search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Libanon 37


was. Er werd zelfs een fi lmpje uitge- bracht met opnames van het strand. Frustraties daarover vergrootten later de behoefte aan erkenning en waar- dering. Er vonden tijdens de missie de nodige incidenten plaats waardoor de uitzending vanaf het begin anders werd ervaren. In de maatschappij was hier weinig aandacht voor.’


Dienstplichtigen Iets anders dat uit de publicaties naar voren komt, is de perceptie dat de mis- sie vooral gedraaid werd door dienst- plichtigen zonder goede voorbereiding. Van Uhm nuanceert dat: ‘Als comman- dant kreeg ik tijdens de opleiding 300 man onder mij, van wie ik er uiteindelijk 150 overhield. De opleiding was dus ook een selectieproces. Dat vergeten we nog weleens, net zo goed als dat het allemaal vrijwilligers waren. Ze hadden allemaal zelf hun vinger opgestoken en wilden graag gaan.’


Machteloosheid Libanonveteranen scoren in onderzoe- ken hoger op klachten dan andere ve- teranen. De korte voorbereiding en het optimistische beeld dat voorafgaand aan de missie werd geschetst, lijken hier mede debet aan. Evenals het feit dat de militairen terechtkwamen in een omgeving die allesbehalve rustig was. Intimidatie, infi ltratie en gijzelingen waren aan de orde van de dag. Elands: ‘Vanwege het mandaat konden ze hier in veel gevallen weinig tegen doen en soms waren ze zelfs een speelbal, bijvoorbeeld tijdens de inval van het Israëlische leger in 1982. Dat geeft een sterk gevoel van machteloosheid, dat ook naderhand impact kan hebben.’


OV Peter van Uhm ER


Peter van Uhm (63) was onder meer Commandant Landstrijdkrachten (CLAS) en Commandant der Strijd- krachten (CDS). Naast UNIFIL nam Van Uhm deel aan de Stabilization Force in Sarajevo (SFOR) en was hij als CDS nauw betrokken bij de ISAF-missie in Afghanistan.


Van Uhm had zo zijn eigen methode om het gevoel van machteloosheid te bestrijden. ‘In mijn tijd hadden we voor- al problemen met de Israëli’s en hun vazallen. Die hielden we in de gaten. Ik had toen als stelregel: alles wat de Israëli’s doen, rapporteren we. Als zij een huis binnenvielen, zorgde ik ervoor dat een van mijn mannen ook mee naar binnen ging. Als zij patrouilles liepen, dan liepen er ook een paar van mij bij. Ik kan je verzekeren dat mijn mensen deze opdrachten met plezier opvolgden. Ook omdat de Israëli’s niet correct met de bevolking omgingen.’


Nazorg Eenmaal thuis was er – net als dertig jaar eerder veel Indiëveteranen hadden ervaren – maar weinig aandacht voor de verhalen van de Libanongangers. ‘We kregen nog een ceremonie en dat was het dan’, vertelt Van Uhm. ‘Dat was niet goed voor de verwerking. We vroegen in die tijd niet aan elkaar hoe het ging, en evenmin of er thuis iemand was met een luisterend oor. Als organisatie waren we niet met nazorg bezig. Ook de samenleving niet, die zat niet op ons verhaal te wachten. Dat valt rauw op je dak.’


‘Ik kan je verzekeren dat mijn mensen deze opdrachten met plezier opvolgden’


Elands zegt dat er al snel gezondheids- onderzoek werd gedaan onder de Libanonveteranen. ‘Na terugkeer van de eerste groep waren er al signalen dat het met sommigen niet goed ging. De toenmalige Sectie Individuele Hulpverlening van Defensie pikte dit op en voerde in 1981 onderzoek uit. Het bleek dat een deel van de militairen met problemen was teruggekeerd. Vervolgens werd geadviseerd om bij terugkeer meer voorlichting te geven en groepsgesprekken te organiseren. Eigenlijk zoals we dat nu tijdens de adaptatie doen. Dit advies werd toen niet opgevolgd.’ Desondanks bleven problemen onder teruggekeerde UNIFIL’ers aandacht


trekken. In 1986 was het aanleiding voor een groter onderzoek waaraan 4700 Libanonveteranen deelnamen. 2,5 procent zei dat ze hulp had gezocht voor psychische klachten. Elands: ‘Toen is er een schatting gedaan dat dit na verloop van tijd zou kunnen oplopen tot 10 procent, dus zo’n 900 man. [In totaal hebben ruim 9000 Nederlandse blauw- helmen deelgenomen aan deze missie, red]. Veertig jaar later is dat inderdaad aardig uitgekomen. Het onderkennen dat niet alleen oorlogsinzet, maar ook deelname aan vredesmissies tot psy- chische klachten kon leiden, was eind jaren tachtig een stimulans om meer vaart te maken met het ontwikkelen van een volwaardig veteranenbeleid. Deelname aan vredesmissies zou im- mers vaker gaan voorkomen, zo was de verwachting.’


Imago Hoewel UNIFIL – en het Nederlandse smaldeel daarbinnen – in de loop van de jaren de nodige onderscheidingen heeft gekregen, is het imago van de missie niet altijd even positief. ‘Een missie tussen hamer en aambeeld’, stelt Elands. ‘De uitzending zat tussen de grote missies in Nederlands-Indië en Korea enerzijds en Bosnië en Afghanistan anderzijds in. Die krijgen nog altijd de nodige aandacht, terwijl Libanon snel wegzakte in het collectief geheugen. Bovendien voerden in het nieuws vooral verhalen van veteranen met gezondheidsklachten de boven- toon. Dat leverde een eenzijdig beeld op, want voor de meeste veteranen was het toch een verrijking. Zij kijken met voldoening terug op hun uitzending.’ Dat beaamt Van Uhm. ‘De meeste Libanonveteranen die ik spreek zijn heel positief over hun ervaringen. De bevolking is nog altijd heel dankbaar voor hun inzet en ze hebben zichzelf be- ter leren kennen. Ook voor mij was het een vormende ervaring, als mens en als militair. Ik ben er toen achter gekomen dat als het spannend wordt, ik in een soort overdrive kom. Dan neem ik alles op en ga meteen handelen. Dat heeft mij een zelfvertrouwen gegeven dat mij sinds Libanon enorm heeft geholpen.’


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76