aansturing van machines en werktuigen steeds va- ker geïntegreerd. Voertuig-, perceels- en werktuig- data komen samen in één terminal die alles ver- werkt en opslaat. Staat op je trekker (voertuig) het gps-systeem of stuurautomaat los van de trekker- terminal, dan kun je de trekkerdata niet zomaar koppelen aan gps-coördinaten en als zodanig op- slaan. Dat kan wel als je beide met een zogenoem- de NMEA-kabel verbindt. Die kan per merk gps en merk trekker verschillen. Via zo’n kabel voorzie je de terminal relatief goedkoop en eenvoudig van gps-coördinaten. Hiermee kun je voertuigdata zo- als brandstofverbruik, benodigd motor- en afta- kasvermogen, hef- en trekkracht en rijsnelheid plaatsspecifiek in kaart brengen. Gratis data die je hoe dan ook tijdens bewerkingen verzamelt en die vooral veel zeggen over bodemtoestand en -struc- tuur. En die aanvullende informatie geeft ten op- zichte van bodemscans, opbrengstmetingen en satellietbeelden. Hoe meer data, hoe beter en hoe betrouwbaarder deze zijn. Je kunt er beter verban- den mee leggen, conclusies mee trekken, zaken mee uitsluiten en beslissingen mee nemen. Datacommunicatie gaat ofwel per USB-stick, maar ook steeds vaker draadloos via 4G, bluetooth of wifi. Op dat vlak zijn er wereldwijd verschillende initiatieven en oplossingen, zoals het Duitse ISO- connect en 365Farmnet, het Amerikaanse ISOBlue en Climate FieldView, en ook Nederlandse initiatieven zoals Dacom Cloudfarm. Dat werkt onder meer samen met Mechan Groep en John Deere. Maar er zijn ook initiatieven die niet
Tijdens elke bewerking verzamelt een trekker gratis en voor niets waardevolle data, zoals brandstofverbruik en be- nodigd vermogen. Vooral grondbewerkingen en zaaien en poten leveren nuttige gegevens op.
gelieerd zijn aan bestaande marktpartijen, zoals Agrobox van FARM24, en een Nederlandse ISOBlue-variant van
Trekkerdata.nl (zie kader ISOBlue: ‘Freeing Ag Machinery Data’). De openheid die trekkerfabrikanten in Europa moeten bieden over de data op de CAN-/Isobus van de trekker (in het kader van vrijgave van zogenoemde Repair en Maintenance Information, RMI) helpt om die data te kunnen lezen en (draadloos) te kunnen versturen. Agrobox en ISOBlue zijn beide compacte kastjes die via de diagnosestekker van de trekker data
MAX STURM, AKKERBOUWBEDRIJF STURM, ENS (FL.)
Dit voorjaar is Sturm begonnen met het verza- melen van trekkerdata op twee trekkers: een New Holland met IntelliView-terminal en een Steyr met S-guide-terminal. “Achteraf gezien hadden we dat al veel eerder kunnen doen. Maar we wisten niet dat trekkerterminals geen gps- signaal binnenkregen”, zegt Max Sturm. “Het eni- ge dat hiervoor nodig was, is een zogenoemd NMEA-kabeltje tussen de SBG-stuurautomaat en de trekkerterminals. Deze voedt de trekkertermi- nals met het gps-signaal.” De Sturms verzamelen meerdere data, maar zetten vooral in op plaats- specifiek brandstofverbruik in liter per hectare en per uur. Verder worden ook het benodigde motor- en aftakasvermogen en de gps- en wiel- snelheid vastgelegd. De laatste twee verschijnen als percentage slip op de terminal. De dataver- werking gebeurt in FarmWorks. “Het is belang- rijk dat je het juiste type USB-stick gebruikt met
voldoende opslagcapaciteit, anders gaat het niet goed.” Max en broer Gijs liepen ook tegen een ander dingetje aan tijdens het aardappelen poten: “We hadden de NMEA-kabel op de AmaPad-terminal van de pootmachine aangesloten, niet op de trekkerterminal. Die laatste kreeg daardoor geen gps-signaal binnen. Na het splitsen van de NMEA-kabel konden we de trekkerdata weer log- gen.” Max merkt dat met name grondbewerkingen zo- als ploegen, wortelruggen frezen en woelen be- trouwbare data over bodemverdichting en grondsoort opleveren. “Tijdens het aardappelen poten en aanaarden in één werkgang beïnvloedt de vulling van de aanaardkappen het brandstof- verbruik te zeer. We zijn nog aan het leren, maar we zien toch interessante verschillen op onze re- latief homogene percelen met bijvoorbeeld 7 tot
53 TREKKER SEPTEMBER 2019
aftappen van de CAN-/Isobus en die vervolgens continu via 4G draadloos versturen naar een cloud omgeving. De gebruikers die hun ervaringen in dit artikel delen, zien veel potentie in het verza- melen en beheren van zo veel mogelijk data. Al kunnen bij de validatie ervan externe invloeden, zoals op- of terugschakelen bij bijvoorbeeld ploe- gen, roet in de data gooien.
TEKST: RENÉ KOERHUIS FOTO’S: KOOS GROENEWOLD, PETER ROEK, JAN WILLEM VAN VLIET
13% lutum. Uiteindelijk willen we meerdere da- talagen over elkaar heen leggen om de juiste conclusies te trekken. Deze ‘gratis’ trekkerdata helpen daar zeker bij.”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92