This page contains a Flash digital edition of a book.
WATERKWALITEIT


“Alsof je met een kruiwagen voor een hoge berg zand staat en je weet niet hoe en waar je moet beginnen. Zo kwam de ZZS-problematiek in eerste instantie op ons over”, vertelt Richard Kooymans van AVR. “Je praat over een groot aan- tal stoffen, waarvan je als bedrijf moet gaan onderzoeken of die in de ZZS-categorie vallen.” Boven Kooymans trekken lange witte pluimen van waterdamp over in de richting van de Nieuwe Waterweg, afkomstig uit de schoorstenen van de afvalverbrandingsovens van AVR in Rozenburg. Om de rookgassen van de afvalverbranding te reinigen, gebruikt de afvalverwerker een nat scrubproces. De aanzienlijke stroom afvalwater op (40 m3


/uur) die dat oplevert, zuivert het bedrijf


in een fysisch-chemische waterzuiveringsinstallatie die opge- loste en niet-opgeloste anorganische en organische stoffen, zoals zware metalen en toxische componenten, verwijdert. Een aantal jaren terug wilde AVR zijn lozingsvergunning aan- passen en kreeg het bedrijf in de aanloop daar naartoe als een van de eerste ondernemingen in ons land te maken met de kersverse voorschriften voor ‘zeer zorgwekkende stoffen’ (ZZS).


Niet moeilijk, wel veel De Rotterdamse afvalverwerker moest conform de Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM) - die de kans op nadelige effecten voor de oppervlaktewaterkwaliteit bepaalt - toetsen of vloeibare afvalstoffen en hulpstoffen niet mengsels van ZZS zijn. Ook moest gekeken worden naar de concentraties van de ZSS en naar de milieu-impact van de afzonderlijke com- ponenten waaruit deze mengsels bestaan.


“Op zich had AVR het nog makkelijk”, legt Kooymans uit. “Door het verbrandingsproces vallen de afvalstoffen in ele- menten uiteen. Daardoor konden we redelijk eenvoudig toet- sen of die elementen, zoals zware metalen, op de ZZS-lijst van het RIVM staan.”


Alles bij elkaar was het toch wel veel werk, volgens het hoofd laboratorium van AVR. “We zijn een duurzaam bedrijf dat ver- antwoord met afvalstromen omgaat. We zijn volop bezig met meten en optimaliseren. Het gehalte aan zware metalen in onze emissies naar water meten we bijvoorbeeld dagelijks, en onze dioxine-emissies naar water elk kwartaal. Daaruit blijkt dat de concentraties al laag zijn en dat we ruim aan de vergunde emissie-eisen voldoen. De vertaling van de ZZS- eisen naar de nieuwe vergunning gaf het bevoegd gezag echter nog veel kopzorgen. Wij hebben toen zelf een lijstje gemaakt en dat heeft onze vergunningverlener Rijkswater- staat intensief getoetst op volledigheid.”


ZZS-clubje


Uit de inventarisatie die AVR voor de nieuwe vergunning deed, rolde een select clubje van ZZS: nikkel, lood, koper, kobalt, kwik en dioxines. Op basis van de inventarisatie werd een uitgebreid meetprogramma voor deze parameters op-


Aan het water van de Sint-Laurenshaven.


Antimoon succesvol verwijderd dankzij ‘ZZS-bril’ Het ZZS-beleid van de overheid heeft bij AVR ook de aan- dacht voor zogeheten ‘klasse-A-stoffen’ aangescherpt. Dat zijn stoffen waarvoor het bedrijf wettelijk verplicht is een inspanning te verrichten om de emissie terug te brengen. “Voor ons kwam antimoon hernieuwd in beeld”, vertelt Richard Kooymans, hoofd laboratorium van AVR. “Met onze fysisch-chemische zuivering slaagden we er niet in dit zware metaal in afdoende mate af te vangen. In het lab hebben we in een testopstelling naar een aanpas- sing van het chemisch-fysische zuiveringsproces ge zocht. Een schare van chemicaliënleveranciers kwam langs met doseermiddelen om de klus te klaren, met een stevig prijs- kaartje. Uiteindelijk hebben we zelf een op lossing gevon- den.” Tijdens een bezoek aan de waterzuiveringsinstallatie bij een collega-afvalbedrijf zag Kooymans het licht. “Het toedienen van ijzerchloride was de aangewezen weg. Een aparte installatie bouwen bleek bij ons echter niet nodig. Dat ontdekte ik dankzij de in ons lab nagebouwde water- zuivering. We doseren ijzerchloride nu voordat het afval- water de zuiveringsinstallatie ingaat. Wel hebben we veel meer ijzerchloride nodig dan bij een extra zuiveringsstap in het waterbehandelingsproces zelf, maar we slagen erin het antimoon volledig met het ijzer te laten uitvlokken.”


De coagulatiestap met ijzerchloride heeft het gehalte aan antimoon teruggebracht tot nog maar een tiende van de oorspronkelijke concentratie in het effl uent (250 µg/l, waar 850 µg/l de door de overheid gehanteerde norm is). “Ook is deze oplossing veel goedkoper dan het toedienen van de duurdere doseermiddelen, waarmee de leveranciers kwamen aanzetten.” De afvalenergiecentrale van AVR in Duiven is al met de met de aangepaste fysisch-chemische zuivering uitgerust. Rozenburg volgt in september.


WATERFORUM SEPTEMBER 2017


35


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48