This page contains a Flash digital edition of a book.
Begin dit jaar ging het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma van start. Het heeft een andere opzet dan eerdere hoogwaterbeschermingsprogramma’s, want er wordt zwaar in- gezet op samenwerking. Zowel tussen Rijkswaterstaat en de waterschappen, maar ook met marktpartijen en kennisinstellingen. Erik Kraaij vormt samen met Richard Jorissen en Edie Brouwer de programmadirectie. “Het gaat om samenwerking op het gebied van kennis, in- novatie, marktbenadering en communicatie. Samen de schouders eronder!” Tekst: Astrid Melger


Waarom is er een nieuw Hoogwaterbeschermings- programma? “Er zijn voor dit programma andere fi- nanciële afspraken gemaakt. 50 procent wordt door de waterschappen bijge- dragen en 50 procent door het minis- terie van IenM. De verantwoordelijkheid ligt daarom ook bij de waterschappen en de minister van IenM. Daarbij komt dat HWBP 2 al erg in de uitvoeringsfa- se zat. Met name onze opdrachtgevers - het ministerie van IenM en de Water- schappen - wilden voorkomen dat die twee programma’s, die wel over hetzelf- de type werk gaan, maar in een andere fase zitten, met elkaar vermengd raken. Dan zou er vertraging kunnen ontstaan, waardoor de realisatie van HWBP 2 kan worden afgeremd.


Tot voor een paar jaar terug verliep de samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de waterschappen heel moeilijk. Hoe gaat dat nu?


“De situatie was zo dat de waterschap- pen de dijken beheerden en ervoor zorgden dat ze getoetst werden aan de wettelijke normen en dat er plan- nen kwamen om ze weer te verster- ken. Het Rijk zorgde voor het geld. Die twee partijen hielden elkaar in een soort houdgreep. Het Rijk had te weinig geld, waardoor de waterschappen te lang met hun projecten wachtten. Dus we bleven achterlopen in het realiseren van de veiligheid. Er waren wettelijke nor- men, maar we merkten dat we steeds verder achteruit boerden.”


Dat resulteerde in een slechte staat van de waterkeringen. “Relatief slecht ja. In 2010 hadden we de situatie dat ongeveer een derde van het areaal niet aan de normen voldeed. Dan heb je het over meer dan 1000 ki- lometer. Dat is behoorlijk wat. Het stond niet op instorten, maar er moest wel wat gebeuren. In mei 2011 zijn afspra- ken vastgelegd in het Bestuursakkoord Water. Deze zijn gemaakt op basis van gelijkwaardigheid. De waterschappen hebben ingestemd om de helft van het budget op te brengen en het rijk heeft de waterschappen mede verantwoor- delijk gemaakt voor het Hoogwaterbe- schermingsprogramma. Dat resulteerde in een aparte programma-organisatie, die het programma heeft opgezet en aanstuurt. We zetten nu dus samen de schouders eronder.”


En het nieuwe Hoogwater- beschemingsprogramma is inmiddels van start. “Vorig jaar was ons voorbereidingsjaar en we zijn offi cieel per 1 januari begon- nen. Het is een groot programma. Er moet de komende jaren 700 kilometer dijken worden versterkt. Er is al onge- veer 20 procent in uitvoering via onder andere het programma Ruimte voor de Rivier, ten opzichte van de 1000 kilome- ter die ik eerder noemde.”


Is er een vastgesteld budget? “Jazeker. Het geld dat de waterschap- pen inbrengen – 50 procent van het budget – is verdubbeld door het Rijk. Dat is samen 362 miljoen per jaar. Dat is onderdeel van het Deltafonds, maar het


mag alleen worden gebruikt voor dijken van de waterschappen. Er is dus geld en er zijn projecten en wij moeten er- voor zorgen dat die worden uitgevoerd en ook op tijd. Ondanks dat er heel veel geld is, is het niet voldoende. Het moet in 12 jaar klaar zijn, dus we hebben een budget van ruim 4 miljard, maar we hebben eigenlijk op basis van de hui- dige kostenramingen 5 tot 6 miljard no- dig.”


Hoe lossen jullie dat op? “Er is een spanning qua tijd en geld. De doorlooptijd van projecten is lang. Het duurt wel even voor een afgekeur- de dijk weer op sterkte is. We zetten in op strakke termijnen en gaan daarom ook met de MIRT-aanpak werken, dus eerst verkenning, dan planuitwerking en dan realisatie. Voor iedere fase nemen we pakweg twee jaar, dat is een strak- ker regime dan tot op heden het geval is. Daarmee proberen we tijd te winnen. Daarnaast proberen we geld te bespa- ren door te sturen op meer innovatie en samenwerking! Waar Rijkswaterstaat al kennis heeft opgebouwd met nieu- we contractvormen, hebben de water- schappen veel gebiedskennis. Zo kun- nen we een goede combinatie vormen voor de komende jaren.”


Is de samenwerking tussen de waterschappen ook nieuw? “Ja, dat gebeurde tot op heden be- perkt. Alle waterschappen zijn verant- woordelijk voor de waterhuishouding in hun eigen gebied. Daar halen ze ook hun waterschapsbelasting vandaan. Maar voor de hoogwaterbescherming


Nr.6 - 2014 OTAR O Nr.6 - 2014 TAR 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48