This page contains a Flash digital edition of a book.
De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur publiceerde onlangs de Verkenning Tech- nologische Innovaties in de Leefomgeving. Voorzitter Henry Meijdam: “We worden momen- teel op heel veel terreinen geconfronteerd met een enorme versnelling van technologische ontwikkelingen.”


Tekst: Joost Zonneveld


Volgens een recent rapport van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), nemen de technologische ontwik- kelingen zo’n vlucht dat die onze leef- omgeving drastisch kunnen veranderen. Maar welke zijn dat en waar moeten we dan precies aan denken als het om in- frastructuur en mobiliteit gaat? Voorzit- ter Henry Meijdam licht de bevindingen van de Raad toe.


Wat is de aanleiding geweest voor de verkenning? “Technologische ontwikkelingen heb- ben altijd een rol gespeeld in de mense- lijke samenleving en hebben de leefom- geving van de mens veranderd. Soms in mindere mate en in sommige perio- den op een veel ingrijpender manier. Wij constateren op dit moment een enorme versnelling van technologische ontwik- kelingen die ons leven ingrijpend kun- nen beïnvloeden. In het verleden werd op grote veranderingen vooral terug- gekeken: wij wilden nu eens niet de ef- fecten van die ontwikkelingen achter- af bekijken, maar het debat starten nu op sommige terreinen grote doorbra- ken lijken te gaan plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan gentechnologie. Dat heeft heel veel voordelen, maar wegen die op tegen mogelijke ethische bezwa- ren? Van de consequenties van tech- nologische ontwikkelingen moeten wij goed doordrongen zijn. Dat geldt op het vlak van voedingsmiddelen, maar ook voor de zorg, de gebouwde omgeving en mobiliteit.”


Want op die terreinen vinden de belangrijkste innovaties plaats? “Dat denk ik wel ja. Als je naar mobiliteit kijkt, dan gaan de ontwikkelingen van de zelfrijdende of chauffeurloze auto


heel snel. Die gaat er echt aan komen. Dat vergroot het gemak van het reizen in een auto en heeft bovendien econo- mische voordelen. Het maakt het mo- gelijk om de tijd in een auto anders te benutten, bijvoorbeeld om een vergade- ring voor te bereiden. Tegelijkertijd zit- ten daar, net als bij gentechnologie, ook ethische kwesties aan. Want wat als zo’n auto in een noodgeval moet uitwij- ken en moet kiezen tussen twee kwa- den? Dat zijn aspecten waar goed over nagedacht moet worden.”


Wat betekent een innovatie als de zelfrijdende auto voor de leefomgeving? “Dat weten we niet precies, maar ik ben er van overtuigd dat zelfrijden- de auto’s de ruimtelijke inrichting van ons land kunnen veranderen. Als rei- zen voor mensen geen inspanning en tijd meer kost, dan wordt het bijvoor- beeld aantrekkelijker om op afstand te wonen. Het sterke verband tussen wo- nen en werken, dat nu bestaat, is dan minder van belang, dat verband kan dan veel losser worden. Nu zien we vooral concentraties rond de grote steden, de inrichting van Nederland kan onder in- vloed van dit soort innovaties meer ont- spannen worden. Maar er zijn meer ge- volgen die een positief effect op onze leefomgeving kunnen hebben.”


Kunt u dat toelichten? “Een ander positief effect kan zijn dat we minder parkeerruimte nodig hebben. Denk aan de aansluiting van autonome voertuigen op het openbaar vervoer. Als zelfrijdende auto’s zichzelf kunnen voor- rijden en bovendien het delen van voer- tuigen doorzet, dan kunnen we auto’s veel efficiënter gebruiken en dan kan


veel ruimte die nu voor parkeren wordt gebruikt, vrijkomen voor andere doelein- den. Die schaarse ruimte in steden kan worden gebruikt om de kwaliteit van de woonomgeving te verbeteren.”


Als autorijden de facto geen tijd meer kost, leidt dat dan niet tot meer verkeersbewegingen en intensiever gebruik van de infrastructuur? “Auto’s worden steeds slimmer, we kun- nen ze efficiënter inzetten en dat ver- hoogt het gemak. Computers reguleren het brandstofverbruik, bewaren de juis- te afstand tot de auto ervoor, berekenen de snelste route op basis van actuele verkeersinformatie en kunnen een auto autonoom inparkeren. Bovendien kun- nen wegen effi ciënter gebruikt worden door informatie over de actuele situa- tie die direct beschikbaar is. Door com- municatie tussen voertuigen en tussen voertuig en verkeersinfrastructuur wordt in een ‘treintje’, achter elkaar rijden, mo- gelijk. Als die verwachting uitkomt, dan betekent dat inderdaad waarschijn- lijk wel een intensiever gebruik van het wegdek. Daardoor kan onderhoud eer- der dan nu nodig zijn. Maar ook op dat vlak vinden innovaties plaats: de vol- gende generatie wegdek kan kleinere scheuren zelf herstellen en data over de staat van het wegdek doorgeven voor preventief onderhoud. De innovaties zit- ten niet alleen aan de kant van het ge- bruik, maar ook aan de kant van het on- derhoud.”


In de Verkenning wordt veel gesignaleerd, maar de toekomst blijft moeilijk te voorspellen? “Natuurlijk weten wij niet exact welke technologische innovaties doorzetten


Nr.2 - 2015 OTAR O Nr.2 - 2015TAR 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48