This page contains a Flash digital edition of a book.
Column


Zestig procent van de storingen in de Nederlandse chemische industrie is te wijten aan menselijk falen...


Oud, maar niet versleten


duurste misverstanden als het gaat over onderhoud, namelijk dat vaker vervangen van com- ponenten leidt tot minder sto- ringen. Voor negentig procent van de faalwijzen geldt dat ze niet afhankelijk zijn van de tijd.


N


De meeste mensen maken twee fouten als ze denken over storingen. De eerste denkfout is dat de meeste storingen zou- den ontstaan door veroude- ringsprocessen, zoals slijtage, vermoeiing of corrosie. De werkelijkheid is dat heel veel storingen ontstaan door ran- dom optredende oorzaken. Mechanische of elektrische componenten kunnen bijvoor- beeld bezwijken doordat er vocht in komt of door overbe- lasting. Ook leiden bedienings- fouten vaak tot storingen. Zes- tig procent van de storingen in de Nederlandse chemische industrie is te wijten aan men- selijk falen. Regelmatig vervan- gen of reviseren van compo- nenten helpt niet bij het ver- minderen van die storingen.


Ir. Martin van den Hout Sr. Management Consultant Agidens Consulting martin.vandenhout@agidens.com


De tweede denkfout is dat deze processen heel goed voorspel- baar zouden zijn. De faalwijzen die wél tijdsafhankelijk zijn, zijn vaak heel moeilijk voorspel- baar. De reden hiervan is dat de omstandigheden en belasting een heel erg grote invloed heb-


ee, deze titel slaat niet op uw colum- nist, maar op één van de grootste en


ben op de levensduur. Bij allerlei faalmechanismen wordt de le- vensduur met een derde macht korter als de kracht groter wordt. Deze kracht is dan ook met een derde macht afhanke- lijk van zaken als uitlijning, on- balans en dergelijke. Het gevolg is dat een hele kleine fluctuatie in omstandigheden de levens- duur met een factor tien kan verkorten.


Het gevolg hiervan is dat bij- voorbeeld de levensduur van la- gers in de praktijk niet voorspel- baar is. Een goed gemonteerd en gesmeerd lager kan bij wijze van spreken eeuwig mee, terwijl onder slechte omstandigheden het lager er al na enkele weken uit ligt. De meeste storingen worden dan ook veroorzaakt door slechte omstandigheden en verkeerd gebruik.


Voor een relais ligt de standaard levensduur vaak in de orde grootte van tien miljoen scha- kelingen. Een relais dat één keer per uur schakelt, zou dan meer dan duizend jaar mee gaan. Een relais dat één keer per minuut schakelt, zou nog steeds een levensduur hebben van negen- tien jaar. Deze levensduur is echter verre van exact bere- kend. Het is zelfs geen gemid- delde levensduur. Vaak hanteert men in de catalogus de tijd waarna tien procent respectie- velijk dertien procent van de componenten bezweken is. Het overgrote deel zou dan in


theorie nog moeten werken. In de praktijk zijn er honderden andere faalwijzen waardoor de relais kunnen bezwijken. De helft van de lagers draait in theorie na vijf keer hun ontwerplevensduur nog pro- bleemloos. De ontwerplevens- duur is dus totaal ongeschikt als vervangingsinterval voor preventief onderhoud. Als we deze hanteren, vervangen we negentig procent van de lagers te vroeg. Vaak plaatsen we dan een lager dat vervolgens korter meegaat dan de restlevensduur van het lager dat eruit gehaald is. Aan de andere kant is na af- loop van de ontwerplevensduur vaak tien procent van de lagers al bezweken.


De belangrijkste les die we uit het bovenstaande kunnen trekken, is dat we in onze onderhoudsschema’s minder vervanging en revisies moeten opnemen en meer inspecties. Gelukkig kunnen we tegen- woordig veel storingen wel zien aankomen. Wat we niet moeten doen is doorschieten naar de andere kant. Het feit dat ne- gentig procent van de soorten storingen random is, betekent nog steeds dat tien procent wel steeds vaker voorkomt als sys- temen ouder worden. Slijtage, corrosie, vermoeiing, uitharden van kunststoffen en dergelijke komen nog steeds voor. Op een bepaald moment zijn sommige componenten gewoon letterlijk “versleten”.


45


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48