This page contains a Flash digital edition of a book.
Projectoverstijgende verkenningen Op dit moment is de Taskforce in zijn adviserende rol al actief in reguliere projecten en de zogenaamde Projec- toverstijgende Verkenningen, POV’s. Ook kennisinstellingen en het Experti- se Netwerk Waterveiligheid (ENW) zijn daar nauw bij betrokken. In Nederland zijn op dit moment vier van deze POV’s gaande. In Centraal Holland betreft dat onderzoek naar ondermeer versterking van de Lekdijken als alternatief voor dure en complexe versterking van de af- gekeurde c-keringen in het gebied. Een tweede POV richt zich op doelmatige oplossingen voor alle afgekeurde Wad- denkeringen van Friesland en Gronin- gen, waarbij vooral de kwetsbaarheid van het Waddenzeegebied een compli- cerende factor is. De derde POV betreft het probleem van Piping, dat vooral in het rivierengebied speelt. Hoe groot dit probleem is, daar lopen volgens Joris- sen de meningen nog uiteen. Bij piping stroomt kwelwater door of onder de dij- ken en neemt daarbij zand mee, waar- door verzwakking van het dijklichaam kan optreden. Om dit probleem te tac- kelen en te voorkomen dat anders enor- me en dure dijklichamen moeten wor- den opgeworpen, wordt onderzocht hoe bijvoorbeeld kwelschermen van geotextiel die in het dijklichaam worden geplaatst, dat probleem kunnen oplos- sen. En begin dit jaar is een vierde POV van start gegaan rond het thema Ma- crostabiliteit. Net als bij Piping zijn veel dijken op dit mechanisme afgekeurd en


zijn maatregelen over het algemeen om- vangrijk en kostbaar. “Grondonderzoek, aanscherping van rekenregels en slim- me versterkingsmethoden zoals verna- gelen en verankeren gaan ons helpen om de opgave te realiseren”, aldus Jo- rissen.


Innovatie, innovatie


Dit zijn volgens Jorissen maar een paar voorbeelden waarbij innovatieve mate- rialen en methoden een enorme impact kunnen hebben op zowel de kosten als de tijd die nodig zijn om dijken te ver- sterken. “We hebben veel meer van dit soort ideeën en proefnemingen nodig. Vaak zijn het ook MKB-bedrijven die daarbij een belangrijke rol kunnen spe- len. Een voorbeeld daarvan is het golf- onderzoek dat momenteel bij Delta- res plaatsvindt, waarbij diverse vormen van dijkbekleding - ontwikkeld door verschillende bedrijven - worden ge- test. Het idee daarbij is dat dijklichamen daarmee mogelijk beter beschermd kunnen worden tegen golfaanval en daardoor grote, dure en tijdrovende in- grepen kunnen worden voorkomen. Ook op het niveau van macrostabiliteit zie ik interessante initiatieven om mij heen waarvan de toepasbaarheid eveneens kan bijdragen aan ‘sneller, slimmer en goedkoper’.”


Tip voor markt De programmadirecteur van het HWBP raadt geïnteresseerde bedrijven aan de uitvoering van het Deltaprogram- ma goed te blijven volgen. Ook verwijst


Uit het Projectenboek HWBP 2015: Koppelstuk Eemdijk/ Spakenburg in dijkring 45 met ur- gentie 60 in het deltaprogramma, deelprogramma IJsselmeergebied. De historische Oude Ha- ven van Spakenburg heeft over een lengte van 170 meter een hoogtetekort. De aansluitende Westdijk heeft een binnenwaarts stabiliteitsprobleem over een lengte van 350 meter.


‘INNOVATIES BIEDEN NIET ALLEEN KANSEN, MAAR BRENGEN OOK RISICO’S VOOR TIJD EN GELD MET ZICH MEE’


hij naar het laatste projectboek van het HWBP dat in september vorig jaar is verschenen en het nieuwe projectboek dat dit jaar in september wordt gepre- senteerd. “Daarnaast is het raadzaam om via de koepels die activiteiten van de Taskforce te blijven volgen en voor- al ook via de contacten met de water- schappen de verdere procesgang in de gaten te houden, want die zijn de aan- bestedende partij.”


Waterschappen en maatwerk Over de professionaliteit van de water- schappen om deze innovatieve aan- pak aan te kunnen, maakt Jorissen zich absoluut geen zorgen. “Je ziet aan de wijze waarop de waterschap- pen de laatste jaren met aanbeste- ding en marktbenadering omgaan dat ze meegroeien in het spel. De water- schappen hebben ook een aanbeste- ding- en inkoopbeleid geformuleerd, waarmee zij aangeven mee te willen in de wereld van geïntegreerde contract- vormen. En zie je bij Rijkswaterstaat dat over het algemeen met gestandaar- diseerde contractvormen wordt omge- gaan, de waterschappen zullen meer van het maatwerk zijn, en dat komt goed uit, ook gezien het pallet aan ver- schillende werken binnen het Hoogwa- terbeschermingsprogramma.”


Innovatiekracht programma In dit verband zegt Jorissen er ook niet rouwig om te zijn dat er geen apart in- novatiebudget wordt ingesteld. “Wij zien daar in de projecten te weinig van terug. Innovaties bieden niet alleen kansen, maar brengen ook risico’s voor tijd en geld met zich mee. De oude re- geling kende een aantal negatieve prik- kels voor de waterschappen om vol- uit voor innovatie te gaan. Die prikkels hebben we weggenomen: innovatieve projecten worden voor de volle 100% (ipv 90%) gefinancierd en de risico’s die te maken hebben met het eventu- eel niet slagen van de innovatie dragen


Nr.2 - 2015 OTAR O Nr.2 - 2015TAR 27


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48