This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige VERZETSMAN WERKTE NA SEPTEMBER 1944 ALS TOLK BIJ BRITSE EENHEID


‘Puin, puin en nog eens puin’


Na de bevrijding van Zuid-Nederland eind september 1944 sloot verzets- man Toon Kramer (94) zich aan bij de Britse troepen die hem bevrijdden. Op advies van een Britse luitenant meldde hij zich later dat jaar officieel als tolk. Als sergeant in het C-squadron van de 49th (West Riding) Recon- naissance Infantry Division maakte hij de laatste gevechten mee tegen de Duitse bezetter en was betrokken bij de opbouw van het naoorlogse Duits- land. Zelf nuanceert hij zijn inzet: “Ach, je had tenminste iets te doen.”


Door: Marleen Wegman


oon Kramer werd in 1922 geboren in Dordrecht als oudste zoon in een gezin van negen kinderen. In


1940 verhuisde het gezin naar het Brabantse Oosterhout, maar zonder Kramer. Hij zat al op het seminarie; hij wilde missionaris worden, tot hij eind 1941 van gedachten ver- anderde. Terug bij zijn ouders in Oosterhout ging hij werken op de afdeling Bonkaarten van het distri- butiekantoor in zijn woonplaats. Begin 1944 moest Kramer onder- duiken door, zoals hij zelf zegt, “gerommel met bonkaarten.” In de Peel werd hij opgenomen in een verzetsgroep met als uitvalsbasis de Mariahoeve in Deurne. “Ik zat in de pilotenlijn. Op 21 september 1944 ben ik bevrijd, achter Deurne, samen met twee Engelse airmen met wie ik onderweg was.” Hij haalt herinneringen op aan die periode, wat niet altijd meevalt. “Het komt van zo ver weg.” Het moment van zijn bevrijding staat hem nog wel helder voor ogen. “In de verte zagen we een wagentje,


44 juli-augustus 2016


een Brencarrier, maar dat zei me toen nog niets. Die piloten wel, want ze renden er als gekken heen. Ik roe- pen, want ik dacht dat ze zich gin- gen aangeven bij de Duitsers, maar het bleek een Britse verkennings patrouille te zijn. Op een verlaten stuk grond achter Deurne was ik opeens bevrijd en stond ik met een pakje sigaretten in mijn hand.”


IJzer Met de airmen sloot hij zich bij de patrouille aan. Twee weken later raakte Kramer op drie plaatsen gewond door scherven van moaning minnies, oftewel Duitse Nebelwer- fer. In het ziekenhuis van Geldrop werd hij aan zijn linkerarm geope- reerd. Sinds begin dit jaar weet hij dat er nog een stuk ijzer in zijn rech- teronderbeen zit. “Een arts keek een foto van mijn knie na en vroeg me waarom ik een vierkant stuk ijzer in mijn onderbeen heb. Ik was het eigenlijk al vergeten. Ik ben toen ook geraakt in mijn achterwerk, daar zal ook nog wel wat in zitten.” Op 30 oktober 1944 bevrijdden


Poolse troepen het Brabantse Oos- terhout, de woonplaats van Kramers ouders. “Ik ben daarheen gegaan, maar na twee dagen was ik wel uitverteld.” Hij meldde zich aan als tolk op het raadhuis in Breda. “Ik werd met een paar andere jongens aangenomen en hoorde waar ze heen gingen. Het waren allemaal hoofdkwartieren, dat wilde ik niet. Of ze ook nog iets leuks hadden. En jawel, een Brits regiment in Nijme- gen en omgeving.” Ter voorbereiding kreeg hij in Tilburg een militaire opleiding van één week. In Nijmegen werd Kramer geplaatst als tolk bij C-squadron van 49th


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65