ONDERNEMEN ACTUEEL NCM: mestoverschot fors lager in 2025
Het mestoverschot neemt flink af in de komende jaren. Krimp van de veestapel vanwege stikstofmaat- regelen is een belangrijke oorzaak.
Het mestoverschot neemt in de komende jaren fors af. Voor fosfaat daalt het mest- overschot van 30 miljoen kilo in 2019 naar circa 20 tot 25 miljoen kilo in 2025. Daarna kan het overschot weer licht oplopen naar 2030 met 1 tot 2 miljoen kilo. Dat blijkt uit een analyse van het Nederlandse Centrum voor Mestverwaarding NCM. Het fosfaat- overschot wordt weliswaar fors kleiner, maar is niet verdwenen, Bij stikstof tekent zich echter een mogelijk tekort af, het over- schot daalt naar ongeveer 0.
Effect volumemaatregelen De totale hoeveelheid beschikbare fosfaat in mest in Nederland daalt van 169 miljoen kilo in 2019 naar 154 miljoen kilo in 2025. Dat is een minimaal scenario gebaseerd op de geproduceerde hoeveelheid dierlijke mest, gebruik van kunstmest, import van mest en enkele andere aanvoerposten. De grootste daling ontstaat door volumemaat- regelen vanwege het stikstofbeleid, het effect daarvan is berekend op 15 miljoen kilo fosfaatreductie.
De gebruiksruimte voor fosfaat is bere-
Export van mest. Het mestoverschot voor fosfaat wordt overvijf jaar kleiner dan de hoeveel- heid mest die nu wordt verbrand, verwerkt en geëxporteerd.
kend op 139 miljoen kilo fosfaat in 2019 en maximaal 135 miljoen in 2025 en mini- maal 132 miljoen in dat jaar. De gebruiks- ruimte in de landbouw zelf neemt daarbij gestaag af door de jaarlijkse krimp van het landbouwareaal.
Overschot lager dan huidige export Wat resteert is de hoeveelheid te verwerken
(verwaarden) en te exporteren fosfaat in mest. In 2019 berekend op 30 miljoen kilo. Voor 2025 komt NCM uit op minimaal 20 miljoen en maximaal 25 miljoen kilo. Voor 2030 is de raming minimaal 21 miljoen en maximaal 27 miljoen kilo fosfaat. Dat is duidelijk lager dan de hoeveelheden fosfaat in mest die nu worden verwerkt, verbrand of geëxporteerd.
Staat voor de rechter gedaagd om geuroverlast veebedrijven
Het Brabants Burgerplat- form heeft de overheid voor de rechter gedaagd vanwege geuroverlast van veehouderijen.
Zestien personen, omwonen- den van intensieve veehoude- rijen, zijn eisers in de zaak, ze zeggen ernstige tot zeer ern- stige stankoverlast te hebben van de bedrijven. De stichting Brabants Burgerplatform laat weten dat de veehouderij door de huidige wetgeving – en de uitzonderingen daarop – te veel wordt beschermd. Het gevolg is dat ‘het recht op ongestoord woongenot van burgers wordt
18
geschonden’. De eisers zijn bewoners van dorpen in Bra- bant, Limburg, Gelderland en Overijssel.
Niet tegen veehouders Volgens advocaat Nout Ver- beek, die de bewoners verte- genwoordigt, is de actie niet gericht tegen veehouders. Hij benoemt het ‘huidige vee- houderijsysteem’ met bijbe- horende schaalvergroting als oorzaak. “De omwonenden betalen daarvoor de prijs. De boeren blijven binnen de vergunningsruimte die de overheid ze biedt. Ze doen dus niks fout”, zegt Verbeek. “Het punt is alleen dat die vergun- ningen nooit hadden mogen
De eisers zeggen ernstige tot zeer ernstige stankoverlast te hebben van de bedrijven.
worden toegekend.”
De eisers willen erkenning dat de Staat ‘de bescherming van hun gezondheid en woon- genot heeft verwaarloosd, ten gunste van het economisch belang van de veehouderij’,
BOERDERIJ 105 — no. 38 (16 juni 2020)
aldus de dagvaarding. Ze willen dat de overheid binnen een jaar ervoor zorgt dat omwonenden geen ernstige geurhinder meer ervaren. Volgens Verbeek hopen ze op eenzelfde resultaat als in de Urgenda-zaak, waarin het kli- maatbeleid van de overheid aan de kaak werd gesteld. “Die zaak leert ons dat de Staat de ver- plichting heeft om rechten van burgers te beschermen”, zegt Verbeek. De bewoners vinden dat ze worden gediscrimineerd op basis van de plek waar ze wonen. De wet maakt name- lijk onderscheid de maximale geuruitstoot van veehouderijen in concentratiegebieden en die van niet-concentratiegebieden.
FOTO: BERT JANSEN
FOTO: BERT JANSEN
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76