This page contains a Flash digital edition of a book.
Column


Viewpoint Van Bergen


Max D


enkend aan oorlog en Olympia zie ik loopgaven in 1916 en tanks in 1940 en 1944. Jaren waarin oorlog verhinderde


dat een sportfeest van internationale verbroedering doorgang vond en waarin het ‘sneller, hoger, sterker’ werd vervangen door ‘dood, doder, doodst’. Ook denk ik aan Moskou 1980 en Los Angeles 1984, Spelen getekend door de Russische inval in Afghanistan en de reactie daarop. En ik denk aan München 1972, het hadden ‘de vrolijkste Spelen’ ooit moeten worden. Maar iedere feeststemming werd gesmoord in geweervuur en bloed. Maar ik denk toch vooral aan de Spelen in Berlijn in 1936, toen van oorlog nog geen sprake was, maar tien jaar later nog slechts een handvol van de mannelijke deelnemers in leven zou zijn. Die Spelen werden geopend door een bevriend staatshoofd, maar gedomineerd door een zwarte atleet die had besloten de Spelen niet te boycotten vanwege de raciale ideologie van dat staatshoofd en diens aanhangers. Hij maakte met zijn overwinningen de stupiditeit duidelijk van het indelen van rassen in goed en fout, in hoog en laag, in meer en minder. Maar die Spelen kenden naast Jesse Owens nog twee helden: een Nederlandse zwemster en een Duitse, vanwege zijn profstatus niet eens deelnemende, bokser. Hij verdient het predicaat ‘groots’ dan ook vooral door zijn rol buiten de boksring. Rie Mastenbroek was een 17-jarig meisje dat drie gouden medailles won. Vol puberale bewondering keek zij naar de nazistische praal en de gespierde Duitse sporters. Dat vonden slechts weinigen in Nederland een probleem, al was een boycot overwogen en brachten de sporters niet de op de nazigroet lijkende olympische groet. Na 1945 werd haar die houding echter allerwegen verweten. Max Schmeling, in 1932 bedwinger van de geweldenaar Joe Louis, de beste bokser


Foto: Birgit de Roij


Dr. Leo van Bergen is geboren midden in het non-militaire jaar 1959. Desondanks heeft het thema 'oorlog' altijd zijn histori- sche belangstelling gehad, waarbij zijn aandacht vooral uitgaat naar de medische gevolgen. Op dat terrein wordt hij internati- onaal als autoriteit erkend. Hij schreef Zacht en eervol, over het lijden en sterven in de Eerste Wereldoorlog.


Jesse Owens maakte de stupiditeit


duidelijk van het


indelen van rassen in goed en fout.


ooit tot ene Cassius Clay op het toneel verscheen, was het prototype van de gespierde Duitse sporter, en daarmee een boegbeeld van nazistische propaganda. Hij was degene die de Amerikanen ervan wist te overtuigen dat deelname beter was dan een boycot, waardoor hij deels verantwoordelijk werd voor


Owens’ zegetocht. Maar zijn machtige, masculiene fysiek was ook het enige waarmee de nazi’s konden pronken. Schmeling had een enorme hekel aan het nazistische ‘gedachtegoed’. Hij weigerde dan ook zijn Amerikaans joodse manager te ontslaan of te scheiden van zijn niet- arische, want Tsjechische, vrouw. Ook bood hij onderdak aan enkele joden tijdens de Kristallnacht en bleef hij zijn leven lang bevriend met de aan lager wal geraakte Louis, wiens begrafenis hij zou betalen. Gebruikmakend van zijn status als wereldtopper in het zwaargewicht en populariteit bij het Duitse volk, weigerde Schmeling in een tijd die allesbehalve van gevaar was ontbloot, zijn sympathieën en antipathieën te verdelen op grond van toevalligheden als uiterlijk of religie. Die wordt immers ook maar grotendeels bepaald door de plek waar iemand wordt geboren. Het individu en diens persoonlijke karakter waren daarvoor zijn leidraad. Het is dan ook wrang dat de strijd die hij in 1938 van Louis verloor door de buitenwacht werd gezien als een gevecht tussen democratie (de onder het racisme in de VS lijdende zwarte Louis) en dictatuur (de blanke anti-nazi Schmeling). Wel verloor hij daardoor de sympathie van de nazikliek en was frontdienst ook voor hem onontkoombaar. Hij raakte gewond in 1942 en werd dienstunfähig verklaard. Hij overleefde de oorlog en stierf in 2005, bijna 100 jaar oud. Zoals Mastenbroek na de oorlog zo onterecht met de vinger werd nagewezen, werd Schmeling uitgespuugd door velen die in de oorlogsjaren zelf lang zo dapper niet waren geweest. Hij was immers een Duitser. Dat zij zich daarmee schuldig maakten aan dezelfde ridicule indelings- criteria die voor zoveel ellende hadden gezorgd, drong niet door of deerde hen niet.


juli-augustus 2016 15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65