search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Begeleiding


is, bijvoorbeeld bij dementie, of wanneer het om een psychiatrische patiënt gaat. Zelf ben ik ook consulent; ik heb een arts begeleid bij hulp bij zelfdoding bij dementie. Samen hebben we bekeken of de patiënt aan de wettelijke voorwaar- den voldeed – of er sprake was van een meer dan voltooid leven en hoe het zat met ondraaglijk lijden. En ik was erbij toen het moment daar was. De consulent begeleidt, maar oordeel en uitvoering zijn aan de arts.”


Gegronde twijfels Aanleiding voor de pilot is een analyse van tweehonderd dossiers van patiënten die via de Levenseindekliniek euthana- sie of hulp bij zelfdoding kregen. Project- leider Smaal: “Wij hebben geïnventari- seerd wat de redenen waren waarom de eigen arts de euthanasie niet uitvoerde. In ongeveer 30 procent van de gevallen ging het om twijfel over de ondraaglijk- heid van het lijden, was de patiënt niet terminaal ziek of ging het om een zeer complex verzoek. Wij denken dat artsen met steun van een consulent in veel ge- vallen wél bereid waren euthanasie aan hun patiënt te verlenen.” De begeleiding van consulenten


euthanasie kan oplopen tot zo’n 20 à 30 uur – de Levenseindekliniek betaalt dat uit donaties en fondsen. Met die uitge- breide begeleiding zijn ze volgens Smaal een duidelijke aanvulling op SCEN-artsen die advies geven aan collega-artsen die een verzoek krijgen van een patiënt om euthanasie of hulp bij zelfdoding. Een arts kan natuurlijk gegronde


redenen hebben voor twijfels bij een euthanasieverzoek. Als het doel van de Levenseindekliniek is om zichzelf overbodig te maken en de eigen arts de euthanasie zo veel mogelijk te laten uit- voeren, duwen zij artsen dan niet te veel een bepaalde richting op? Een richting waarbij euthanasie de enige uitkomst is? “Absoluut niet”, zegt Smaal. “Ons doel is niet dat de euthanasie plaatsvindt, maar dat patiënten zo veel mogelijk bij hun eigen arts terechtkunnen. Die kent hen, en uiteindelijk is het voor de patiënt veel prettiger als ze dat laatste eindje niet plotseling met een nieuwe arts moeten doormaken. Wij ondersteunen


044 juli/augustus 2015 ArtsenAuto


de artsen, maar sturen niet. We bekijken samen met de arts of een patiënt aan de zorgvuldigheidseisen voldoet. Dat blijft namelijk altijd het uitgangspunt: een euthanasie of hulp bij zelfdoding kan niet plaatsvinden als die zorgvuldigheidscriteria in het geding komen.” Michiel van Gulik


kreeg door de Levens- eindekliniek consulent euthanasie Gerard Baltus als begeleider toegewezen. “Het eerste contact was meteen heel pret- tig: hij luisterde en stelde veel vragen. Daarbij stuurde hij me totaal niet een bepaalde kant


had genomen. Toen ik vroeg of nog iemand iets wilde zeggen, nam de patiënt het woord. Hij


bedankte me dat ik dit wilde doen. Ik zei: ‘Ik begrijp je en ik doe het voor jou’.” Op het moment dat hij de


middelen inspoot, viel alle spanning bij Van Gulik weg. Samen met de familie wacht-


ten Van Gulik en de consulent op de gemeentelijke lijkschou- wer. Ze praatten over het leven van de man die zojuist was over-


leden. Eerder had Baltus nog mee gekeken met het verslag voor de


toetsingscommissie, hij adviseer- de de huisarts bijvoorbeeld om het


lijden te specificeren: wat kon de patiënt allemaal precies niet meer?


Het verslag werd door de lijkschou- wer meegenomen. ’s Avonds ging Van Gulik met een vriend naar een cabaretvoorstelling


‘De consulent begeleidt, maar oordeel en uitvoering zijn aan de arts’


op; ik merkte dat hij vooral probeerde om mij zo veel mogelijk te begeleiden bij dit emotioneel zware traject. Na het bespreken van deze casus gingen we op bezoek bij de patiënt en zijn vrouw. Daar werd al snel duidelijk dat de patiënt aan de zorgvuldigheidscriteria voldeed. De SCEN-arts die we vervolgens inschakel- den, oordeelde hetzelfde. We spraken af dat Gerard ook bij de euthanasie aanwe- zig zou zijn. Dat was een geruststelling, dat iemand met zo veel ervaring erbij zou zijn.” De dag zelf, ergens eind januari,


maakte Van Gulik samen met Baltus in zijn praktijk de middelen klaar. Daarna vertrokken ze naar het huis waar de man en zijn familie wachtten. “Ik merkte dat de spanning bij mij toch erg opliep. Ik had een droge mond en hartkloppingen. Met een onvaste stem legde ik uit wat we gingen doen en vroeg of iedereen afscheid


– even stoom afblazen. “Die afleiding was fijn, maar eigenlijk was ik ook veel minder van slag dan ik van tevoren had verwacht. Het was allemaal precies vol- gens het protocol gegaan, en ik had mijn patiënt zo goed mogelijk geholpen. Ik was blij dat ík de euthanasie had gedaan en niet een arts die hij niet kende.” Bijna twee maanden later kwam het


oordeel van de regionale toetsingscom- missie binnen: de euthanasie had aan alle criteria voldaan. En nu, zou Van Gulik weer de hulp van een consulent inschakelen? “Ik heb ervaring opgedaan en genoeg geleerd om het voortaan sa- men met een collega-huisarts van mijn praktijk te kunnen doen. Op dit moment heb ik twee patiënten met uitgezaaide kanker. Jonge mensen. Zij hebben mij gevraagd of ik – als het zover is – eutha- nasie bij hen wil uitvoeren. Ik heb aan- gegeven dat ik er voor hen zal zijn.”


<


<


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109  |  Page 110  |  Page 111  |  Page 112  |  Page 113  |  Page 114  |  Page 115  |  Page 116  |  Page 117  |  Page 118  |  Page 119  |  Page 120  |  Page 121  |  Page 122  |  Page 123  |  Page 124  |  Page 125  |  Page 126  |  Page 127  |  Page 128  |  Page 129  |  Page 130  |  Page 131  |  Page 132