This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige


aan de hand? Waar zitten nog Duit- sers? Dat leverde vaak heel goede informatie op”. Eind april 1945 kregen de troepen een staakt-het-vuren opgelegd. “Wij lagen ergens in een dorp achter Wageningen. We wisten niet precies wat er aan de hand was, maar we verveelden ons. Op 5 mei luisterde ik met een maat in zijn Humber naar een concert op de BBC-radio. Mid- den in een maat stopte de muziek voor een extra nieuwsbulletin: Nederland is bevrijd. De majoor liet weten dat de noodrantsoenen moch- ten worden opengemaakt. Het enige interessante daarin was de stenen kruik met rum, ik geloof twee liter. Dat was feest, iedereen werd ape- zat!” Het was opnieuw een rare situatie. “Is het nu echt afgelopen? Kan ik naar huis? Wordt er nu niet meer geschoten?” C-squadron kreeg opdracht om op 7 mei het voorheen nog bezette gebied in te gaan, via Wageningen naar Baarn, maar niet voor 09.00 uur ’s ochtends. Vanuit Baarn gingen verkenningen richting Utrecht en Amsterdam. “Op 7 mei kwamen we aan op de Dam met drie Brencarriers en twee Humbers. Er was veel volk en al die mensen probeerden op de voertuigen te klimmen.” Groot was de verbazing toen er vrachtwagens kwamen met leden van de Duitse Ordnungspoli- zei, de Grüne Polizei. “Ze joegen de Nederlanders weg. Achteraf denk ik dat het misschien een soort welwil-


Toon Kramer (met bril) kort na de bevrijding in zijn geboortestad Dordrecht. Foto: privécollectie Toon Kramer


lend gebaar was, want je kon je niet bewegen in die menigte. Er ontstond wel een vervelende atmosfeer, waarop we opbraken.” Pas veel later hoorde Kramer dat kort daarna de schietpartij op de Dam plaatsvond waarbij tientallen mensen om het leven kwamen en talrijke gewonden vielen.


Sergeant-tolk Toon Kramer in 1944. Foto: privécollectie Toon Kramer


46 juli-augustus 2016


Normale leven Op 27 mei 1945 trok zijn divisie via Osnabrück naar Dortmund. “Het was onze taak het normale leven weer op gang te helpen. Een drukke, maar leuke tijd. Veel overleggen met burgemeester, brandweer, politie. Je werkte in een schemergebied, net als in Nederland in de oorlog.” Gedurende zijn periode in Dort- mund adopteerde hij twee families. “Ik heb ze in leven gehouden met sigaretten.” Voor één sigaret werd een bedrag van elf mark betaald. “Ik had zoveel sigaretten als ik wilde, dus ik gaf iedere familie op maan- dag een blik van vijftig sigaretten. Daar haalden ze een groot deel van de week mee.” Hij vertelt dat hij zijn werk, net als eerder in Nederland, alleen kon doen door veel met mensen te spre- ken. “We waren verantwoordelijk voor de voedselvoorziening van een kamp met 22.000 Fremdarbeiter. Zij wisten veel, net als de Duitsers die werkten in de voedselvoorziening en dus niet naar het front waren geweest.” In augustus 1946 werd hij gevraagd door de Britse inlichtingendienst


MI5 voor de opsporing van onder- gedoken Duitse oorlogsmisdadigers in Tsjecho-Slowakije. Hij bedankte. “Ik had er geen zin meer in, ik had genoeg van puin. Het was puin, puin en nog eens puin.”


Nieuwsdienst Terug in Oosterhout ging hij via zijn vader aan de slag in een boekhandel in Breda. Tot hij een telefoontje kreeg van een oude vriend van het seminarie. “Hij bood me een baan aan bij de Radionieuwsdienst in Hilversum.” Kramer begon er in 1949 en ging pas weg bij zijn pensionering. In de jaren erna schreef hij samen met zijn echtgenote Simone een hele serie kinderboeken. Over zijn periode in het verzet schreef hun gezamenlijke vriendin Martine Letterie het kinderboek Verzet tegen de vijand. Ieder jaar herdenkt hij in Wester- voort de oversteek over de IJssel. “Dit jaar stond ik daar alleen. Twee weken daarvoor liet mijn maat het afweten. Later hoorde ik dat hij op de dag zelf gestorven was. Ik ben nu de laatste overlevende van C-squa- dron.” Pas twee jaar geleden bezocht hij voor het eerst een veteranendag. “Als je in actie bent geweest, weet je hoe het is, hoe het klinkt, hoe het ruikt. Je kunt iemand die het niet heeft meegemaakt niet uitleggen hoe het is om een week onder zware artillerie te liggen. Daar zag ik jon- gens die in Libanon zijn geweest, in Irak en Afghanistan, die net zo bang zijn geweest als ik.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65