search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ILLUSTRATIE: STICHTING WEIDEGANG


FOTO: MARK PASVEER


RUNDVEEHOUDERIJ


Systeem kiezen en volhouden Veel koeien weiden kan prima, maar het moet wel aan een paar basisvoorwaarden voldoen. Om het lekker te laten lopen, moet er een situatie ontstaan waarin boer en koppel in een vast ritme komen. Dat is pas het geval als koeien gewoon doorgaan met vreten of herkauwen als je ’s middags de wei in loopt. Of als het regent. Geen onrust, ze weten precies wanneer het tijd is om naar de stal te sjokken en dat zeuren bij de draad geen zin heeft. Van Veldhuisen: “Weiden moet je doen met een systeem en daar moet je consequent mee werken. De regelmaat krijg je door ofwel elke dag een nieuw stuk vers gras te geven, ofwel elke dag hetzelfde gras.” Het eerste is omweiden, het tweede standweiden. Bij omweiden werkt het mooi als alle percelen dezelfde maat hebben waarbij de koeien het gras in één dag opmaken. Met 250 koeien ‘doe’ je bijvoorbeeld een perceel van 1,25 hectare bij alleen overdag weiden. Bij percelen van verschillen- de omvang is planning lastiger en ga je eerder van het systeem afwijken. Van Veldhuisen vindt voor grote bedrijven de stand- weidevariant heel geschikt. “Geef ze twee weken een groot blok waar ze de dagelijkse bijgroei zo’n beetje opvreten. En daarna een volgende blok, weer twee we- ken. En maai om de vier weken zo’n blok voor schoon et- groen. Dan hebben ze elke dag hetzelfde gras en komen ze mooi in een regelmaat.” Ook het Nieuw Nederlands Weiden, een compleet uitgewerkt concept waar stichting Weidegang mee aan de weg timmert, noemt hij geschikt. Van Veldhuisen: “Ga je weer weiden, doe dat dan maar eerst een jaar met eenvoudig standweiden. Koe en boer wennen dan het makkelijkst. Een jaar later kun je verfijnen naar Nieuw Nederlands Weiden. Dan roteer je over het standweide- blok door de koeien elke dag een nieuw stuk te geven. Na vijf of zes dagen komen ze weer op het eerste perceel, waar het gras dan toch een beetje vers is. Het werkt een- voudig, ook omdat je niet met grasvoorraad en maaien hoeft te plannen.”


Groot denken Als er jaren niet geweid is op een bedrijf zijn de koeien


het verleerd en de boer meestal ook. Een goede voorbe- reiding met hulp van een weidecoach is dan ook aan te raden. Die kan helpen bij de keuze van een systeem voor weidegang en rekenen aan haalbare dagelijkse gras- opnames en de ideale perceelsindeling en -grootte. Al gauw komt dan ook de ‘infrastructuur voor beweiding’ ter sprake. Voor grote koppels koeien moet je ‘groot den- ken’: ze hebben overdreven ruime doorgangen, ruime bochten en brede kavelpaden nodig. Als ze niet uit de sloot kunnen drinken, moeten de bakken groot genoeg zijn om 10% van het koppel tegelijk te laten drinken. En de waterleiding moet met minimaal 20 liter per minuut de bakken bijvullen.


Nieuw Nederlands Weiden heeft concepten voor weidegang tot een bezetting van 10 koeien per hectare huiskavel. In het schema is twee derde van de huiska- vel in gebruik voor weiden, een derde wordt gemaaid voor schoon weidegras.


22


Boeren in Nieuw-Zeeland werken met kavelpaden van vijf meter breed en maken met draadjes een V-vormige ingang bij percelen. Het liefst leggen ze de paden ook zo neer, dat de koeien er aan de ene kant het perceel in kunnen en aan de andere kant er weer uit. Dat verlaagt de druk en leidt zo tot minder vertrapping. De koeien even snel ophalen door ze wat op te jutten is er niet bij. Het geeft ranglage dieren veel stress. En de opstopping die de boel vertraagt, zit niet achterin, maar verder naar voren. De koeien lopen zelf wel, gelokt door


BOERDERIJ 104 — no. 46 (13 augustus 2019)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84