This page contains a Flash digital edition of a book.
naar de toekomst toe. Jorissen: “De prio- ritering van de huidige afgekeurde dijken zal veranderen en er zullen nieuwe afge- keurde dijken bijkomen. De toetsingen die vanaf 2017 gehouden gaan worden, zullen de werkelijke omvang bepalen, maar op basis van de huidige kentallen komen wij dus uit op die 2000 kilometer. Het zwaartepunt verwachten wij in het rivierengebiedgebied. Zo zal vrijwel het gehele beheersgebied van waterschap Rivierenland, zo’n 500 km rivierdijken, op de schop moeten. Maar ook voor an- dere waterschappen zoals Groot Salland en Stichtse Rijnlanden betekent de nieu- we normering een forse opgave.” Over de waterkering langs de Noordzeekust maakt men zich minder zorgen. “Dat zit wel goed na de aanpak van de zwakke schakels en met het zandsuppletiepro- gramma dat daar geldt”, zegt de pro- grammadirecteur van het HWBP.


Productietempo verdubbelen Maar de allergrootste opgave is vol- gens Jorissen om ervoor te zorgen dat in 2050 alle primaire waterkeringen ook daadwerkelijk voldoen aan de normen die nu in het nieuwe beleid zijn veran- kerd. “Sinds de jaren negentig is het gemiddelde productietempo van dijk- versterking rond de 25 km per jaar. Wil- len we in 2050 die 2000 km halen, dan zal dat tempo in ieder geval verdubbeld moeten worden, dus 50 km per jaar. Dat is al heel wat! En als ik dan kijk naar het budget wat vanaf 2017 jaarlijks beschik- baar is -360 miljoen euro - zal de hui- dige gemiddelde kostprijs van dijkver- sterking per kilometer moeten worden teruggebracht van 10 naar zo´n 6 tot 7 miljoen euro per kilometer. Ga er maar aanstaan!”


Slimmer, sneller, beter


Daar komt volgens Jorissen ook nog eens bij dat het niet alleen recht-toe- recht-aan werk zal zijn. De versterkings- projecten zullen heel divers van aard zijn en deels ook complex, bijvoorbeeld in stedelijke omgeving of bij beweegbare keringen. Om de ‘deadline’ van 2050 te halen, moeten de dijkversterkingprojec- ten volgens Jorissen daarom slimmer, sneller, beter, goedkoper en handiger worden aangepakt. “Wij hebben tech- nische innovaties nodig om die tempo- stijging, maar ook de vergroting van ef-


26 Nr.2 - 2015 OTAR


Uit het Projectenboek HWBP 2015: Delfzijl - Chemiepark en Chemiepark - Punt van Reide in dijkring 6 met urgentie 89 en 97 in het deltaprogramma, deelprogramma Waddengebied. De urgentie van de versnelde uitvoering van de versterking van het dijktraject Delfzijl - Punt van Reide is komen te vervallen.


ficiency te kunnen realiseren. Slimme oplossingen. Oplossingen die misschien helemaal niet ‘vanuit de dijk’ komen, maar bijvoorbeeld uit de wegenbouw, spoorbouw, aardebaanbouw of pijpen- industrie. Noem maar op. We denken bijvoorbeeld ook aan toepassing van geavanceerde grondonderzoektechnie- ken waarmee we onze opgave kunnen verkleinen. Allemaal heel divers dus. We dagen de markt uit. Of het nu klei- nere, MKB-bedrijven zijn die vaak slim- me technieken bedenken, of grote be- drijven die slimme technieken mondiaal voor ons weten ‘op te lepelen’.”


Markt eerder betrekken Daarnaast noemt Jorissen vooral ook innovatie in de procesgang rondom de versterkingsprojecten als belangrijke mogelijkheid om tijd en geld te bespa- ren. “Dus niet volledig uitgekauwde ont- werpen op de markt zetten, maar het zoeken naar nieuwe, slimme contract- vormen waarbij wij de markt zo vroeg mogelijk bij de projecten willen betrek- ken. Dus dat bedrijven vanaf het aller- eerste begin kunnen meedenken, zodat geprofiteerd kan worden van de ideeën die zij inbrengen die tot optimale oplos- singen kunnen leiden.”


Volgens Jorissen moet daarom al in de verkenningsfase van een project na- drukkelijker worden nagedacht over welke contractvorm het best bij een project past. “We kunnen tijd winnen


door de aanbestedingsstrategie in die eerste fase al te bepalen. Natuurlijk is de beheerder, een waterschap of Rijks- waterstaat, daar als opdrachtgever zelf verantwoordelijk voor, maar vanuit het bedrijfsleven en ook vanuit de kennisin- frastructuur is al aangeboden om daar in die fase over mee te denken; dus nog vóór dat er sprake is van een contractu- ele relatie, nog vóór het hele tenderings- proces. Wij denken dat daarmee inno- vaties ook maximaal een kans krijgen.”


Taskforce Deltatechnologie Om daar handen en voeten aan te ge- ven, wordt de Taskforce Deltatechnolo- gie – onderdeel van de Topsector Water – ingezet. In die Taskforce zitten verte- genwoordigers van koepelorganisaties als Bouwend Nederland, de Vereniging van Waterbouwers en NL Ingenieurs. De Taskforce moet ondermeer zorgen voor het stimuleren, evalueren en borgen van innovatieve trajecten en voor toegang tot de kennis en expertise van het be- drijfsleven met de focus op concrete projecten. Een vroegtijdige marktbena- dering, zoals ook Jorissen schetst, staat daarbij voorop. Daarbij is de bedoeling dat de Taskforce samen met de kennis- instellingen, de beheerders en het pro- grammabureau van het HWBP per pro- ject een advies opstelt. Een advies dat ook voor alle marktpartijen beschikbaar komt om daarmee vervolgens een level playingfield te garanderen.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48