This page contains a Flash digital edition of a book.
te bespreken. Daar konden dan afspra- ken over gemaakt worden die van de letter van het contract afweken, maar voor het project op dat moment het beste waren,” zegt Lode Franken, voor- malig projectdirecteur Coentunnel Con- struction. “Dat is in dit project geheel veranderd. De verhoudingen zijn veel af- standelijker geworden. Dat schept dui- delijkheid, maar het maakt het soms ook lastig omdat nieuwe inzichten en omstandigheden tijdens het ontwerp- en bouwproces, in het belang van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer, niet meer pragmatisch aangepakt worden”.


Formule 1 Voor Coentunnel Company en voor Coentunnel Construction is de aanleg van de Tweede Coentunnel, de vernieu- wing van de bestaande onderdoorgang en het aanpassen van het tracé, fi nan- cieel gezien geen onverdeeld succes. Toch wil Feijen daar ook niet te nega- tief over zijn. “We hebben hier een nieu- we manier van werken uitgeprobeerd en daar leergeld voor betaald. Het contract met Rijkswaterstaat, de nieuwe manier van samenwerken, de rol van de ban- ken in het geheel en het onderhoud dat we de komende jaren gaan doen. Dat is uitermate complex en nieuw gebleken maar zeker ook zo spannend. Ik zou niet anders meer willen. Het is alsof je ge- wend bent om te karten en dan ineens in de Formule 1 mee mag doen.” Wel is hij kritisch over de fi nanciële compo- nent in de moeilijke stedelijke omgeving. “Het is denk ik wat veel gevraagd ge-


26 Nr.6 - 2014 OTAR


weest om dat in Amsterdam uit te pro- beren. Dat had beter in een overzich- telijker landelijk gebied gekund, waar minder onzekere invloeden uit de om- geving zijn.” Franken vindt bovendien dat bij aanvang van het gehele project nog te veel contractuele onduidelijkhe- den waren met betrekking tot de invul- ling van een aantal belangrijke functio- nele eisen. “Die moesten al werkende worden ingeschat terwijl er wel al con- tracten lagen. Ik zou in een volgend pro- ject ervoor willen pleiten om daar in een apart voortraject eerst meer duidelijk- heid over te krijgen. De risico’s kunnen dan beter ingeschat worden.”


Opvallende luifel


Nu beide Coentunnels klaar zijn voor gebruik, valt aan het ontwerp vooral de luifel van donkere roosters op die auto- mobilisten overzicht moet geven. Dirk Lohmeijer van Quist Wintermans Archi- tekten uit Rotterdam vindt dat een tun- nel een tijdloze uitstraling moet hebben en ‘stil en rustig in het landschap moet liggen’. In het ontwerp is dan ook extra aandacht besteed aan het inpassen van de entrees, het bedieningsgebouw met regelapparatuur, transformators en blus- installaties in de bestaande omgeving. Ondanks dat het ontwerp van de toerit en de toegang van de tunnel overzich- telijkheid moet creëren, ontstond vlak na de opening van de tweede Coentun- nel discussie over de veiligheid omdat diverse ongelukken in de tunnel plaats- vonden. Rijkswaterstaat doet daar nog onderzoek naar. Feijen verwacht ech-


ter dat uiteindelijk het aantal onge- lukken minder zal zijn dan in de oude situatie. “Als bestuurders aan de nieu- we situatie met twee tunnels en een overzichtelijker tracé dan voor- heen, gewend zijn geraakt, dan ben ik ervan overtuigd dat iedereen dat een verbetering zal vinden.”


Prestatiemeetsysteem (pms)


Het consortium Coentunnel Company wordt door opdrachtgever Rijkswater- staat afgerekend op beschikbaarheid. Is een rijstrook buiten de afgesproken on- derhoudsdagen tijdelijk buiten gebruik of werkt een van de installaties niet goed, dan wordt dat automatisch verwerkt in een prestatiemeetsysteem (pms). “Alles wordt met dit systeem voortdurend ge- monitord,” zegt Feijen, “als de slagbomen iets te scheef staan, dan komt daar direct een melding van binnen, hetzelfde geldt voor het opvangen van water in de kel- ders en bij iedere verkeersmaatregel geeft het systeem aan of dat binnen de afge- sproken marges valt of niet.” Als er een defect is, dan krijgt het personeel van het consortium, dat ook verantwoordelijk is voor het beheer van de tunnels, wel tijd om het probleem te verhelpen, maar als dat te lang duurt dan kost dat het consor- tium geld. Feijen: “Vernieuwend is dat au- tomatisch een korting op de factuur komt te staan die naar onze opdrachtgever Rijkswaterstaat gaat.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48