This page contains a Flash digital edition of a book.
Jan Uitham tijdens de barre Elfstedentocht in 1963 waarin hij als tweede zal eindigen. Foto: privécollectie Jan Uitham


van zijn vader op 17-jarige leeftijd in dezelfde strenge winter ook zijn eerste Elfstedentocht rijden en ein- digde daar op de 125e plaats. De Elfstedentocht van 1947 moest hij laten lopen omdat hij op de Kota Baroe vertrokken was naar de Oost. In Port Said (Egypte), kreeg hij te horen dat zijn echtgenote zwanger was van hun eerste kind. “In het telegram stond: ‘Alles goed, mijn wens is vervuld.’ Daarmee wist ik genoeg.” Ze waren inderhaast in het huwelijk getreden omdat het ver- haal ging dat getrouwde militairen niet naar Indië hoefden. Uitham: “Toen puntje bij paaltje kwam, moest ik toch weg.” Met zijn collega’s van de verbin- dingsdienst was hij in Soerabaja gelegerd in een apart woonhuis, dat al gauw tot Huize Boedjang (Huize Vrijgezel) werd omgedoopt. “In mijn geval klopte dat dus niet, maar voor de anderen wel. Een van hen kroop elke nacht onder de struiken door als hij van zijn vriendin terug- kwam. Door de nachtdienst waren we overdag vaak vrij en deden veel


aan sport: zwemmen, voetbal, hard- lopen en volleybal, dat was toen in opkomst.” Uitham weet nog goed hoe hij hoorde dat hij vanwege het overlijden van zijn vader vervroegd gerepatrieerd werd. “Ik zat op een buitenpost en speelde in het tweede van Ponorogo tegen een lokale voetbalclub. Ik zei nog tegen de dominee dat ik de wedstrijd eerst uit wilde spelen omdat we met 1-0 voor stonden. Daarna kreeg ik van hem te horen dat mijn vader bij een verkeersongeval was omgekomen.”


Blessure Zijn onverwachte terugkeer naar het Groningse Noorderhogebrug in december 1949 leverde gemengde gevoelens op. Het weerzien met zijn echtgenote Lidy en zijn eerste kennismaking met zijn inmiddels 2-jarige dochtertje Geertje werd overschaduwd door de dood van zijn vader en het feit dat hij daar- door als enige meerderjarige van een gezin van vijf kinderen de zorg voor de boerderij op zich moesten nemen. “Ik moest de beslissingen


nemen. Samen met mijn zeven jaar jongere broer Max heb ik de eerste jaren keihard moeten werken om alles bij elkaar te houden.” De twee broers vonden ook nog de tijd om actief te worden bij de plaatselijke schaatsvereniging. Uit- ham: “Door de combinatie van het harde werken en de training kreeg ik een uitstekende conditie.” Toch liet hij de Elfstedentocht van 1954 aan zich voorbijgaan omdat hij uit- gerekend op dezelfde dag gereden werd als de Noorderrondrit. “Dat was echt een blunder. Ik kwam als derde aan, maar de organisatie van de Noorderrondrit zat aan de radio gekluisterd om niks van de finish van de Elfstedentocht te missen.” Toen in 1956 weer een Elfsteden- tocht werd gereden, meldde hij zich gelijk aan. “Net als in 1942 voor de wedstrijd, want dan had je het voordeel dat je eerder mocht starten en daardoor op beter ijs schaatste.” Toch liep deze tocht niet goed af voor Uitham. Bij Sneek raakte hij betrokken bij een valpartij, waarna een andere deelnemer met zijn


juli-augustus 2016 21


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65