search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Passie


bij een razzia. Ditmaal wordt hij op de trein gezet naar een werkkamp in de buurt van het Duitse Stuttgart. Maar, nog onderweg in België, wurmt hij zich door een raampje en gaat hij er opnieuw vandoor. “Ik kwam alleen niet zo ver”, vertelt hij, “ze schoten me in mijn rug en voet.” Van Meurs wordt in Metz geopereerd en daarna levert de vijand hem alsnog af bij een metaalfabriek in Zuid-Duitsland. Daar werkt hij drie maanden. Blijkbaar nemen de Duitsers


het in de loop van 1944 steeds minder nauw met de bewaking, want de dwangarbeiders krijgen er redelijk wat vrijheden. Van Meurs weet daar handig gebruik van te maken. De kan- didaats geneeskunde verzint dat hij bij een apotheek aan de overkant van de nabijgelegen Bodensee speciale medicijnen tegen een besmettelijke ziekte onder de fabrieksarbeiders kan regelen. “Ik overtuigde de bewaking ervan”, zegt Van Meurs, “dat ík de medicijnen met mijn kennis van zaken persoonlijk moest halen. Om mijn ‘oprechte’ intenties kracht bij te zetten, toonde ik de bewaking een eersteklas bootretourtje dat ik via via, van mijn laatste centen, van tevoren al had gekocht. Zo’n vervoersbewijs zou minder logisch lijken voor iemand met vluchtplannen.” Het lukt, Van Meurs krijgt toestemming. Maar de apotheker


ziet hem nooit verschijnen. Van Meurs gaat na de bootover- tocht, wanneer het donker is, het water van de Bodensee in. Hij is een goede zwemmer en zwemt – grote stukken onder water vanwege de patrouilleboten – twee uur lang langs de oevers van het meer en bereikt op die manier het neutrale Zwitser- land. Deze keer blijft hij definitief uit handen van de vijand. Via het inmiddels bevrijde Frankrijk reist hij per trein


naar Le Havre en steekt hij over naar Engeland waar hij eind december 1944 arriveert. Hij vertelt de regering in balling- schap zijn verhaal en meldt dat hij medisch kandidaat is. “Maar ja, dat kan iedereen wel zeggen, ik had geen papieren om het te bewijzen, ik kon wel een spion zijn”, zegt Van Meurs begripvol. “Maar men vond uiteindelijk in een Algemeen Handels- blad uit 1943 het berichtje dat ene A.J. van Meurs in Amster- dam zijn kandidaats geneeskunde had behaald.” De regering wil dat de Engelandvaarder te zijner tijd als


arts naar het onrustige Indië gaat en benoemt hem daarom tot vaandrig in het KNIL. Hij wordt naar Paramaribo gestuurd om zijn opleiding af te maken.


Tropendiploma Vanaf begin 1945 is Van Meurs anderhalf jaar in Suriname en behaalt daar ‘het vademecum voor geneesheer in de koloniën’. “Maar daarmee mocht mijn vader in Nederland niet dokteren”, zegt zoon Alfred. “Het diploma was alleen geldig voor de tropen.” Dat is ook het geval met het artsendiploma dat Ted van


Meurs na aankomst in Batavia, Jakarta, ontvangt. Hij belandt daar vrijwel direct na zijn ‘Surinaamse periode’. Als hij nog maar enkele weken terug is in Nederland, wordt hij al als KNIL-vaandrig uitgezonden naar Nederlands-Indië, waar de onafhankelijkheidsoorlog gaande is.


058 juli/augustus 2015 ArtsenAuto


De regering wil dat de Engelandvaarder als arts naar het onrustige Indië gaat en benoemt hem daar- om tot vaandrig in het KNIL


Hij blijft er vier jaar als bataljonsarts en gaat mee voor de medische verzorging van de soldaten, maar ook van zieke mensen in de kampongs waar ze langskomen. Verder werkt Van Meurs als arts in het militair hospitaal in Batavia. Direct oorlogsgeweld maakt hij in Nederlands-Indië niet mee, maar hij ziet daarvan wel de gevolgen bij de gewonde militairen die hij behandelt. Hij is van mening dat veel van dat leed voor- komen had kunnen worden. “We hebben het niet goed gedaan met Indië. Nederland had veel eerder moeten meewerken aan de onafhankelijkheid. Er waren genoeg capabele mensen die het gezag konden overnemen.” Als Van Meurs in oktober 1950 terugvliegt naar Nederland,


wordt hij onderweg verliefd op stewardess Ietje Gerssen. De liefde is wederzijds en de twee trouwen halsoverkop een maand later, vlak voordat Van Meurs naar het volgende oorlogsgebied, Korea, vertrekt. “Als ik zou sneuvelen, zou zij tenminste een uitkering krijgen”, zegt de oorlogsveteraan. Maar zo is het gelukkig niet gegaan, Van Meurs sneuvelde niet. Zijn vrouw Ietje overleed in 1995.


Persoonlijke ‘bonus’ De uitzending naar Korea is op vrijwillige basis, maar zijn goede vriend Marinus Den Ouden, commandant van het Nederlands Detachement Verenigde Naties, heeft nog geen artsen voor zijn bataljon en oefent ‘zachte druk’ uit op Van Meurs om mee te gaan. Op de vraag waarom hij na al die jaren oorlog toch weer meegaat, reageert de arts, haast verontwaar- digd: “Je kon de jongens toch niet in de steek laten?” Bovendien is de Koreaanse Oorlog als gewapend conflict onderdeel van de Koude Oorlog en Van Meurs is tegenstander van het commu- nisme. “En daar heeft mijn vader in de loop van de geschiede- nis gelijk in gekregen”, lacht Alfred jr. De beslissing om naar Korea te gaan, levert Van Meurs ook een persoonlijke ‘bonus’ op. Op voorspraak van Den Ouden wordt zijn Indonesische, dus buitenlandse, artsendiploma meteen erkend en ontvangt hij per direct zijn Nederlandse diploma. Hij hoeft er geen lang- durige aanvraagprocedure voor te doorlopen. De Nederlandse deelname aan de oorlog in Korea blijkt


slecht voorbereid. Menigeen, tot in de organisatie van de uitzending aan toe, weet niets van het land, zelfs nauwelijks waar het ligt. Van Meurs: “De militairen hadden in sommige


<


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109  |  Page 110  |  Page 111  |  Page 112  |  Page 113  |  Page 114  |  Page 115  |  Page 116  |  Page 117  |  Page 118  |  Page 119  |  Page 120  |  Page 121  |  Page 122  |  Page 123  |  Page 124  |  Page 125  |  Page 126  |  Page 127  |  Page 128  |  Page 129  |  Page 130  |  Page 131  |  Page 132