This page contains a Flash digital edition of a book.
nauwkeurig met een ingebouwde debietmeter kan worden bepaald, ligt dat bij poldergemalen veel ingewikkelder en varieert de nauwkeurigheid binnen een bandbreedte van wel 30 procent en meer.” Dat heeft volgens hem alles te maken met de omgevingssituatie, die voor elk gemaal anders is. Factoren die een rol spelen zijn bijvoorbeeld de lengte van de aanstroomrichting, de diepte van de sloot, begroeiing, drijf- vuil, wateropzet, windrichting, golfslag etc. Ook bodemdaling en de mate van slijtage van een gemaal zijn variabelen die een rol spelen en ook in de tijd veranderen. “Dat wil zeggen dat de capaciteit door allerlei factoren wordt beïnvloed en alleen maar kan worden vastgesteld aan de hand van andere gemeten grootheden.”


Grid van stroomsnelheidsmeters Dit laatste maakt het meetproces ingewikkeld, duur en be- werkelijk. Er worden door de waterschappen verschillende methodes toegepast om het debiet van een gemaal zo goed mogelijk te kunnen bepalen. Een veel gehanteerde methode is de zogeheten velocity-areamethode, waarbij een grid aan snelheidsmeters in de watergang wordt gehangen. Uit de metingen wordt een snelheidsprofi el afgeleid, op basis waar- van een schatting van het debiet wordt verkregen. Martijn Heinhuis, beleidsadviseur Waterhuishouding bij het Hoog- heemraadschap van Delfl and: “Capaciteitsmetingen worden tot op heden door de meeste waterschappen min of meer ad hoc uitgevoerd. Meestal gebeurt dat als er net een nieuw gemaal is gebouwd of een gemaal in revisie is geweest en wij de aannemer opdragen aan te tonen dat het gemaal de vooraf beloofde capaciteit ook daadwerkelijk levert. Inciden- teel doen wij zelf ook metingen. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat een gemaal er na een forse regenbui wat langer over doet dan verwacht om de polder leeg te maken. Wij hebben daar onze eigen methoden voor, maar het resultaat is meestal niet meer dan een indicatie die, als deze binnen een bandbreedte van zo’n tien procent valt, doorgaans als acceptabel wordt beschouwd. Afhankelijk van de geldende omstandigheden.”


Tweede generatie Heinhuis vertelt dat Delfl and, net als veel andere waterschap- pen, al langer werkt met een beslissingsondersteunend sys- teem, waarbij gekeken wordt naar wat er in de praktijk ge- beurt, wat de neerslagvoorspellingen zijn en hoe de gemalen daarop moeten reageren. “We bouwen er nu een tweede- generatiesysteem voor, dat verder en dieper kijkt en exacter rekent. Dat systeem willen we naast de grote gemalen ook dieper in de polder uitleggen. Daarbij is een nauwkeurigere en frequentere debietmeting van groot belang. Wij hopen dat het onderzoek daarin zal bijdragen.”


Zijn collega Jan Hangelbroek, adviseur werktuigbouw en procestechniek bij Waternet, benadrukt dat de waterschap- pen bezig zijn steeds scherper naar hun processen te kijken. Daarbij krijgt ook de performance van het hele watersysteem meer aandacht. “Het sturen met water wordt alsmaar be- langrijker binnen ons taakgebied. We kunnen steeds beter sturen op recept en zijn ook bezig de systeemsturing daarop te programmeren, aan de hand van allerlei data die steeds meer voorhanden zijn. We meten van alles om ons water-


38 WATERFORUM NR 3


systeem zo goed mogelijk te kunnen laten functio- neren en juist daarom is het van belang dat wij ook zo nauwkeurig en actueel mogelijk weten wat de daadwerkelijke capaciteit van onze gemalen is. Het gaat allang niet meer om enkel het weg- pompen van overtollig water, het gaat bijvoorbeeld ook om het sturen van water in geval van calamiteiten, of preventief voorbemalen bij verwachting van hevige regenval. Dan moet je snel kunnen handelen en slim kunnen sturen om de maat- schappelijke schade zoveel mogelijk te beperken. Dan zijn accurate gegevens van vitaal belang.”


Inmiddels heeft Kees Kooij, samen met zijn collega François Clemens en in samenspraak met onder meer Waternet en het Hoogheemraadschap van Delfl and, een discussienota opgesteld voor een aantal mogelijk geschikte alternatieve de- bietbepalingsmethoden. De nota moet leiden tot een defi ni- tief onderzoeksvoorstel.


Jan Hangelbroek, Waternet: “Je moet snel kunnen handelen en slim kunnen sturen om de maat- schappelijke schade zoveel moge- lijk te beperken. Dan zijn accurate gegevens van vitaal belang.”


Energiebesparing door slim malen In maart 2016 is het landelijk onderzoeksproject ‘Slim Malen’ gestart. Waterschappen onderzoeken hoe zij hun gemalen slimmer en daarmee energiezuiniger kunnen laten draaien. De vier pilots van het project hebben tot doel het minimaliseren van het energieverbruik en het bepalen van de beschikbare fl exibiliteit in de besturing van polder- gemalen. Waterschappen kunnen op dit moment vooral op hun pompkosten besparen door zoveel mogelijk ’s nachts te pompen op het speciale nachttarief. In de toekomst zullen de energietarieven echter steeds meer bepaald worden door de variatie in de beschikbaarheid van zon- en windenergie. Door vergroting van het aanbod van zon- en windenergie zal het dagnachttarief vervangen worden door dagelijks variërende uurtarieven.


Het project maakt deel uit van het onderzoeksprogram- ma ‘Energie in het Watersysteem’ dat STOWA, de Unie van Waterschappen en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ontwikkelen binnen de nieuwe Green Deal.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48