ONDERNEMEN
Mestbeleid treft intensieve telers economisch zwaar
De economische gevolgen van het voorgenomen mestbeleid zijn groot, blijkt uit onderzoek van WUR. Voor sommige akkerbouw- en vollegronds- groentebedrijven is een economisch rendabele bedrijfsvoering niet meer mogelijk. Het effect op de veehouderij is kleiner.
Door Mariska Vermaas D
e maatregelen die worden voorgesteld in het concept 7e Actieprogramma nitraatrichtlijn (7e AP) hebben grote negatieve gevolgen voor delen van de akkerbouw. Dat blijkt uit de economische effectrapportage van Wageningen Economic Research. Met name bedrijven met intensieve bouwplan- nen, zoals gespecialiseerde zetmeelaard- appelbedrijven in de Veenkoloniën en pootgoedtelers in Noord-Friesland en de Noordoostpolder, boeren financieel achter- uit. Ze moeten hoogsalderende gewassen vervangen door rustgewassen met lagere saldo’s. WUR ziet ook enkele mogelijke ba- ten, zoals besparing op kunstmestkosten, een verbetering van de bodemkwaliteit en bijbehorende opbrengsteffecten. De verplichting om vanaf 2027 eens in de drie jaar een rustgewas te telen en de plicht om op zand- en lössgronden voor 1 oktober een vanggewas in te zaaien, hebben het grootste economisch effect. Hoewel WUR het economisch effect van deze regels niet kwantitatief heeft doorgerekend, oordelen de onderzoekers dat voor veel bedrijven geen economisch rendabele bedrijfsvoe- ring meer mogelijk is. De datum 1 oktober is bepalend voor de impact, aldus WUR. Een latere datum zal de economische impact reduceren, maar elk oogstmoment voor het gewas oogstrijp is, zal beperkend werken op zowel opbrengst als kwaliteit van het product. Dit heeft grote gevolgen voor het saldo en in nog sterkere mate voor de inkomens in de akkerbouw. Voor rond de helft van de vollegrondsgroentetelers zal geen economisch rendabele bedrijfsvoe-
18 Bouwplanmaatregelen meest ingrijpend
De economisch meest ingrijpende maatregelen van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn: z Verplichte inzaai van een vanggewas (of wintergewas) voor 1 oktober op zand- en löss- grond
z Verplicht op ieder perceel eens in de drie jaar een rustgewas z Minimaal 70% rustgewassen op bedrijfsareaal graasdierbedrijven, waarvan minimaal 50% permanent grasland (>5 jaar)
z Bufferzones (teeltvrije zones) van 5 meter bij ecologisch kwetsbare waterlopen en KRW-lichamen en 2 meter bij overige waterlopen, met een maximum van 5% per perceel.
ring meer mogelijk zijn als wintergewassen niet worden uitgezonderd van de vangge- wasverplichting, voorziet WUR.
Praktisch moeilijk uitvoerbaar WUR concludeert dat de plicht om op alle percelen voor 1 oktober een vanggewas te zaaien niet alleen financieel nadelig is, maar ook praktisch moeilijk uitvoerbaar door gebrek aan beschikbare arbeid en ma- chines, omdat het in die tijd toch al druk is vanwege het oogstseizoen.
De impact van de plicht om eens in de drie jaar een rustgewas te telen, verschilt sterk. In sommige gebieden wordt al nage- noeg aan deze voorwaarde voldaan. Terwijl dit voor bedrijven met zeer intensieve bouwplannen, zoals de akkerbouwbedrij- ven met zetmeelaardappelen in de Veen- koloniën, en de intensieve akkerbouwbe- drijven met consumptieaardappelen en suikerbieten in het centrale zeekleigebied en op zand, wel grote gevolgen heeft.
Verwerkers mogelijk naar buitenland De suiker-, zetmeel-, friet- en conserven- industrie zal forse economische gevolgen
BOERDERIJ 107 — no. 5 (26 oktober 2021)
ondervinden, oordeelt WUR. De bedrijven werken nu efficiënt door een goede kwa- liteit, kwantiteit en spreiding van levering van grondstoffen. Door voortijdig oogsten en een kleiner areaal door de plicht om meer rustgewassen te telen, zullen zowel de kwaliteit en het suiker- en zetmeelge- halte als de kwantiteit en de spreiding in de toelevering afnemen. “Dit kan grote economische gevolgen hebben. De afname van de winstgevendheid van deze verwer- kende industrieën heeft gevolgen voor de nationaal bruto toegevoegde waarde en de werkgelegenheid”, aldus de onderzoekers. Omdat veel van deze industrieën coöpe- raties zijn, zullen boeren bij afnemende winstgevendheid ook lagere prijzen krijgen voor hun product. “Een mogelijk gevolg kan zijn dat de teelt naar het buitenland wordt verplaatst”, aldus WUR.
Minder mais
De impact op de veehouderijsectoren is minder groot. In de melkveehouderij pakken de bouwplanmaatregelen negatief uit voor bedrijven zonder derogatie en een relatief groot aandeel mais. Door plicht
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84