search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
18


Na een angstaanjagende beschieting van hun onderkomen, het Rainbow hotel in Sarajevo, leerden Patricia Schapers en Lyanne Paskamp elkaar pas echt goed kennen. ‘In die dreigende omstandigheden werden we meteen goede maatjes.’


Tekst Anne Salomons Fotografi e Peter Bak


‘ Ik weet wat ik aan haar heb’


Patricia Schapers (47)


VOORMALIG JOEGOSLAVIË 1992


FUNCTIE Chauffeur bij het Verbindingsbataljon


Patricia: ‘We maakten in Joegoslavië deel uit van een chauffeurspool bij het Verbindingsbataljon. We waren de eerste rotatie die naar Joegoslavië ging. Met de trein. Er heeft zelfs een foto van ons tweeën in de New York Times gestaan, waarop we naar de plaatselijke bevolking zwaaien. We werden daar ook ingehaald als een soort bevrijders. We waren gelegerd in een bejaar- dentehuis in Sarajevo. Het werd binnen de VN aangeduid als het Rainbow hotel. Sarajevo ligt in een


dal en was omsingeld toen we doelgericht werden beschoten. De eerste inslag was in de ontbijtzaal die even daarvoor nog vol militairen zat. Op een gegeven moment werden Lyanne en Erik, haar man die als marechaussee in Bosnië zat, vermist. Zij zaten boven nog vast. Niemand wist wat ‘ie moest doen, ook de officieren niet. We hebben toen drie dagen in de schuilkelder gezeten en zijn uiteindelijk met een konvooi naar Belgrado vertrokken. Er heerste een voortdurende dreiging in Bosnië. We sliepen altijd met de uzi naast ons. Lyanne en ik zijn ook nog een keer onder schot gehouden door een stel dronken Oekraïense VN-militairen. Omdat we vrouwen waren dachten ze dat wij spionnen


volgens Lyanne: ZEER


ZELFSTANDIG BEGRIPVOL CREATIEF


Patricia


waren. Lyanne weet daar niets meer van, dat heeft ze totaal uit haar geheugen geblokt. Als je vertelt dat je in voormalig Joegoslavië zat, denkt iedereen meteen aan Srebrenica. Maar ik kan je vertellen dat we bij onze missie ook vreselijk veel narigheid hebben gezien. Inmiddels zijn Lyanne en ik al 27 jaar dikke maatjes, sisters in arms. Ik weet wat ik aan haar heb. We gaan samen naar reünies, naar de Veteranendag en we maken allebei deel uit van het Veteranen Search Team. Ik vind het heel dapper dat Lyanne nu ook meedraait in dat team. Daar hebben we overigens heel goede begeleiding en nazorg, iets waar het bij Defensie aan ontbrak toen we uit voormalig Joegoslavië terugkwamen.’


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76