ONDERNEMEN
‘Tijd voor een positieve definitie van dierenwelzijn’
De nieuwe dierenwet zet ‘natuurlijk gedrag’ voorop. Dat is nogal problema- tisch, zegt emeritus professor Jaap Koolhaas. Hij gaat liever uit van autono- mie voor het dier. Ook in de veehouderij. Dat klinkt vreemder dan het is.
Door Johan Oppewal S
treven naar natuurlijk gedrag is een nogal gebrekkig uitgangspunt om dierenwelzijn te definiëren, aldus Jaap Koolhaas, emeritus professor aan de RU Groningen. Geef dieren auto- nomie, is zijn verrassende visie. Daarmee bekritiseert hij het veelbesproken amen- dement op de Wet Dieren dat dit jaar werd aangenomen. Het amendement houdt in dat dieren niet aangepast mogen worden voor de houderij, en dat ze natuurlijk ge- drag moeten kunnen vertonen. De aanvulling op de wet, aangezwengeld door de Partij voor de Dieren, heeft veel losgemaakt, vooral in de veehouderij. Waar leidt dit toe? Wat kan straks nog wel en wat mag niet meer? Hoe ver gaat dit? Omdat dit allemaal nogal onduidelijk is, raadde demissionair minister Carola Schouten de motie af. Nu die toch is aangenomen, onderzoekt ze de mogelijke impact ervan, voor ze een besluit neemt of en hoe de motie uit te voeren. Dat onderzoek is nu gaande.
Kwam de kritiek op het amendement vooral vanuit de veehouderij, Koolhaas zit in een heel andere hoek. Hij was tot zijn pensionering, bijna tien jaar geleden, een vooraanstaand dieronderzoeker. Onlangs sprak hij bij het afscheid van lector die- renwelzijn Hans Hopster van het Van Hall Instituut, en zijn visie baarde opzien. Tot zijn eigen verbazing, zegt hij naderhand in een toelichtend gesprek.
Autonomie Koolhaas vindt het tijd voor wat hij noemt een ‘positieve’ definitie van dierenwelzijn.
14
“Dierenwelzijn is tot nu toe gedomineerd door dingen te benoemen die er niet horen te zijn. Geen honger, geen pijn, geen angst. Het gaat steeds over wat er mis is. Het moet meer gaan over de vraag: wat maakt een dier gelukkig? De intentie is goed, maar de indieners van deze motie hebben niet goed genoeg nagedacht”, stelt Koolhaas. “Wat is dan natuurlijk gedrag? En wat is onnatuurlijk gedrag? Een stier in een dekstation vertoont natuurlijk gedrag in een onnatuurlijke omgeving. Wat moet je
dier centraal. En daarin moet de biologie van de soort de leidraad zijn.”
Autonomie veronderstelt een eigen vrije wil. Hebben dieren die? Diepgewortelde opvatting is toch dat alleen mensen iets willen en een persoonlijkheid hebben, en dat dieren hun instinct volgen? “Ja, dat is nogal duidelijk. Dieren doen van alles en nog wat uit eigen vrije wil als ze die mogelijkheid hebben. De veehouder geeft de koeien de vrijheid om de wei in te gaan, en dat doen ze gewoon. En in het voorjaar zijn ze ook echt blij om naar buiten te gaan.”
‘Een koe kan echt blij zijn, dat is geen projectie van menselijke emotie’
Dansende koeien, daar wordt vaak een heel evenement van gemaakt. Is dat geen projectie van menselijke emoties op die dieren?
daarmee? En dieren kunnen ook iets leren. Dat hoort bij hun natuur. In die zin zijn de kunstjes van een circusdier ook natuurlijk gedrag. Dus wat is aangeleerd en wat is aangeboren? Daar kom je nooit uit. Je kunt meerdere definities hangen aan ‘natuurlijk gedrag’, die allemaal verdedigbaar zijn. Dat houdt geen stand voor de rechter. Je moet het dus anders aanvliegen. Bovendien, het is niet de mens die moet bepalen of iets natuurlijk is. Laat het dier dat zelf maar zeggen. Daarom zet ik autonomie van het
BOERDERIJ 107 — no. 5 (26 oktober 2021)
“Ik denk dat je wetenschappelijk wel kunt bewijzen dat die koe echt blij is. Mijn visie is dat wij allemaal zoogdieren zijn. Mijn carrière is erop gericht geweest te kijken wat die zoogdieren gemeen hebben en waarin ze verschillen. Je zult verbaasd zijn hoeveel zoogdieren gemeen hebben met elkaar. Blijheid, tevredenheid, je goed voelen. Dat kunnen dieren echt. Elke hon- denliefhebber zal dat beamen en het geldt ook voor landbouwdieren. Zelfs ratten en muizen kunnen blij zijn.”
Onderzoeker Frans de Waal zegt: geen enkel wezenlijk onderscheid dat mensen proberen te maken tussen dier en mens houdt stand. Deelt u die visie? “Dat onderscheid is al heel lang achter- haald, ja. De cognitieve vermogens van zoogdieren stemmen sterk overeen met die
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84