search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Melkveehouders zagen hun productie per koe wat dalen. De melkprijs ging mooi omhoog, waardoor ondanks sterke kostenstijging een inkomensvooruitgang mogelijk was.


Melkveehouder plust een beetje


De sterk verbeterde melkprijs geeft een goed gevoel, maar bij de eveneens sterk stijgende kosten is het toch een beetje als heien in een slappe veenbodem. De melkprijs is 8% hoger dan het gemiddelde van de voorgaande vijf jaar. De opbrengsten stijgen daardoor met maar liefst € 56.000 per bedrijf. Maar door duurder voer, kunstmest en energie en zo’n beetje alle andere dingen die een veehouder nodig heeft, wordt de meeropbrengst toch flink afgeroomd en blijft netto maar € 9.000 meer over dan vorig jaar. Het inkomen van € 35.000 gemiddeld blijft daardoor aan de magere kant, en lager dan het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar. Aangekocht voer is maar liefst 16% duurder,


brandstof 19% en stroom 17%. De totale ener- giekosten stijgen € 4.700 per melkveebedrijf. Opmerkelijk is de stabiele melkproductie per bedrijf. Het aantal koeien per bedrijf nam wel wat toe (+1,5%) maar de productie per koe daalde 1%, gevolg van wat mindere ruwvoerkwaliteit, wat weer een gevolg was van het weer in het voorjaar.


Hoogste inkomens weer in glastuinbouw


De inkomens in de glastuinbouw zijn onverge- lijkelijk veel hoger dan in de landbouw. Al jaren gaat het om tonnen per onbetaalde arbeidsjaar eenheid, die ingewikkelde statistische term die Wageningen ER gebruikt. Dit jaar spannen glasgroentebedrijven de kroon met € 314.000, op de voet gevolgd door snijbloementelers (€ 312.000). Die laatste verdubbelen na het coronajaar hun inkomen bijna. Het zijn bedragen waar veehouders en akker-


bouwers alleen maar van kunnen dromen. Alleen in de varkenshouderij waren enkele jaren geleden soms inkomens te zien van 1,5 tot 2 ton, maar dat zijn eenzame pieken tussen diepe dalen. In de glastuinbouw zijn de gemiddelde inkomens al sinds 2014 niet onder de ton geweest. Toch gaat het daar ook niet per definitie goed, in de jaren 2005-’09 werden soms forse verliezen geleden.


Pluimveehouderij De pluimveehouderij heeft het ook jaren heel goed gedaan, maar lijdt nu onder de gestegen voer- en energieprijzen waardoor de inkomens in zowel de leg- als in de vleestak rond een


€ 324.000 Gemiddeld inkomen glasgroentetelers


€ 21.000 Gemiddeld inkomen pluimveehouders


+25% Prijsstijging glasgroente


schamele € 21.000 zitten. Dat is voor deze sector relatief erg laag. Opmerkelijke ontwikkeling in de vleeskuikensector is de lagere aantallen dieren per bedrijf – gevolg van de overstap op concep- ten met langzaam groeiende dieren. De geitenhouderij doet het traditioneel goed,


met vorig jaar zelfs gemiddeld € 134.000 inko- men. De cijfers voor 2021 zijn nog niet bekend. Hetzelfde geldt voor de vollegrondsgroentesec- tor. Daar is het vanouds geen vetpot, maar deze sector deed het de laatste jaren juist vrij goed.


BOERDERIJ 107 — no. 13-14 (21 december 2021) 13


+ 13% Stijging inkomsten per melkveebedrijf


+10% Gemiddelde stijging melkprijs in 2021


+€ 9.000 Stijging inkomen melkveebedrijven


Biologisch Biologische melkveehouders krijgen dit jaar naar schatting 12,4 cent meer per kilo melk dan gangbare. Dat verschil was in 2016 nog 20 cent. Sinds 2013 zijn de prijzen voor bio- en gangbaar losgekoppeld. Bio-melkveehouders zien hun inkomen dit jaar min of meer stabiel blijven. Door de inkomens- groei bij gangbare melkveehouders is er dit jaar amper nog verschil in inkomen tussen bio en gangbaar in de melkveehouderij.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109  |  Page 110  |  Page 111  |  Page 112  |  Page 113  |  Page 114  |  Page 115  |  Page 116  |  Page 117  |  Page 118  |  Page 119  |  Page 120  |  Page 121  |  Page 122  |  Page 123  |  Page 124  |  Page 125  |  Page 126  |  Page 127  |  Page 128  |  Page 129  |  Page 130  |  Page 131  |  Page 132  |  Page 133  |  Page 134  |  Page 135  |  Page 136  |  Page 137  |  Page 138  |  Page 139  |  Page 140  |  Page 141  |  Page 142  |  Page 143  |  Page 144  |  Page 145  |  Page 146  |  Page 147  |  Page 148