This page contains a Flash digital edition of a book.
dragen alle waterschappen nu bij op landelijk niveau. Er zijn dus waterschap- pen in het oosten die bijdragen aan de projecten in het westen. Dat is uniek. Dat betekent ook dat men meer belang- stelling heeft voor elkaar en meer gaat samenwerken. Er is een collectief be- lang gekomen.”


Blijven het wel allemaal aparte waterschappen of groeien ze langzaam toe naar een organisatie?


“Nee, dat zie ik nog niet gebeuren. Wa- terschappen zijn door de eeuwen heen erg zelfstandig geweest en gericht op de huishouding in de regio. Je ziet wel veel meer samenwerkingsverbanden ontstaan.”


Op welke gebieden wordt er samengewerkt?


“Er zijn bijvoorbeeld verschillende dij- ken langs de Waddenzee die niet aan de eisen voldoen. Daar zijn drie water- schappen voor verantwoordelijk. Er is nu een project gemaakt voor die gehele dijk. Dat is een voorbeeld van regionale samenwerking, maar je ziet ook dat er meer op inhoud wordt samengewerkt, bijvoorbeeld voor het fenomeen ‘pi- ping’, waarbij water onder de dijk door- sijpelt en aan de andere kant omhoog komt. Er zijn wel zeven waterschappen die met dat probleem te maken heb- ben. Daarom hebben we een innovatie- programma rondom dat thema opgezet. Zo hoeft niet iedereen zelf het wiel uit te vinden en naar marktpartijen toe te gaan of kennis op te halen bij Deltares. En we werken samen op het terrein van personeel door een personeelspoule op te zetten. We gaan dan een soort ma- kelaarsfunctie vervullen tussen vraag en aanbod. Daar willen we dit najaar mee starten.”


Denkt u dat er een kans is dat er nog projecten bijkomen? “Ja, want we hebben een programma van zes jaar en we maken elk jaar een vernieuwing van het programma. Er kunnen elk jaar weer nieuwe projecten bijkomen.”


Maar die komen dan wel binnen dit programma? “Ja, het is een voortrollend programma.


8 Nr.6 - 2014 OTAR


In het kader van het Deltaprogramma wordt er gewerkt aan nieuwe normering voor waterveiligheid. Die komt over een paar jaar beschikbaar. Daar moeten de dijken weer aan getoetst worden. Waar- schijnlijk komen daar dan waarschijnlijk weer nieuwe afgekeurde dijken in naar voren en die rollen dan zo in ons pro- gramma.”


Hoe is jullie verhouding tot het Deltaprogramma, waar het programma onderdeel van uitmaakt? In hoeverre heeft de Deltacommissaris invloed op wat jullie doen? “In onze stuurgroep zitten de verant- woordelijke bestuurders vanuit IenM en de waterschappen. Het Deltaprogram- ma zit vooral in de voorbereidende fase, bijvoorbeeld op het gebied van norme- ring. Dus wij stemmen af met de onder- delen van het Deltaprogramma, om- dat de maatregelen die wij nemen voor de afgekeurde dijken wel moeten pas- sen in de langetermijnstrategie van het Deltaprogramma. Korte en lange ter- mijn moeten wel met elkaar in verband staan. De vaststelling van het jaarlijkse programma vindt plaats via de stuur- groep van het Deltaprogramma en het Nationaal bestuurlijk overleg Deltapro- gramma”


Sturen jullie sterk op innovatie? “Ja, innovatie is noodzakelijk in onze sector, maar ook omdat we binnen het budget willen blijven. We hebben in onze financieringsparagraaf een aparte paragraaf voor innovaties opgenomen. Die kunnen voor 100 procent worden gefinancierd als ze bijdragen aan een doelmatiger uitvoering van het program-


ma. We hebben bijvoorbeeld al subsidie verleend aan de Stichting IJkdijk, maar ook aan andere instanties. Bijvoorbeeld op het gebied van piping is een conglo- meraat van 14 deelprojecten van wa- terschappen, Rijkswaterstaat en van private partijen actief. Want het is nog onzeker of we het fenomeen goed in de vingers hebben. Het gaat om techni- sche oplossingen, er wordt bijvoorbeeld gekeken naar Geotextiel, maar er wordt ook gekeken naar monitoringtechnieken zodat je goed kunt zien wanneer piping optreedt. Die studie wordt ook gefinan- cierd door dit programma.”


Wat vindt u het meest nijpende project? “De Waddendijk is een hele belangrijke, piping ook, en de projectoverstijgende verkenning Centraal Holland staat ook hoog op mijn lijstje. Die laatste omvat het hele dijkringstelsel op de grens van Zuid-Holland en Utrecht; het gebied dat de Randstad beschermt als er hoogwa- ter op de rivieren voorkomt. Dat is een stelsel van c-keringen, wat lagere ke- ringen die veelal door dorpjes lopen. Je ziet ze bijna niet, maar ze zijn wel heel belangrijk voor de Randstad. Er wordt nu gekeken of we toch niet beter die dij- ken in tact kunnen laten omdat die zo’n historische functie hebben en zo verwe- ven zijn met het landschap en de ste- den. Wellicht is het mogelijk om aan de buitenkant, aan de Lek , extra zware dij- ken aan te leggen. Als dat zou lukken, zou dat een enorme winst betekenen voor de gemeenten die in dat gebied liggen, maar het zou ook een enorme kostenbesparing zijn. Dat is een effect dat je bereikt met een gezamenlijk pro- gramma en gezamenlijke financiering.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48