search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Tekst: Richard Hassink Beeld: Ed van Rijswijk


Werken met topsporters


‘Orthopedie is soms ook topsport’


Werken als orthopedisch chirurg in de topsport vraagt toewijding, maar geeft ook veel voldoening. “Als een topsporter een prijs pakt, win je zelf ook een beetje.”


O


Pepijn van Ingen fysiotherapeut


rthopeed Henk van der Hoeven geeft toe dat hij extra druk voelt als hij een profvoetballer onder het mes heeft. “In die wereld heb je te maken met een netwerk van mensen die allemaal willen


dat de geblesseerde speler zo snel en zo goed mogelijk geholpen wordt: zaakwaarnemer, clubcoach, fysiotherapeut, sportarts, trainers en de club zelf. De belangen zijn groot en de waarde van spelers is vaak hoog.” Alhoewel de orthopeed het geen voorkeursgeneeskunde wil noemen, werkt hij wel sneller en zet hij ook eer- der een instrument als een MRI-scan in. “Vaak is een topsportcarrière kort. Als je dan bedenkt dat de revalidatie van een voorste kruisband correctie zes tot negen maanden duurt, is er geen tijd te verliezen. Bij een andere patiënt kun je het nog weleens een paar maanden aankijken; een topsporter is vaak financieel afhankelijk van zijn sport.” Van der Hoeven ziet zijn eigen werk ook als


topsport. “De bandbreedte die je wil neerzetten, is heel klein. Daarom moet je bij een topsporter altijd tegen de 100 procent aan zitten, terwijl in andere gevallen vaak 90 procent voldoende kan zijn.” Hij benadrukt dat het succes van de revalidatie van een topsporter zeker niet alleen van de operatie afhangt. “Orthopeden werken ook nauw samen met de sportarts en de fysiotherapeut die een cruciale rol spelen in de revalidatie van een speler.” Ook heel belangrijk is het om topsporters


niet naar de mond te praten. “Je moet eerlijk en duidelijk zijn. Daarom zweer ik bij een heldere diagnostiek en een goed behandelplan. En ik benadruk dat ik geen wonderdokter ben en dat er altijd complicaties kunnen optreden.” Wat dat betreft is Van der Hoeven door schade en


schande wijs geworden. Jaren terug behandelde hij een profvoetballer die na de operatie last bleef houden. “Ik stelde een nieuwe ingreep voor waarop hij zei: ‘Als het herstel uiteindelijk langer gaat duren, stap ik naar de pers’. Op zo’n moment besef je wel dat je werk onder een vergrootglas ligt.” Tot grote zenuwen leidt dat niet bij Van der Hoeven. “Wel is er een gezonde nervositeit, waardoor ik waarschijnlijk opti- maal presteer. En ik voel altijd de drang om het gewricht of de pees weer perfect te maken.” Niet elke orthopedisch chirurg zal in de wieg


zijn gelegd voor topsport. Wordt het werk extra goed beloond? Van der Hoeven lacht: “In het bui- tenland wel, maar hier in Nederland wordt het als een economisch delict gezien als je bijvoor- beeld 15.000 euro voor een ingreep zou vragen.” Wel heeft Van der Hoeven enkele secundaire voordelen. Zo krijgt hij elk jaar bij FC Utrecht twee seizoenskaarten en wordt hij regelmatig uitgenodigd voor de thuiswedstrijden van het Nederlands elftal. Een keerzijde is er ook. “Slechtnieuwsgesprek-


ken met patiënten zijn altijd naar, maar bij topsporters zijn die nog moeilijker. Ooit moest ik een tennisster vertellen dat de behandelin- gen niet aansloegen en dat ze moest stoppen met haar sport. Zoiets gaat je niet in de koude kleren zitten.” Maar vaak is de voldoening van het werken met topsporters groot, zegt Van der Hoeven. “Als een judoka bij wie je een schouder- operatie gedaan hebt, een prijs pakt, dan win je zelf ook een beetje.” Toch zit de orthopeed niet altijd op zijn gemak te kijken. “Bij een wedstrijd van FC Utrecht kan ik nog weleens in de piepzak zitten als ik zie dat er een zware overtreding wordt begaan op een van de spelers. En wordt hij van het veld gedragen, dan weet ik: die zie ik van de week vast in de kliniek.”


Afke van de Wouw sportpsycholoog


Enkele honderden


medisch professionals in Nederland werken


dagelijks met topsporters. In deze 5-delige serie


vertellen professionals over hun ervaringen.


Jeroen Rietvelt inspanningsfysioloog


Rik van der Kolk sportarts


ArtsenAuto juli/augustus 2015


037


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109  |  Page 110  |  Page 111  |  Page 112  |  Page 113  |  Page 114  |  Page 115  |  Page 116  |  Page 117  |  Page 118  |  Page 119  |  Page 120  |  Page 121  |  Page 122  |  Page 123  |  Page 124  |  Page 125  |  Page 126  |  Page 127  |  Page 128  |  Page 129  |  Page 130  |  Page 131  |  Page 132