This page contains a Flash digital edition of a book.
Economie Twee Rabobank economen over harde en zachte Brexit en de gevolgen voor u


Wat betekent de Brexit voor H


Op 23 juni 2016 stemden de Britten met 51,9% voor het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Iets minder dan een jaar later werd het gevreesde artikel 50 van het Europese Unie verdrag door de Britten in werking gesteld en daarmee kan het VK op 29 maart 2019 de EU verlaten. De vragen zijn echter: wordt het een harde of zachte Brexit? En wat zijn precies de verschillen daartussen? En bovendien: wat betekent de Brexit voor de Nederlandse industrie?


Redactie Process Control


et Brexit referendum vertoont grote gelij- kenissen met de verkiezing van president Trump. Niemand geloofde dat het echt zou kunnen gebeuren en de kater was er


Carlijn Prins


de volgende dag des te groter om. Waar Clinton faalde de Trump-stemmers haar kant op te krijgen, lijkt de anti-Brexit beweging ook te weinig moeite te hebben genomen om het zekere voor het onzekere te nemen. Maar ook 51,9% is een meerderheid en de uitslag heeft grote gevolgen voor het VK en voor de EU. We spraken met twee economen die voor de Rabo- bank werkzaam zijn: Georges de Boeck, sectoreco- noom en Carlijn Prins, macro-econoom, gespeciali- seerd in de Noord-Europese landen.


Voor of achteruit? Zowel het Britse bedrijfsleven, als het Europese be- drijfsleven wil een ‘zo zacht mogelijke Brexit’, waarbij er zo weinig mogelijk handelsbelemmeringen worden opgeworpen. Dat werpt meteen de vraag op of het Nederlandse bedrijfsleven, en de industrie in het bij- zonder, dan sowieso negatieve gevolgen zal ondervin- den van de Brexit. Volgens De Boeck is dat een lastige vraag. “Het verschilt enorm per sector”, begint hij. “Sommige sectoren exporteren behoorlijk veel naar het VK, waar andere sectoren weer bijna niks exporte- ren. Maar het kan ook zo zijn dat jouw bedrijf zelf niet naar het VK exporteert, maar wél in een keten zit waar er uiteindelijk naar het VK geexporteerd wordt.” Het is overigens niet zo dat bedrijven die veel exporte- ren per definitie er op achteruit gaan en bedrijven die grondstoffen vanuit het VK importeren er op vooruit zullen gaan. “Dat is te kort door de bocht”, meent De Boeck. “Het kan zelf zo zijn dat als jij een product of een halfproduct fabriceert dat voorheen naar het VK werd geexporteerd, je dit nu op het Europese vaste- land kunt gaan afzetten, of zelf kunt gaan afwerken. Dan zou je er als bedrijf dus op vooruit kunnen gaan.”


Pond Georges de Boeck 24


“Het onderscheid tussen exporteurs en importeurs is minder evident dan je wellicht zou denken”, voegt Prins toe. “We weten echt nog niet wat er zal gebeuren met betrekking tot handelsbelemmeringen, maar als


| nummer 1 | 2018


die er komen, hebben importeurs daar ook last van. Denk aan procedures bij de grens: ook die leiden tot hogere kosten.” Daar komt bij dat de huidige zwakke koers van het pond geen zekerheid biedt voor de toekomst. “Je zult zien dat de wisselkoersen op langere termijn weer gaan meebewegen met het beleid van de centrale banken. Het pond kan dus echt wel weer gaan stijgen.”


Internationale handel voor dummies Handelsbelemmeringen kunnen grofweg in twee soorten worden ingedeeld: de tarifaire barrières en de non-tarifaire barrières. Prins: “Bij tarifaire barrières moet je denken aan belastingen die je betaalt bij het importeren of exporteren van goederen. Bij non-tari- faire barrières gaat het om controles aan de douane, regelgeving, productstandaarden die tussen het VK en de EU verschillend zijn, enzovoorts. Studies hebben aangetoond dat de non-tarifaire barrières een veel groter potentieel probleem vormen dan de tarifaire barrières.” Dat laatste geldt vooral omdat het in de lijn der ver- wachting ligt dat er op termijn handelsverdragen zul- len worden gesloten tussen de EU en het VK. “Als dat gebeurt, verwachten we dat er geen tot nauwelijks tarieven, of heffingen, zullen worden geheven op goe- deren die van en naar het VK gaan”, meent Prins. Non-tarifaire belemmeringen kunnen echter ook behoorlijk grote gevolgen hebben. Prins: “Het kan betekenen dat bedrijven voor hun goederen import- vergunningen en exportverklaringen nodig hebben. Het hele systeem is er niet op berekend dat er voor al die goederen ineens een verklaring nodig is. Maar een ander heel praktisch voorbeeld: bij versproducten is het cruciaal dat je goederen niet te lang in de vracht- wagen liggen. Als er aan de grens oponthoud plaats- vindt door allerlei administratieve procedures, komt dat de kwaliteit van je product niet ten goede.”


WTO Voor de handel tussen het VK en de rest van de wereld zijn de afspraken van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van belang. De WTO bestaat uit 164 leden, waarvan de EU 28 leden aanlevert. De WTO bepaalt in onderling overleg welke goederen met welk tarief belast worden. “Dat gebeurt op basis van het most fa- vourite nations regime”, verduidelijkt Prins. “Dat houdt


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48