Op het ijs. Een groep militairen op schaatsen op het ijs van de fortgracht bij werk aan de Noorddijk, Hellevoetsluis, februari 1917.
Een wachtmeester met gasmasker en schokhandgranaat.
Direct bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakt Nederland bekend dat het neutraal wenst te blijven. Nederland lijkt de oorlogsdans te ontspringen: Duitsland en Engeland benadrukken dat ze de neutraliteit zullen eerbiedigen. Toch houdt de regering vast aan de volledige mobilisatie van het leger. We moeten immers aan iedereen duidelijk laten zien dat het ons menens is onze neutraliteit te verdedigen. Het leger wordt in die oorlogsjaren zelfs verder versterkt tot ruim 400.000 man. Ons land is niet klaar voor een leger van dit formaat: de vergoeding voor de gezinsleden van de gemobiliseerde kostwinner is te laag om van te leven. De militairen leven in geïmproviseerde onderkomens, van boerenschuren tot leegstaande fabriek- shallen. Meer dan vier jaar blijft het Nederlandse leger gemobiliseerd. De militairen worden steeds beter geoefend en de huisvesting verbetert. De steuncomités verzachten de ergste nood. Maar het blijft een groot probleem om het moreel van de militairen hoog te houden en de verveling te verdrijven.