden dat we daar de ko- mende tien jaar mee uit de voeten kun- nen. De afgelopen 15 jaar kenmerkten zich door wisselend beleid en inconsis- tentie en dit akkoord is een basis voor meer consistente aanpak.” Ruim veer- tig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, verschillende maat- schappelijke organisaties en financië- le instellingen, verbonden zich aan het Energieakkoord voor duurzame groei.


V


Groeikansen Voor zijn achterban, bedrijven en organi- saties die zich bezig houden met duur- zame energie, voorziet Bokhoven ein- delijk flinke groeikansen. Volgens de voorzitter heeft Nederland in vergelijking met andere Europese landen een enor- me achterstandspositie. “We bungelen echt ergens onderaan, maar de komen- de tien jaar kunnen we weer inhaken. Wij zullen sterker groeien dan dat in


orig jaar september is het Ener- gieakkoord gesloten met breed gedragen afspraken over ener-


de hoogtijdagen van Duitsland het ge- val was. Dat is een forse uitdaging en een fl inke klus, waarbij we geleerd heb- ben van de Duitse lessen.” Ondanks het feit dat er de afgelopen jaren behoor- lijk wat bedrijven die zich bezighielden met duurzame energie zijn omgeval- len, is Bokhoven niet bang dat er onvol- doende capaciteit voor deze giga-groei zal zijn. “Er zijn nu weer nieuwe spelers op de markt en ook bestaande bedrij- ven komen met innovaties. Deze sector heeft echt potentie en groeit momenteel mondiaal sterker dan bijvoorbeeld de ICT. Het biedt heel veel kansen. Ook in de export.” Volgens Bokhoven zal ook de Nederlandse maakindustrie groeien. “De helft van alle zonnepanelen wor- den wereldwijd gemaakt op Nederland- se machines. Alle Chinese producenten gebruiken die. Ook bij de productie van waterturbines speelt ons land mondiaal een serieuze rol.”


Pluspunt voor de bouw Voor de bouw is het Energieakkoord volgens Bokhoven één van de manieren om de weg uit de crisis te vinden. “Het opwekken van duurzame energie heeft veel diensten in offshore industrie nodig. Nederlandse bedrijven zijn betrokken bij de aanleg van bijna alle windparken op de Noordzee, dus ook van die bij Enge- land, België, Duitsland en Denemarken.” Volgens directeur strategie Monique van Eijkelenburg van de Duurzame Energie Koepel biedt het Energieakkoord ook veel groeikansen in de windsector, ook al omdat je waterbouw (b.v. op/rond dij-


ken en bruggen/sluizen) en hernieuwba- re energieproductie goed kunt combine- ren wereldwijd. “Voor GWW-sector zijn de bodemenergie en geothermie grote groeisectoren. Er gebeurt ook veel in de grond. Het is een mogelijkheid voor de bouw om uit de crisis te komen.” Bok- hoven vult aan dat windenergie in Ne- derland de komende jaren vertienvou- digd wordt. “En dat gebeurt zowel op land als op zee en het is met name voor de weg- en waterbouw interessant. Het is een grote impuls voor offshore, maar ook voor andere sectoren. Denk aan het leveren van masten, kabels en leidin- gen. Voor iedere windmolen komt 60-70 procent van de onderdelen van Neder- landse bedrijven.”


Stevig akkoord


Maar wat nu als er weer een nieuw kabi- net komt? Hoe sterk staat het Energie- akkoord dan nog? Bokhoven: “Je kunt het natuurlijk nooit zeker weten, maar de kans dat een volgend kabinet veran- deringen aanbrengt achten wij klein. Dit akkoord wordt heel breed gedragen. De vakbonden zijn positief, milieuorganisa- ties, VNO-NCW, echt heel veel partij- en. Dan is het lastig om daar een totaal andere koers in te varen. Er zitten heel veel acties en uitvoeringsaspecten aan dit akkoord en die moeten de komen- de twee, drie jaar hun beslag krijgen. Het vergt zeker politieke sensitiviteit om daar goed mee om te gaan, maar dit ka- binet heeft nadrukkelijk die intentie uit- gesproken en het Rijk is mede-onderte- kenaar van het akkoord.”


Nr.2 - 2014 OTAR O Nr.2 - 2014 TAR 5


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48