search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
De sterk gedaalde biggenprijs is voor zeugenhouders ramp- zalig, voor vleesvarkenshouders een geluk bij een ongeluk.


Zeugenhouderij zakt weg, acute geldzorgen dreigen


Twee goede jaren kenden de zeugenhouders, in 2017 verdienden ze gemiddeld € 192.000, in 2019 zelfs € 275.000. Vorig jaar maakte de sector een harde landing met nog net positieve cijfers. Dit jaar zitten zeugenhouders diep in de rode cij- fers met een gemiddeld inkomen van € 136.000 negatief.


WER schetst een somber beeld, met name van


de zeugenhouderij, en verwacht dat sommige zeugenhouders komend jaar in financiële pro- blemen komen. “Verbetering van de rentabiliteit is dringend nodig voor het inlopen van beta- lingsachterstanden, aflossingen op leningen en eventuele investeringen voor verbetering van het milieu en welzijn.” De omzet in de hele varkenshouderij is 7%


afgenomen, de rentabiliteit daalt 3 procentpunt naar 89%. Vleesvarkenshouders krabbelen juist iets op: na de € 20.000 verlies van vorig jaar zit- ten zij op een halve ton aan de goede kant van de nul. Gesloten varkensbedrijven zitten daar zoals te verwachten ongeveer tussenin met € 77.000 onder nul gemiddeld. Voornaamste oorzaak voor de malaise in de


-20% daling biggenprijs in 2021


€ 72.000 mestafzetkosten gemiddeld varkensbedrijf, is € 65 per zeug en € 18 per vleesvarken


+€ 154.000 kostenstijging op gemiddeld varkensbedrijf met 13% tot € 1,35 miljoen, vooral door voer en energie


zeugenhouderij zijn de 20% lagere biggenprijzen in vergelijking met 2020. Voor de vleesvarkens- houders waren de goedkope biggen een geluk bij een ongeluk, ze konden een 9% prijsdaling van de vleesvarkens ermee opvangen. De sterke stijging van de voerkosten speelt de hele sector parten. Mestafzet en vreemd ver- mogen zijn wel goedkoper geworden maar niet genoeg om de kostenstijging op te vangen.


Akkerbouw vooruit ondanks ingestorte uienprijs


Ondanks een ingestorte uienprijs (-25%) zijn de berichten uit de akkerbouw overwegend positief. Voor aardappelen zijn de prijsverwach- tingen gunstig, evenals voor suiker. De graanprij- zen zijn wereldwijd hoger dan vorige jaren. Door de hogere prijzen komen de bedrijfsop- brengsten gemiddeld € 40.000 hoger uit dan vorig jaar, op een totaal van € 355.000 per gemiddeld bedrijf van ruim 60 hectare. Tegenover hogere opbrengstprijzen staan hogere kosten. Meststoffen en diesel plusten 20%. Door hoge ziektedruk stegen de kosten voor gewasbescherming. Maar netto zit er toch een inkomensverbetering van € 25.000 gemid- deld per bedrijf. Het inkomen per onbetaalde arbeidsjaar eenheid komt op € 59.000, dat is net iets hoger dan het vijfarig gemiddelde. Zetmeeltelers zitten daar met € 42.000 een flink stuk onder. De verschillen binnen de sector zijn eveneens


groot. 20% zit onder de € 2.000 inkomen, maar ook 20% zit op een ton of meer. In lijn met de hogere opbrengsten stijgt de rentabiliteit van de akkerbouwbedrijven. Dat


-25% Verwachte prijsdaling uien oogst 2021


+€ 40.000 Meer opbrengsten per bedrijf


+€ 25.000 Inkomensstijging per gemiddeld akkerbouw- bedrijf


zijn de opbrengsten gedeeld door de kosten. Die rentabiliteit staat nu op 97%, dat is 7 procent- punt hoger dan vorig jaar. In de zetmeelteelt is de rentabiliteit 91%. Een rentabiliteit onder de 100% betekent dat de arbeidsinzet van de on- dernemer en de inzet van het eigen vermogen niet worden beloond volgens marktconforme criteria, is de toelichting van WER. De opbreng- sten zijn in 2021 gemiddeld op de zetmeelaard- appelbedrijven wel voldoende om de betaalde kosten en afschrijvingen te compenseren.


BOERDERIJ 107 — no. 13-14 (21 december 2021) 11


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109  |  Page 110  |  Page 111  |  Page 112  |  Page 113  |  Page 114  |  Page 115  |  Page 116  |  Page 117  |  Page 118  |  Page 119  |  Page 120  |  Page 121  |  Page 122  |  Page 123  |  Page 124  |  Page 125  |  Page 126  |  Page 127  |  Page 128  |  Page 129  |  Page 130  |  Page 131  |  Page 132  |  Page 133  |  Page 134  |  Page 135  |  Page 136  |  Page 137  |  Page 138  |  Page 139  |  Page 140  |  Page 141  |  Page 142  |  Page 143  |  Page 144  |  Page 145  |  Page 146  |  Page 147  |  Page 148