AKKERBOUW ACTUEEL
IN BEELD Eerst de tarwe binnen en dan het koolzaad
Akkerbouwer Harm Engel Mellema in Nieuw Scheemda (Gr.) oogstte afgelopen week nog een perceel koolzaad van stam. De teler koos ervoor om eerst de tarwe te oogsten omdat het koolzaad nog niet rijp was. De korrel is nu droog. Alleen het stro was nog vrij groen zodat de combine hard moest werken. De opbrengst schat Mellema een paar honderd kilo hoger dan het meerjarig gemiddelde van 4,3 ton per hectare. Mellema is niet bang om laat te oogsten, eventueel zaadverlies uit de bovenste hauwen wordt ruim gecompenseerd door rijper zaad uit de onderste hauwen. Bovendien heeft hij de ervaring dat het oliege- halte in het zaad bij later oogsten hoger is.
Neonicotinoïden hebben groter effect dan gedacht
Door luizen afgescheiden honingdauw kan zoveel neonicitinoïden bevatten dat nuttige insecten er dood aan gaan.
Neonicotinoïden hebben een breder schadelijk effect op nuttige insecten dan tot nu toe werd gedacht. De insectenbe- strijder heeft niet alleen een directe schadelijke werking op nuttige insecten via nectar of stuifmeel uit bloemen. Neonicotinoïden kunnen via honingdauw nog veel meer nuttige insecten schaden. Dat blijkt uit onderzoek van Spaanse universiteiten in samenwerking met het Labo- ratorium voor Entomologie van Wageningen Universiteit. Het onderzoek is gepubli-
44
ceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS. De Europese Commissie heeft het gebruik van drie neonicotinoïden in de vollegrondsteelten verboden. Honingdauw is een energie- rijk uitscheidingsproduct van bladluizen, wolluizen, witte vliegen en bladvlooien dat als voedingsbron dient voor tal van nuttige insecten, zoals sluip- wespen en zweefvliegen.
Verspreiding
Neonicotinoïden zijn systemi- sche middelen, die in de plant worden opgenomen. Insecten, zoals bladluizen, wolluizen, witte vliegen en bladvlooien, die zich tegoed doen aan plan- tensappen, nemen de midde- len in zich op en scheiden die weer uit in de vorm van ho- ningdauw. Het nu gepubliceer- de onderzoek toont aan dat in
honingdauw zoveel resten van neonicotinoïden voorkomen, dat sluipwespen en zweefvlie- gen er binnen enkele dagen aan doodgingen.
De onderzoekers stellen dat bij de toekomstige beoorde- ling van systemische gewas- beschermingsmiddelen ook gekeken moet worden naar de risico’s van verspreiding via
BOERDERIJ 104 — no. 46 (13 augustus 2019)
honingdauw. Bij de Europese beoordeling van neonicotino- iden is wel gekeken naar de schadelijkheid voor insecten die zich voeden met nectar of stuifmeel en ook naar de moge- lijke drift van neonicotinoïden via stof, maar niet naar de route via honingdauw.
Luizen op een aardappelblad. Door luizen uitgescheiden ho- ningdauw met neonicotinoïden is dodelijk voor nuttige insecten.
Het nu gepubliceerde onder- zoek werd uitgevoerd met ge- bruikmaking van sluipwespen van Koppert Biological Systems en zweefvliegen van Biobest. De insecten voeden zich met ho- ningdauw van de citruswolluis. De wolluis voedde zich met plantensappen van clemen- tine-struiken die volgens de gebruiksvoorschriften werden behandeld met Actara 25 WG van Syngenta (thiamethoxam) of Confidor 20 LS van Bayer (imidacloprid). Vooral thiame- thoxam had grote effecten.
FOTO: KOOS VAN DER SPEK
FOTO: HENK RISWICK
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84