This page contains a Flash digital edition of a book.
Innovaties?


In het geval van de Coentunnel leidt het DBFM-contract zo goed als zeker tot een betere beschikbaarheid van het ge- hele tracé. Maar leidt dat ook tot meer kwaliteit, een meer duurzame manier van bouwen en innovaties? Dat is de vraag en dat heeft onder meer te ma- ken met de looptijd van het beheer. Zo heeft het consortium bijvoorbeeld be- sloten om een asfaltlaag die nog een aantal jaar mee had kunnen gaan, alvast te vervangen tijdens de bouw van de tunnel. De nieuwe laag houdt het naar verwachting vol zolang het onderhouds- contract loopt. Bovendien wordt geko- zen voor materialen die zich al bewezen hebben. Het risico dat – wellicht betere en duurzamere – innovatieve materialen en installaties onverhoopt falen, probe- ren de samenwerkingspartners zoveel mogelijk te vermijden. Want dat kost de aannemer immers geld.


Integraal werken Voor partijen die gewend zijn – welis- waar ingewikkelde – bouwprocessen te organiseren is integraal samenwerken een grote uitdaging gebleken. Boven- dien zijn de fi nanciële risico’s veel moei- lijker in te schatten als daarin iets niet goed gaat. “Als een stuk beton vervan- gen moet worden, dan weten wij precies wat dat kost,” zegt Vermeij, “maar de fi - nanciële consequenties daarvan met betrekking tot de beschikbaarheid van de tunnel zijn veel moeilijker in te schat- ten. Bovendien kregen wij ineens te maken met zaken die buiten onze core business liggen.” Daar komt nog eens bij dat in het geval van het Coentunnel- project het om een ingewikkelde om- geving gaat. Vermeij: “We hebben hier te maken met een stedelijk gebied met enorme verkeersstromen, maar ook met een grote gasleiding in de buurt, een in- gewikkeld bestaand wegennet, noem maar op. En daar komt de bestuurlijke omgeving nog eens bij. Naast Rijkswa- terstaat moeten we ook rekening hou- den met de belangen van de gemeen- te, de provincie en zelfs stadsdelen. Dat maakt het hele project extra complex.” Die onzekere omgevingsfactoren maken het voor de aannemer moeilijk om het project fi nancieel te optimaliseren.


Financiële constructie


Coentunnel Company heeft niet alleen een overeenkomst met Rijkswaterstaat, maar moet het project ook zelf voorfi - nancieren. Dat betekent dat het sa- menwerkingsverband van ontwerpers en bouwers ineens met geheel ande- re disciplines te maken heeft gekregen en daarvoor de expertise heeft moe- ten inschakelen. Met zes grote Europe- se banken zijn contracten afgesloten. In die overeenkomsten staat vermeld dat Coentunnel Company het fi nanciële risi- co draagt, ook al wordt de aannemer op basis van prestatie betaald door Rijks- waterstaat. Het geleende bedrag van honderden miljoenen euro’s zal uitein- delijk volledig terugbetaald moeten wor- den. De Coentunnel Company heeft een deel van het risico overigens ook weer naar onderaannemers verlegd, maar de tijdsdruk op het bouwproces was vol- gens betrokkenen enorm. Doordat de wetgeving met betrekking tot de tunnel- veiligheid tijdens de realisatiefase wij- zigde, is ook de contractuele context veranderd met vertraging tot gevolg. Uiteindelijk is deze vertraging beperkt gebleven.


Wheelen en dealen


Het DBFM-contract heeft ook invloed op de manier waarop opdrachtgever en opdrachtnemer zich tot elkaar verhou- den. “Vroeger waren we gewend om ge- zamenlijk in een wekelijkse bouwverga- dering alle mogelijkheden en knelpunten


Nr.6 - 2014 OTAR O Nr.6 - 2014 TAR 25


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48