This page contains a Flash digital edition of a book.
en voor de luchtkwaliteit’


dingsweg tussen de A16 en de A13 en de Blankenburgverbinding. Dat zie ik als een goed fundament voor de econo- mie van stad en haven op langere ter- mijn. Voor de kortere en middellange termijn werken Rijk en Regio samen aan maatregelen om de infrastructuur be- ter te benutten. In dat kader wordt ook ruimte genomen voor innovatie, zoals de samenwerking in ‘de Verkeerson- derneming’ en de introductie van een ‘marktplaats voor mobiliteit’.”


“Het besef dat het de komende jaren meer en meer zal gaan om de situatie in en om de steden, omdat de grootste- delijke dynamiek de belangrijkste ba- sis is voor economische ontwikkeling, neemt gestaag toe. Daarmee samen- hangend neemt de erkenning toe dat een extra accent komt te liggen bij de aansluiting van regionale - en stedelijke netwerken, en bij de noodzaak met het verkeer samenhangende binnenstede- lijke knelpunten - zoals gezondheid en verkeersveiligheid - aan te pakken. Ik heb de verwachting dat minister Schultz haar beloften waar kan maken. Al vind ik dat Rotterdam en de regiogemeenten wel fors opdraaien voor het fi nancieren van noodzakelijke inpassingsmaatrege- len bij grote infra-projecten.”


“Zoals ik al eerder aangaf, gebeurt er op het gebied van infrastructuur al veel in de regio Rotterdam, met name in het externe wegennetwerk. Wat mij betreft leggen we daarnaast in de stad een ac- cent bij de balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid. Meer specifi ek gaat het dan om knelpunten rond luchtkwaliteit, zoals de ’s-Gravendijkwal, en om ge- richte verbetering van openbare ruim- tekwaliteit. Dit gebeurt met name bij de grotere openbaarvervoerstations, exclu- sief natuurlijk het Centraal Station, want dat is al super, door voldoende stallin- gen voor fietsers te realiseren en het aanpakken en voorkomen van ‘fiets- knelpunten’. Die uiten zich door fiets-


‘fi les’ bij kruisingen of het moeten om- rijden door ontbrekende schakels in het netwerk. Ook een aandachtspunt in dat kader, is de robuustheid van het stede- lijk hoofdwegennet op de wat langere termijn. Dan moet je denken aan de be- lasting, en de toch wel grote maaswijdte van de oeverkruisingen - voor het auto- verkeer en het openbaar vervoer en ze- ker ook voor de fi ets - en aan de vraag of er niet her en der sprake is van ‘on- eigenlijk autoverkeer’. Tenslotte is het groot onderhoud van de Maastunnel, dat vanaf zomer 2017 op de rol staat, wel spannend.”


“Vanuit Rotterdams perspectief heb ik de indruk dat Nederland voldoende in- vesteert in wegen, waterbouw en open- baar vervoer. Het dunkt mij onverlet dat er, met het oog op een verdere toe- komst waarin het accent meer en meer zal komen te liggen op de grootste- delijke agglomeraties, extra middelen noodzakelijk zullen zijn om de robuust- heid van het vervoersnetwerk van auto, openbaar vervoer en fi ets te kunnen ga- randeren. Daarbij gaat het dan nadruk- kelijk om de balans tussen kwaliteit van de leefomgeving en de bereikbaarheid. Daarbij zijn experimenten met nieuwe samenwerkings- en financieringscon- structies tussen overheid en markt on- ontkoombaar en zeker niet onlogisch. Ervan uitgaande dat verkeer en vervoer meer en meer onderdeel worden van in- tegrale gebiedsgerichte ontwikkelingen, zullen de vruchten van die aanpak op meerdere domeinen - economisch, so- ciaal en ruimtelijk - te proeven zijn.”


“Op het terrein van duurzaamheid heeft Rotterdam de afgelopen periode niet stil gezeten en op onderdelen een voortrek- kersrol vervuld. Bijvoorbeeld met het Rotterdams ‘Climate Initiative’, de aan- pak van ‘Rotterdam-elektrisch’ en de laatste IABR-biënnale - met als centraal thema ‘Metabolisme van de stad’. In de mobiliteitsportefeuille zal ik daar zeker


op voortbouwen, met een extra accent op luchtkwaliteit en stimulering van lo- pen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer.”


“Rotterdam en water horen bij elkaar als twee kanten van dezelfde mooie me- daille. Het realiseren van vervoer over water is geen zaak van één partij: De af- gelopen jaren zijn vele verbindingen tot stand gekomen via verschillende vor- men van samenwerking en betrokken- heid van markt en overheid. We zullen, als het aan ons ligt, deze lijn zeker door- trekken en als gemeente initiatieven fa- ciliteren en waar nodig initiëren. Met als doel een steeds completer en passen- der aanbod voor de Rotterdamse regio.”


“Er zijn meerdere goede voorbeelden, van positieve ontwikkelingen, allen met hun eigen dynamiek: Recent hebben Alphatron, Van Oord, Hollandia en IHC Merwede bedrijfsvervoer over water tot stand gebracht samen met Watertaxi. Daarnaast is tussen Kralingen en Feijen- oord een fi etsveer in bedrijf, dat door de gemeente is aanbesteed. De Aqualiner bedient de verbinding tussen de RDM- campus op Zuid en enkele plekken op Noord. Deze beide zijn openbaar toe- gankelijke verbindingen. Tenslotte vaart er al enige jaren een waterbus rich- ting Dordrecht en een Fast Ferry tus- sen Hoek van Holland en de Maasvlak- te. Er zijn echter meerdere plekken aan beide zijden van de Maas te benoemen die op dit moment nog niet door ver- voer over water bediend worden, terwijl dat wel interessant zou kunnen zijn. Op het moment dat er initiatieven worden genomen, zal de gemeente, indien dat meerwaarde heeft, hierbij een bijdrage leveren in faciliterende zin.”


REAGEREN? Mail naar info@otar.nl Nr.6 - 2014 OTAR O Nr.6 - 2014 TAR 31


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48